Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Maandoverzicht september 2011

    Zoals te verwachten was - en ook wel gehoopt werd - lag het aantal bruinvisstrandingen in september aanzienlijk lager dan in augustus: de massastranding kwam tot een eind. In totaal zijn tot op heden 112 bruinvissen gemeld, maar meldingen uit het noorden van het land zijn nog incompleet. Het septembergemiddelde over 2005-2010 ligt op 33, dus net als in augustus was ook in september 2011 het aantal meldingen bijna vier keer hoger. Van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden zijn dit keer 33 bruinvissen gemeld, Hoek van Holland tot IJmuiden 20, IJmuiden tot Den Helder 32, Texel 20 en de overige Waddenzee tezamen (tot nog toe) 7, waarvan 1 van de Friese vastelandskust. Andere walvisachtigen zijn niet gemeld.

    Figuur 1. Relatie tussen het aantal gestrande bruinvissen per dag in september 2011 (blauwe staven, linker y-as) en de gemiddelde windsnelheid (meter per seconde, rode lijn, rechter y-as). Bron voor windsnelheid: Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut KNMI.

    De maand begon rustig, met vrijwel dagelijkse maar slechts enkele meldingen tot en met de zesde, waarna het losbarstte op 7 september met 13 bruinvissen en 8 september met een ongelooflijke 23 meldingen! (Ter vergelijking: topdagen in voorgaande maanden waren 14 exemplaren op 14 juli en 20 exemplaren op 29 augustus.) Daarna zijn er niet meer dan 8 per dag gemeld, maar het duurde tot na 22 september voordat de meldingen werkelijk terugliepen. Opnieuw was er een duidelijke relatie met de windkracht (figuur 1): nadat vanaf 5 september de wind tot kracht 6B en meer was toegenomen, strandden er direct meer bruinvissen. Latere pieken in windkracht leverden veel minder strandingen op. Het is, zoals al eerder opgemerkt, natuurlijk duidelijk dat de windsnelheid geen verklaring is voor de sterfte, maar het zorgt ervoor zorgt dat reeds dode dieren ook werkelijk aan land worden gebracht.

    Op grond van lengteopgaven van de vinders lijkt het erop dat de septembergolf inderdaad een voortzetting was van die eerder in de zomer, met wederom een overmaat aan onvolwassen dieren van 101-120 cm lang (bijna 50%; van 61% is een lengteopgave gedaan). Het aantal neonaten verschilde niet van dat in augustus (11 versus 10%), maar de sekseverhouding was minder scheef (66% man in augustus, 56% man in september).

    Figuur 2. Aandeel bruinvissen van de Zuid-Hollandse/Zeeuwse eilanden (rechts, blauw) en de vastelandskust van Zuid-Holland (linksonder, rood) en Noord-Holland (linksboven, groen) in september 2011 (taart links) vergeleken met september 2005-2010 (taart rechts).

    De bruinvissen leken de Delta nu voorbijgedreven: is het eilandenrijk normaal gesproken goed voor 58% van de strandingen in september (gemiddeld over 2005-2010), nu kwam slechts 40% daarvandaan (figuur 2). De Zuid-Hollandse kust was procentueel niet anders dan anders (23 versus 23%) en dus is duidelijk dat dit keer de Noord-Hollandse kust zwaar getroffen was (37% versus 18%). Deze trend was ook op Texel goed te merken (niet in de figuur opgenomen): normaal strandt daar in september 11% van het landelijke totaal, dit jaar was het 18. Hoeveel bruinvissen zijn Nederland voorbijgedreven?