Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Nieuwe soort voor Nederland: Frasers dolfijn

    Op 5 augustus 2011 spoelde er een nieuwe dolfijnsoort aan voor Nederland: een Frasers dolfijn. De precieze plek: Lac Bay, Sorobon, zuidoostpunt van Bonaire! (zie http://bes.observado.org/waarneming/view/56164250 voor de exacte locatie). Omdat Bonaire, samen met Saba en Sint Eustatius, sinds 2010 een bijzondere gemeente van Nederland is, maakt de fauna van dat eiland dus onderdeel uit van Nederland (zie ook Hoetjes 2010 voor meer informatie over de fauna van onze overzeese gebieden, hoewel de walvissen er in dit hoofdstuk wel heel bekaaid af komen). Zonder meer een van de spectaculairste vondsten van de afgelopen tijd.

    Frasers dolfijn Lagenodelphis hosei is een bijzondere dolfijn. Hij is pas in 1956 als nieuwe soort voor de wetenschap beschreven door F.C. Fraser aan de hand van een skelet dat door Charles Hose verzameld was. De dolfijn, afkomstig van de kust van Serawak, was rot en aangevreten toen Hose hem vond. Omdat het nabij de monding van de Lutongrivier was gevonden, en de kleuren niet meer herkenbaar waren, ging men ervan uit dat het om de lokale Indo-Pacific humpback dolphin Sousa chinensis ging. Ondanks dat was het skelet opgeborgen met het label White Porpoise?Lagenorhynchus sp., wat aangeeft dat Hose niet zeker was van de determinatie. Het duurde dus tot 1956 tot Fraser erachter kwam dat het werkelijk een nieuwe soort betrof. Hij beschreef hem in een nieuw geslacht, Lagenodelphis, een samenvoegsel van Lagenorhynchus en Delphinus, omdat hij meende dat de soort hiermee verwant was en misschien ook wel een beetje omdat hij niet zeker wist of de nieuwe soort geen hybride was. De soortnaam hosei verwijst natuurlijk naar de vinder van het dier. De verschillen zijn vooral in de bouw van de schedel te vinden. Overigens is Frasers dolfijn, op grond van juist die schedelkenmerken, misschien wel nauwer verwant aan Stenella-soorten dan aan de vernoemde genera.

     

     

    Na de beschrijving duurde het maar liefst tot 1971 tot Frasers dolfijn in het wild werd gezien, maar toen wel gelijk op drie wijd uiteenliggende locaties: Cocos eiland (Stille Oceaan, ter hoogte van Panama), Zuid-Afrika en Australië. Dit was spectaculair omdat nu voor het eerst de uiterlijke kenmerken vastgesteld konden worden van een grote zoogdiersoort die tot dan toe onopgemerkt over blijkbaar de hele wereld had kunnen rondzwemmen. Inmiddels weten we dat deze dolfijn inderdaad een zogenaamde pan-tropische verspreiding heeft: hij komt in de tropen voor in alle oceanen en is bovendien niet heel zeldzaam. Dat er zo weinig over bekend was (en is) komt omdat hij pelagisch leeft en dus maar zelden strandt. Voedselresten in magen van gestrande dieren suggereren dat hij op de rand van het continentaal plat op vis jaagt.

    In Europa is Frasers dolfijn heel zeldzaam. De eerste Europese stranding van maar liefst elf individuen vond plaats op 29 mei 1984 in Frankrijk; later is de soort opnieuw gestrand in Frankrijk en Ierland. Massastrandingen zoals in Frankrijk komen echter mondiaal gezien maar heel weinig voor. Aan de Atlantische kant van Centraal-Amerika zijn Frasers dolfijnen bekend van zichtwaarnemingen en strandingen in onder andere de Kleine Antillen en Venezuela. Een stranding op Bonaire was dus niet geheel onverwacht. Toch is ook in het Caribisch gebied de soort niet algemeen, want tijdens observaties op zee worden vooral veel andere dolfijnsoorten waargenomen. Nog altijd zijn er wereldwijd in totaal niet meer dan enkele tientallen skeletten in musea beschikbaar voor onderzoek, waarmee deze soort een van de slechtst bekende dolfijnsoorten blijft.

    De totale lengte van een dolfijn of walvis wordt niet gemeten zoals de mensen op de foto het doen: het moet in een rechte lijn gebeuren van snuitpunt tot inkeping in de staartvin (in het midden). Het is bij een dier op het strand het handigst om twee hulplijnen te trekken, een vanaf de snuitpunt, de andere vanaf de inkeping in de staart, en dan de afstand tussen deze lijnen te meten.

    De Frasers dolfijn van Bonaire, een vrouwtje, is te determineren aan de hand van lengte (gemeten 256 cm, maar dat is waarschijnlijk iets overschat, omdat de bolling van de rug is meegenomen), grijze rug en rozige onderzijde, met daartussen een zwarte lengtestreep van snuit tot staart met een lichte streep erboven (dit laatste is op de foto's moeilijk te zien, misschien omdat het dier al wat verkleurd is). Andere kenmerken zijn een opvallend kleine driehoekige rugvin, korte flippers en korte snuit. De dolfijn is op de bodem van Lac Bay aangetroffen in water van ongeveer drie meter diep en zo'n driehonderd meter uit de kant. Hij is aan wal gebracht door surfers en daar gemeten en onderzocht door medewerkers van STINAPA Bonaire. Er waren uitwendig geen tekenen die op de doodsoorzaak zouden kunnen wijzen: keel en blaasgat waren schoon en afgezien van een klein cookie-cutter-sharkwondje waren er geen verwondingen. Tussen de tanden zaten restjes garnalen; mogelijk is dit afwijkend voedsel voor deze viseter. De garnalen zijn verzameld voor onderzoek. Door omstandigheden kon het kadaver helaas niet geborgen worden en na monstername van lever, alvleesklier, longen, blubber en nog levende maagparasieten is het weer in de baai gedumpt. Hopelijk spoelt de schoongerotte schedel ooit nog aan en kan die alsnog worden verzameld om te worden opgenomen in een wetenschappelijke collectie.

     

    Op de onderste twee foto's zijn verwondingen te zien, aangebracht door een cookie-cutter shark Isistius brasiliensis(links),een klein haaitje dat in tropische wateren leeft en ronde happen uit grotere dieren neemt, en een litteken van een pijlinktvis (rechts).

    Ik wil Elsmarie Beukenboom, Jaime Bolanos, Dolfi Debrot, Ramon de Leon, Fernando Simal, Gerard van Buurt en Hans Verdaat bedanken voor de informatie over de stranding op Bonaire. Alle foto's zijn gemaakt door Gerard van Buurt.

    Enkele referenties:

    Fraser F.C. 1956. A New Sarawak Dolphin. The Sarawak Museum Journal 7: 478-503.

    Hoetjes P.C. 2010. Biodiversiteit in de overzeese gebiedsdelen. In: Noordijk J., R.M.J.C. Kleukers, E.J. van Nieukerken & A.J. van Loon (red.). De Nederlandse biodiversiteit. Nederlandse Fauna 10. Naturalis & EIS-Nederland, Leiden.

    Perrin W.F., P.B. Best, W.H. Dawbin, K.C. Balcomb, R. Gambell & G.J.P. Ross 1973. Rediscovery of Frasers DolphinLagenodelphis hosei. Nature 241: 345-350.