Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Maandoverzicht juni 2012

    Juni is normaal gesproken een van de maanden met de minste strandingen, en dat was dit jaar gelukkig niet anders, hoewel er iets meer dode walvisachtigen zijn gevonden (39) dan gemiddeld (34). Omdat het overzicht over het noorden van het land nog incompleet is, komen er dus mogelijk nog enkele strandingen bij. Het jaar met de meeste junistrandingen was 2006 met 48, terwijl er in juni 2007 slechts 16 strandingen zijn gemeld.

    Uit het zuidwesten van het land zijn 10 strandingen gemeld, van de Hollandse kust 16 en van de Waddeneilanden 13 (Texel 3, Vlieland 2, Terschelling 2, Ameland 3, Schiermonnikoog 2, Rottumeroog 1). Afgezien van de gewone vinvis op 6 juni zijn er alleen bruinvissen gemeld.

    Voor zover er lengtes zijn opgegeven, weten we dat er vier pasgeboren jongen zijn gevonden (70-75 cm). Hierbij is ook het bruinvisje van 30 juni bij Castricum gerekend, waarbij weliswaar geen lengteopgave is gedaan (de melding kwam uit de krant), maar de foto toont duidelijk een jong exemplaar. Alle overige dieren waren groter. Procentueel gezien wijkt het aantal pasgeboren dieren niet af van dat in andere jaren. De bruinvis van 30 juni was tevens de enige levend gestrande bruinvis in deze maand. Bijzonderheden deden zich niet voor, hoewel ernstig beschadigde bruivissen kennelijk een chronisch (en lastig) probleem zijn.

    De enige andere en tevens spectaculairste soort deze maand was uiteraard de gewone vinvis, die op 6 juni in Rotterdam binnenliep. Dit was natuurlijk geen echte stranding, want het dier lag op de bulb van een schip dat vanuit Amerika en vermoedelijk via de Golf van Biskaje, waar nogal wat gewone vinvissen leven, via het Kanaal naar Nederland is gevaren. Was de vinvis echter in een storm voor bijvoorbeeld de Zeeuwse kust van de boeg gegleden, dan hadden we hem per ongeluk wel als echte stranding genoteerd . Omdat het havenbedrijf een enorm bedrag vroeg om het dier nog een dag te laten liggen voor onderzoek van Naturalis, en omdat we wisten dat het geen echt Nederlands dier was, is besloten geen snijploeg vanuit Leiden naar Rotterdam te sturen. Gelukkig zijn de pathologen van de Universiteit van Utrecht wel in de gelegenheid geweest het kadaver te bekijken. Helaas zijn er op moment van schrijven nog geen gegevens van bekend. Het is dus nog niet duidelijk of het dier al dood was tijdens de aanvaring en al drijvend is opgepikt, of dat hij iets mankeerde zoals de gewone vinvis van 15 januari jongstleden, die een ontstoken buikvlies had en mogelijk daardoor ziek aan de oppervlakte verbleef, waarna zij levend is aangevaren.

    Aanvaringen tussen schepen en walvisachtigen (en andere zeedieren) komen uiteraard wereldwijd voor. Zo voer op 28 juni nog een schip de Rotterdamse haven binnen met een haai op de bulb! De International Whaling Commission houdt een database bij van alle walvisachtigen die, ongeacht de gevolgen en waar dan ook, in aanvaring zijn gekomen met een schip. ZieĀ http://www.iwcoffice.org/sci_com/shipstrikes.htm. Uiteraard draagt Naturalis daar zijn steentje aan bij door gegevens door te spelen aan die database.