Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Bultrug en potvis stranden vrijwel gelijktijdig

    Het is natuurlijk niemand ontgaan dat er in december 2012 twee grote walvissen zijn gestrand op dezelfde locatie: op woensdag 12 december liep een levende bultrug aan de grond bij de Razende Bol, een zandplaat aan de zuidwestkant van Texel, drie dagen later gevolgd door een dode potvis.

    De bultrug

    Met name de bultrug genereerde enorm veel publiciteit. Het is nooit een een vrolijk gezicht als een waterdier op het droge ligt te spartelen, maar het is ook vrijwel onmogelijk om zo'n enorm beest terug in zee te duwen zonder hem schade te berokkenen. De emoties liepen hoog op: enkelen meenden dat de natuur zijn vrije loop laten het beste voor het dier zou zijn, anderen vonden dat euthanasie plegen humaner was, terwijl weer anderen dachten te kunnen helpen door hem terug in zee te slepen. Op zondag 16 december gaf het dier de geest.

    De bultrug was dagelijks nieuws en er is zo veel over geschreven en gezegd, dat het internet er bol van staat. Wij gaan dat daarom niet herhalen.

    Op dinsdag 18 december is het kadaver door een team van Naturalis ontleed, daarbij bijgestaan door mensen van afdeling pathologie van de faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht. Bij het op de kade takelen door een kraan is het kadaver gewogen en gemeten: de weegschaal gaf 16 ton aan, het meetlint 10 meter en 34 centimeter. Het skelet is naar Naturalis in Leiden vervoerd. Nadat alle vlees-, vet- en bloedresten zijn verwijderd, wordt het skelet toegevoegd aan de wetenschappelijke collectie en is het beschikbaar voor onderzoekers. Mogelijk wordt het in de toekomst ook tentoongesteld.

       
    De bultrug aan de kade en het optakelen ervan.

    Omdat er meer dan twee dagen waren verstreken tussen overlijden en sectie, was het kadaver al aan het ontbinden. Bedenk dat zo'n walvis, een zoogdier net als wij, een lichaamstemperatuur heeft die vergelijkbaar is met die van ons. Alle walvissen hebben een dikke onderhuidse speklaag, die ze beschermt tegen het koude zeewater. Als een walvis overlijdt, blijft de speklaag gewoon isoleren, waardoor de organen al spoedig rotten. Doordat bacteriën hun werk blijven doen, loopt de temperatuur snel op. Dit is op de foto's goed te zien aan het dampende kadaver. Orgaanonderzoek zal daardoor moeizaam zijn, maar de resultaten worden binnenkort verwacht. Omdat het dier dagen niet meer had gegeten, was de maag leeg. Er zijn huidmonsters genomen voor DNA-analyse en er zijn vele foto's gemaakt. De onderstaarttekening van bultruggen verschilt per individu. Er bestaan verschillende databases met foto's van bultrugonderstaarten. De foto's van de bultrug van de Razende Bol zullen aan een of meerdere van deze databases worden toegevoegd. Op de bultrug zijn walvisluizen aangetroffen behorend tot de soort Cyamus boopis Lütken, 1870, een walvisluis die specifiek op deze soort leeft. Er zijn enkele exemplaren verzameld. Uit de ingewanden van de bultrug konden geen parasieten meer worden verzameld. Op de kop zat een grote zeepok; ook die is verzameld. Het bleek Coronula diadema (Linnaeus, 1767).

             

    De foto's tonen bovenkant staart (zie voor een klein stukje onderkant de melding op de website), het leeglopen van de rottende tong, en details van kop en binnenkant bek, met het verhemelte, baleinen aan beide zijden en de opgezwollen tong (rechts). In detail de zeepok Coronula diadema.

    Het was al de zevende dode bultrug voor ons land. Vóór 2003 is er nog nooit een dode of levende bultrug in ons land gesignaleerd. Er is al veel gespeculeerd over het waarom van deze recente toename. Hoewel het koffiedikkijken blijft, zal het stoppen van de walvisvaart zeker hebben bijgedragen aan het herstel van de Atlantische bultrugpopulatie. Of het verschijnen in de Noordzee van blijvende aard is, zal de toekomst leren. In tegenstelling tot wat wel beweerd wordt, is de Noordzee een uitstekende leefomgeving voor bultruggen. Deze soort is namelijk gewend om in relatief ondiep water zijn kostje bijeen te scharrelen. Tegenwoordig zwemt er 's winters dicht onder onze kust veel vis, waaronder zandspiering, haring en sprot. Dit trekt grote aantallen alkachtigen, futen, zeeduikers, meeuwen, bruinvissen, beide soorten zeehonden en kennelijk ook meerdere bultruggen, want sinds augustus 2012 zijn er ten minste drie, mogelijk zelfs zes verschillende individuen gesignaleerd. Hoopvol is dat na de stranding op de Razende Bol er nog altijd drie verschillende bultruggen worden gezien: op 20 december is een groot exemplaar op zee waargenomen voor de kust bij Castricum. Vogelwaarnemers van Imares hebben deze foeragerende walvis toen zeker een kwartier lang van dichtbij kunnen observeren. Zij benadrukten dat er beslist geen tweede exemplaar in de buurt was. Diezelfde dag meldden waarnemers van de KNRM, die ook met een boot ter plaatse waren, evenwel een bultrug met jong. Vanaf 9 januari zijn er twee gemeld door vogeltellers en anderen bij Egmond aan Zee. Er zijn op moment van schrijven dus vermoedelijk nog steeds drie bultruggen in Nederlandse wateren, die alle in uitstekende conditie lijken te zijn.

