Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Tuimelaar bij Krabbendijke

    Op 27 juni strandde een tuimelaar bij Krabbendijke, in de Oosterschelde. Dat lijkt niet bijzonder, want volgens de huidige telling is dat nummer 362 voor ons land. Vroeger kwamen tuimelaars hier inderdaad algemeen voor, maar vanaf de jaren 1960 zijn ze stilletjes uit de Noordzee verdwenen. Momenteel leeft alleen aan de Schotse oostkust nog een kleine populatie. De laatste jaren zijn wel enkele tuimelaars van ons strand gemeld, maar dat waren vaker losse botten dan hele dieren.

    Eerder in de afgelopen dertien jaar is er alleen een tuimelaar-van-vlees-en-bloed gevonden op 12 september 2007, eveneens in de Oosterschelde (vrouw, 2,62 m). Verder terug in de tijd strandde er een op 29 april 1991 (vrouw, 3 m), eveneens in de Oosterschelde. Dáárvoor moeten we terug naar 1983, toen er in Nederland drie gestrand zijn. Het is dus echt een heel zeldzaam dier in ons land geworden. Gelukkig zijn er af en toe ook meldingen van levende tuimelaars geweest. De afgelopen winter nog zouden er dieren zijn gezien voor de Noord-Hollandse kust en vanaf 18 juni dit jaar is een tuimelaar gemeld in de Oosterschelde. Deze laatste zal het dier zijn geweest dat nu dood is gevonden, want zoveel zijn er dus niet.

    De dode tuimelaar van 27 juni betrof een vrouwtje, vermoedelijk onvolwassen. De sectie kon direct na de stranding worden uitgevoerd en duurde tot diep in de nacht. Het dier was sterk vermagerd, had veel ontstekingen op de huid en parasieten in longen (Stenurus ovatus) en maag (Anisakis simplex). Verder bleek uitgebreide spierschade, die het zeer waarschijnlijk maakt dat ze levend is gestrand. Microscopisch weefselonderzoek moet nog worden uitgevoerd; hopelijk geeft dat aanvullende informatie rondom de dood. De inhoud van maag en darmen is verzameld en moet ook nog worden uitgezocht. De parasieten worden bewaard in de wetenschappelijke collectie van Naturalis, net als het skelet. Weefselmonsters worden opgenomen in een weefselbank en zullen bijdragen aan de diergeneeskundige kennis van deze soort. Tot slot is ook nog DNA-materiaal bewaard, in de hoop dat een verwantschapsanalyse deze tuimelaar in de toekomst nog kan linken aan een bekende populatie en we zo de herkomst weten. Wat de oorzaak is geweest dat deze tuimelaar zich heeft afgezonderd van de groep en voor onze kust is beland zal waarschijnlijk altijd onduidelijk blijven.

    Lineke Begeman, Universiteit Utrecht afdeling Dierpathologie
    Herman Cremers, Universiteit Utrecht afdeling Dierpathologie
    Guido Keijl, Naturalis