Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Maandoverzicht juni 2018

    Herinnert u zich juni 2017 nog? Dat was de junimaand met de meeste strandingen ooit, voor zover we weten uiteraard. In mei 2018 zaten we iets onder een gemiddelde van 1 bruinvis per dag. In juni 2018 is dit gemiddelde iets opgelopen, in lijn met andere jaren, maar het verschil is marginaal: er zijn deze maand 38 strandingen geregistreerd. Ter vergelijking: in juni 2017 waren er gemiddeld 2,3 bruinvissen per dag!

    In juni dit jaar zijn 8 vondsten gedaan in de Delta, maar liefst 10 op de Zuid-Hollandse kust (in januari tot en met mei respectievelijk 0, 2, 5, 1, 3), 7 op de Noord-Hollandse kust en 12 op de Wadden (Texel 7, Vlieland 3, Ameland 1, Schiermonnikoog 1). Bijzonder was de vondst (op 10 juni bij Ter Heijde) van een dode bruinvis die bij het optillen een dood jong ter wereld bracht.

    Naast de 37 bruinvissen kon in juni de tweede niet-bruinvis van dit jaar genoteerd worden (na de gewone dolfijn op 16 april) en wel een potvis. Deze staat uiteraard nog vers in het geheugen: het betreft de potvis die op 25 juni door de kustwacht werd ontdekt terwijl hij levend ronddobberde ter hoogte van Den Helder en op 26 juni iets ten zuiden daarvan is overleden. Hoewel een potvis in de zomer bijzonder is, is het geen unicum: van de 72 Nederlandse potvisvondsten (hierbij enkele vondsten van losse botten niet meegerekend) dateren er 9 uit de maanden juni-juli. Augustus is de enige maand zonder potvismelding, maar uit andere Noordzeelanden zijn wel augustusvondsten bekend.

    Het is onduidelijk hoe en waarom potvissen in de zomer in de Noordzee verzeild raken. Mannetjes trekken volgens de literatuur ‘aan het begin van de zomer’ naar het noorden om zich in de rijke (sub)Arctische wateren tegoed te doen aan inktvissen en andere lekkernijen. In de winter trekken ze weer naar het zuiden. We weten nog uit het recente verleden dat er dan groepen in de Noordzee kunnen verdwalen als ze bij Zuid-Noorwegen per ongeluk linksaf slaan. In de zomer tijdens de noordwaartse trek is zo’n fout echter minder voorstelbaar. Mogelijk dat sommige potvissen blijven plakken in het diepe water aan de Noorse zuidkust en zo in de noordelijke Noordzee terechtkomen, maar nog altijd blijft dan de vraag waarom ze vervolgens weer zuidwaarts zwemmen. Nu was de potvis van juni dit jaar erg vermagerd, dus misschien had hij iets onder de leden en is hij daarom gedesoriënteerd geraakt. Toch leverde het pathologisch onderzoek geen duidelijke doodsoorzaak op anders dan longontsteking en die was misschien wel het gevolg van de verzwakking. Er zijn nog maar heel weinig zomerpotvissen onderzocht. Die van juli 2013 gelukkig wel: die was in goede voedingstoestand. De potvis van juni 2014 was niet meer te onderzoeken (vies drekje) en bij andere zomerpotvissen zijn in ons land bij het ontleden geen pathologen aanwezig geweest. Nu de potvisstand weer groeit, kunnen we waarschijnlijk vaker strandingen verwachten en hebben we de mogelijkheid om meer te weten te komen over het hoe en waarom van zomerpotvissen in de Noordzee.