    De potvis


    Het uitspreiden van het zeil waar de potvis op gesneden gaat worden. 

    De potvis van de Razende Bol spoelde op 15 december dood aan. Ondanks zijn indrukwekkende formaat sneeuwde hij wat onder bij al het nieuws over de bultrug. Omdat het logistiek te ingewikkeld en te gevaarlijk was om de kadavers ter plekke te ontleden, zijn beide naar Texel versleept. De potvis was ongeveer 15 meter lang (exact meten scheen lastig te zijn) en woog maar liefst 26,8 ton. Het was, zoals alle in ons land strandende potvissen, een mannetje. Het skelet zal te zijner tijd worden tentoongesteld.

        
    De potvis in de takels, bovenaanzicht staart en het eerste wegsnijden van spek.

    Omdat strandingen van alle grote walvissen, zoals potvissen, zo bijzonder zijn en altijd al aandacht hebben gegenereerd, zijn er tot in de 'grijze oudheid' strandingen van dergelijke grote dieren uit ons land bekend. De oudste potvisstrandingen uit ons land, voor zover we nu weten, stammen uit het jaar 1255. De potvis van december 2012 is nummer 66 voor ons land.

       
    De onderkaak met de ivoren tanden, detail van spierweefsel, het wegtakelen van de speklaag en stukken spek op de kade.

    Interessant was dat deze potvis naast vijf fraaie stukken amber, tezamen 83 kilo zwaar, ook voedselresten in zijn maag had. Potvissen die in de zuidelijke Noordzee stranden hebben vaak een lege maag, omdat zij al dagen niet meer hebben kunnen eten. De dieren jagen op grote diepte op reuzeninktvissen, en die komen in de ondiepe zuidelijke Noordzee niet voor. De potvis was behoorlijk vers, maar omdat het team pathologen van de Universiteit van Utrecht helaas niet aanwezig was bij de sectie, blijft daarom ook bij dit dier de doodsoorzaak onduidelijk. De maaginhoud is verzameld en zal zo spoedig mogelijk gedetermineerd worden. Hopelijk leert determinatie ervan ons iets meer over dit individu.

       
    De geopende maag met uitpuilende inhoud, vloeibare en gestolde spermaceti en drie van de vijf brokken amber uit de ingewanden.

    Naast weefselmonsters zijn ook wat ectoparasieten verzameld. Het ging om kreeftachtigen (zie foto) met een wormachtig uiterlijk. Zij leven met hun kop diep in het walvisvlees; het achterlijf steekt door de huid naar buiten. De meeste dieren zijn niet in hun geheel verzameld, maar een enkel exemplaar kon met 99% zekerheid gedetermineerd worden als Pennella balaenoptera Koren & Danielsen, 1877, een soort die ook is aangetroffen op de gewone vinvis van januari 2012 te Vlissingen. Pennella filosa, waarvan bekend is dat die eveneens op potvissen leeft, kan niet geheel worden uitgesloten, omdat enkele indicatieve aanhangselen op de kop ontbraken. Misschien dat DNA-analyse van deze dieren nog uitsluitsel kan geven. Enkele andere verzamelde parasieten moeten nog bekeken worden door specialisten. Behalve parasieten zaten er op de kop van de potvis nog kleine zeepokken. Tot welke soort deze behoren is nog niet bekend.

       
    Een brok spek met daar doorheen het voorste stuk van een parasiet (Pennella, zie tekst). Rechts het karkas grotendeels ontvleesd en klaar voor demontage.

    Op 9 oktober 2013 plaatste Ecomare op Texel, die het skelet gaat tentoonstellen, een interessant bericht over de leeftijdsbepaling van deze potvis op hun pagina: op basis van jaarringen in een tand deze potvis is naar schatting 50-55 jaar oud geworden. Klik hier voor meer informatie (en bewonder daar de prachtige foto's).

    Voor het schrijven van dit stukje is dankbaar gebruik gemaakt van informatie van Herman Cremers (Universiteit Utrecht), Jooske IJzer (Universiteit Utrecht), Mardik Leopold (Imares), Steven van der Mije (Naturalis) en Adrie Vonk, waarvoor hartelijk dank. De foto's zijn van Ans Molenkamp, Herman Cremers (parasiet) en Jooske IJzer (staart bultrug).