Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Witsnuitdolfijn gestrand bij Vlissingen

    Op zondag 3 februari is op het strand van de Kaloot bij Ritthem langs de Westerschelde in Zeeland, niet ver van Vlissingen en dicht in de buurt van de kerncentrale Borssele, een dode witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris) aangespoeld. Het gaat om een vrouwelijk dier met een lengte van 2,5 meter. De laatste witsnuitdolfijn strandde op 10 december 2006 op het strand van Texel. Ook dit was een vrouwtje.


    De witsnuitdolfijn direct na berging. Het kadaver is nog vers, dus het dier is pas dood.


    Strand van de Kaloot, langs de Westerschelde.

    Witsnuitdolfijnen leven in de koele, gematigde en subpolaire wateren van de Noord-Atlantische oceaan en aangrenzende wateren, van de Davisstraat (bij Groenland) en Kaap Cod (bij Boston) tot aan de Barentszee, de Baltische zee, Portugal en mogelijk Turkije.

    Volwassen dieren worden 2,50 tot 2,80 meter lang. De maximale lengte van de mannetjes is 3,15 meter, van vrouwtjes 3 meter. Pasgeboren zijn 1,20 tot 1,60 meter lang.

    Dit exemplaar van Ritthem is waarschijnlijk een erg oud dier, te oordelen naar het sterk afgesleten gebit. Het kadaver zal worden onderzocht op ziekten. Tevens probeert men de doodsoorzaak te achterhalen. Het skelet komt uiteindelijk terecht in de wetenschappelijke collectie van Naturalis in Leiden.

    Op zaterdag 2 februari 2008 werd ook op het strand van Vlieland een grote dolfijn aangetroffen. Het dier spoelde aan op een militair oefenterrein waar weinig mensen komen. Daarom is niet precies bekend op welke dag de witsnuitdolfijn op het strand terecht is gekomen. In ieder geval was het kadaver al in ontbinding. Toen het dier werd gevonden was de kop nog aanwezig, maar deze is spoedig na de vondst illegaal door een schedelverzamelaar verwijderd. Omdat de schedel ontbreekt is de identiteit van de soort lastig vast te stellen, maar het vermoeden bestaat dat het hier ook een witsnuitdolfijn betreft. Medewerkers van Naturalis zijn op woensdag 6 februari naar Vlieland gegaan om botmateriaal te verzamelen. Aan de hand hiervan kan de soort alsnog worden vastgesteld.