Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2018

    Maandoverzicht augustus 2011

    Het grote aantal strandingen in juli van dit jaar bleek achteraf slechts een opmaat voor augustus, waarin we meer strandingen hebben meegemaakt dan ooit (althans, sinds de bruinvissen worden geteld). Het voorlopige totaal is uitgekomen op 184, waarbij moet worden opgemerkt dat de strandingen uit het noorden van het land deels nog niet zijn ontvangen. Normaal gesproken is augustus de maand met de meeste strandingen en het het gemiddelde over de periode 2005-2010 bedroeg iets meer dan 56. Augustus 2011 gaf dus bijna vier keer zoveel strandingen te zien! Feitelijk kwamen alle strandingen op het conto van de bruinvis, want er is slechts één andere walvisachtige aangespoeld: de gewone vinvis van 30 augustus te Rotterdam (zie bericht hieronder). Hoewel voor juli is aangetoond dat er bij aanlandige wind meer bruinvissen stranden dan bij wind uit andere hoek (zie het maandoverzicht van juli, onder), is windrichting alleen natuurlijk geen verklaring voor sterfte. Voor augustus is de relatie met wind vooralsnog niet nageplozen, maar ook afgezien van de heersende windrichting is wel duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand is (geweest). De Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden inclusief de Maasvlakte waren dit keer goed voor 66 bruinvissen, Zuid-Holland tot en met IJmuiden 50, Noord-Holland (exclusief Texel) 33 en het gehele Waddengebied eveneens 35 (waarvan 20 op Texel, 3 op Vlieland, 3 op Terschelling, 6 op Ameland, 2 op Rottumeroog en 1 bij Kornwerderzand). Dagen met erg veel bruinvissen waren 9 en 17 augustus, beide met 13, maar 29 augustus spande de kroon met 20 exemplaren. Op die 29e spoelden op een stuk strand van slechts twintig kilometer, tussen Wassenaar en Noordwijk, maar liefst 8 bruinvissen aan.

    Aantal gestrande bruinvissen in augustus 2011 per lengteklasse.

    Van 127 bruinvissen is een lengte opgegeven (71%, gemeten/geschat). Exemplaren onder 90 centimeter kunnen als jong van dit jaar worden beschouwd. Het aandeel jongen van dit jaar dat in augustus is gevonden betrof ongeveer 10% (13 exemplaren), aanzienlijk minder dan de 41% in juli. Dit is ook wat je verwacht: de meeste sterfte vlak na de geboorte, dus in juni-juli. De jongen van dit jaar die in augustus zijn doodgegaan verklaren dus niet de opmerkelijke sterftegolf. Ongeveer de helft van de slachtoffers was 101-120 centimeter lang (zie figuur).

    Aandeel bruinvissen van de Zuid-Hollandse/Zeeuwse eilanden (rechts, blauw) en de vastelandskust van Zuid-Holland (linksonder, rood) en Noord-Holland (linksboven, groen) in augustus 2011 vergeleken met augustus 2005-2010.

    Aanvankelijk bestond de indruk dat met name het Deltagebied werd gebombardeerd door dode bruinvissen. Toch verschilt het percentage daar aangespoelde dieren niet wezenlijk van de augustustotalen gesommeerd over de jaren 2005-2010 (37% versus 32%). Laten we het Waddengebied weg, dan lijkt het aandeel in Zuidwest-Nederland aangespoelde bruinvissen in augustus 2011 zelfs nog meer op het gesommeerde aandeel over die jaren (45% versus 47%). Het verschil zit 'm meer in het aandeel in Zuid- en Noord-Holland aangespoelde exemplaren: over 2005-2010 leken die twee provincies sterk op elkaar (28% versus 25%), maar in 2011 was het verschil veel groter (33% in Zuid-Holland, 22% in Noord-Holland). Dat, samen met de overwegend zuidwestelijke stroming in augustus, doet dan ook sterk vermoeden dat de dodebruinvisgolf, die aanvankelijk inderdaad het zuidwesten van het land teisterde, uit zuidwestelijke richting (Kanaal) afkomstig is. Enkele tientallen bruinvissen die tot nog toe in Utrecht zijn onderzocht, hadden uitgebreide onderhuidse kneuzingen. De oorzaak daarvan is vooralsnog onduidelijk. Er is geen verschil in de sekseverdeling tussen de jaren (steeds iets meer mannetjes - ongeveer 65%), dus van de populatie zijn beide seksen even zwaar getroffen.