Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Jaarlijkse bruinvissnijsessie

    In de week van 8 t/m 12 december was het weer zover. Bij de Universiteit voor Diergeneeskunde in Utrecht werden weer vele dode bruinvissen onderzocht op hun algehele conditie en doodsoorzaak. Dit jaarlijkse onderzoek, nu alweer voor de derde keer, is in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en wordt uitgevoerd door IMARES (Institute for Marine Resources and Ecosystem Studies) en het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der zee). De reden dat het Ministerie dit onderzoek laat uitvoeren is omdat zij graag wil weten hoe het met de bruinvissen langs de Nederlandse kust gaat.

    Jaarlijks spoelen er vele dode bruinvissen aan langs de Nederlandse kust. De oorzaken waaraan deze dieren sterven zijn zeer divers: ouderdom, ziekte, vervuiling of verongelukken. En door dat te onderzoeken, kunnen eventuele maatregelen worden genomen om bepaalde oorzaken weg te nemen of de kansen op verongelukken, zoals in visnetten, te verkleinen.

    Verder kan men ook veel leren over bijvoorbeeld de voedselkeuze van deze dieren. Er is nog steeds relatief weinig bekend over de levenswijze van walvissen en dolfijnen, omdat de dieren in het wild moeilijk te bestuderen zijn. En door de maaginhoud te bekijken, kan men ontdekken wat deze dieren zoal eten.

    De snijsessie is een internationaal gebeuren want de patholoog anatomen, vijf in totaal, die de secties verrichten komen uit verschillende landen en hebben elk hun eigen specialiteit. Zij worden bijgestaan door studenten en specialisten die ook weer elk hun eigen specialiteit hebben op het gebied van dolfijnen. Op deze manier worden echt alle mogelijke aspecten bekeken en is de kans dat er zaken over het hoofd worden gezien minimaal. Het op deze manier verrichten van onderzoek aan bruinvissen, op dergelijke grote schaal en met zoveel specialisten tezamen, is heel bijzonder en geeft een grote hoeveelheid betrouwbare gegevens.

    De betrouwbaarheid staat en valt natuurlijk met een goede administratie. Dat begint al op het moment dat een dode bruinvis op het strand wordt gevonden. Vindplaats en datum moeten worden genoteerd en het is natuurlijk belangrijk dat duidelijk blijft welke bruinvis welke was zodra zij worden bewaard voor onderzoek. Hiervoor doen de vinders bijvoorbeeld vaak al een opvallend label met een nummer aan de staart of rugvin van het dode dier. Dit nummer verwijst naar de vindgegevens van betreffende bruinvis in een database.

    Zodra de dode bruinvis eenmaal op de snijtafel ligt, is het belangrijk dat de patholoog anatomen allemaal op dezelfde manier hun dier onderzoeken en hun bevindingen noteren. Hiervoor is een protocol opgesteld dat precies aangeeft hoe een autopsie moet worden uitgevoerd. Uiteindelijk moeten al deze gegevens weer worden gekoppeld aan de vindgegevens van de betreffende bruinvis.

    Dit jaar zijn er meer dan 80 dode bruinvissen onder het mes geweest in Utrecht. Dat zijn er weliswaar veel minder dan dat er dit jaar zijn aangespoeld, maar toch weer zo'n 20 meer dan dat er vorig jaar zijn gesneden.

    Langs vrijwel de gehele kust zijn vrijwilligers actief die de dode (of levende) dieren ophalen en melden aan Naturalis. Deze meldingen komen dan in een landelijke strandingsdatabase, en die gegevens zijn ook zichtbaar via deze website. Veel van deze mensen zijn ook EHBZers (Eerste hulp bij Zeezoogdieren), en zij zijn door Zeehondencrèche Pieterburen opgeleid om op de juiste manier te handelen zodra zij een levend zeezoogdier, meestal een zeehond, in nood aantreffen.

    Dit jaar zijn er waarschijnlijk iets minder dieren gestrand dan het jaar daarvoor. In 2007 stond de teller op 31 december op 339. Nu, in 2008, staat de teller op het moment dat deze tekst werd geschreven op 283 dieren. Daar zullen er voor het einde van het jaar nog wel een paar bijkomen, en de gegevens van de strandingen uit het noorden van het land van het laatste half jaar zullen nog doorkomen, maar men verwacht niet dat het er meer zullen worden dan in 2007. Er lijkt dus weer een langzame afname te zijn van de aantallen. In 2000 lag het aantal zo rond de 100, en in  2004 was dat al boven de 200, en wel 211 om precies te zijn. In 2005 werden al 316 gestrande dieren geteld. En het absolute hoogtepunt (of liever: dieptepunt) was 2006 met 546 gestrande dieren. Zoals gezegd, de aantallen zijn nu weer aan het afnemen. Deze schommeling in aantallen lijkt gelijk te lopen met de aantallen levende dieren in de Noordzee. In 2006 werden ook zeer veel levende dieren waargenomen, en dat is de afgelopen twee jaar ook weer afgenomen. Dit wil overigens niet per sé zeggen dat het slechter gaat met de bruinvis. Het kan ook betekenen dat zijn prooidieren op dit moment minder in de Noordzee aanwezig zijn waardoor ook de bruinvis dus minder hier aanwezig is.

    Interessant is bijvoorbeeld om te melden dat gestrande dieren die al deels bedorven zijn, die dus langere tijd op zee hebben gedreven alvorens zij op de kust aanspoelden, vrijwel altijd goed gevulde magen hebben. Het idee is dat deze dieren ver uit de kust zijn overleden, terwijl de zeer verse bruinvissen, die dus vlak bij de kust zijn overleden en snel op het strand zijn aangespoeld, vaak mager zijn en lege magen hebben. Deze en nog veel meer bevindingen kunnen alleen worden gedaan met degelijk grootschalig onderzoek zoals dat nu al 3 jaar door IMARES en het NIOZ word uitgevoerd. Zodra de resultaten van deze snijsessie bekend zijn, dan zal dit via deze website bekend worden gemaakt.

     

     

    Een dode bruinvis wordt laag voor laag gestript om alle onderdelen aan een nauwkeurige blik te onderwerpen.

    Ingewanden, zoals de darmen, worden verwijderd om door andere specialisten verder te worden onderzocht.

    Okka Jansen en Mardik Leopold (IMARES) onderzoeken de maag- en darminhoud op voedselresten.

    De graatresten van een gegeten vis in een bruinvismaag.

    Een student sorteert nauwkeurig alle (graat)resten uit de maaginhoud.

    Niels van Elk, dierenarts bij het Dolfinarium Harderwijk, verwijdert voorzichtig en vakkundig de ingewanden uit een bruinvis.

    Thierry Jauniaux, veterinair patholoog-anatoom aan de Universiteit van Luik, beoordeelt een bruinvis op zijn doodsoorzaak en laat zijn bevindingen op de juiste manier noteren door een student.

    Een label in de staart, aangebracht door de vinder van het dode dier. Aan de hand van dit nummer is duidelijk dat dit de bruinvis is die op 3 oktober 2008 is gevonden op het strand bij Ouddorp (zie ook in de strandingslijst van de bruinvissen elders op deze site).

    Kees Camphuysen (NIOZ) verwerkt samen met een student alle bevindingen van de patholoog anatomen op de juiste manier in de computer.

     

    Hein van Grouw (senior-collectiebeheerder vogels & zoogdieren, Naturalis)