Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Alweer een gewone vinvis in augustus

    Op 7 augustus meldde de kustwacht dat er tijdens een verkenningsvlucht om 09:45 uur een dode walvis was gezien, ongeveer op de grens van Nederland en Engeland, 92 kilometer uit de kust bij Den Haag. Omdat het kadaver kennelijk niet in de (vaar)weg lag is er geen actie ondernomen. De begeleidende foto's toonden een gewone vinvis die al enige tijd dood was. Het dier dreef op zijn zij in het water en was in volle lengte zichtbaar (figuur 1 linker foto). De normale donkergrijze kleur was ongeveer in het midden van de linkerflank verkleurd naar geel, misschien omdat hier de opperhuid was verdwenen, misschien ook vanwege rotting, misschien omdat het dier op deze plek was geraakt door een schip en misschien ook wel door een combinatie van deze drie factoren. Iets verder richting de staart was de opperhuid kennelijk nog aanwezig en had het dier de gebruikelijke donkergrijze kleur, maar was ook een duidelijke donkerrode tint zichtbaar. Ongeveer ter plaatse van de gele vlek liep een soort 'band' of 'afdruk' vanaf de rug over de flank naar de buik. De staartwortel en een deel van de staartvin waren wit, net als vrijwel de gehele rug, met hier en daar plekjes donkere opperhuid. Op twee plekken op de buikzijde puilden de ingewanden eruit, ter hoogte van de navel en ter hoogte van de genitale spleet. Het kadaver was duidelijk aan het rotten, niet alleen gezien de verkleuring maar ook omdat hij flink boven het wateroppervlak uitstak, vanaf foto's gemeten misschien wel een meter. Een week na de eerste melding dreef het kadaver meer op zijn rug dan op zijn zij en bolden buik en vooral keel op, de buik vanwege rotting in de darmen, de keel misschien wel vanwege de rottende tong (figuur 1 rechter foto). De gehele onderzijde was nu roestbruin. Hoewel het niet makkelijk te zien is, zijn op 7 augustus de beide onderkaakhelften nog 'bijelkaar' en zijn de baleinen nog in de bovenkaak aanwezig; een week later, op 15 augustus, bungelen beide onderkaakhelften los in het water en lijken de baleinen weg te zijn. Op de eerste foto van 7 augustus waren er zo'n 150 noordse stormvogels om het kadaver heen verzameld (op de foto hieronder niet zichtbaar, misschien omdat ze zijn geschrokken van het vliegtuig), op latere foto's waren die niet meer te zien.

    Figuur 1. Foto's van de gewone vinvis op 7 augustus (linker foto, gemaakt door de kustwacht) en 15 augustus (rechter foto, gemaakt door Dolph Kamphuis).

    Gestaag naar noordoost

    Wij hebben aan de kustwacht gevraagd om indien mogelijk ook op de volgende dagen de posities van het kadaver door te geven, zodat de route kon worden gevolgd. De reststroom voor de Nederlandse kust is noordoost gericht, dus het lag voor de hand dat het kadaver zich ook in die richting zou verplaatsen. Met behulp van foto's hoopten we het afbraakproces te kunnen volgen. Er is niet veel bekend over snelheid en volgorde van verval van dode walvissen. We verwachtten dat als eerste de baleinen uit de kop zouden vallen en vervolgens de hele kop er zou afvallen, mits het kadaver daar de tijd voor zou krijgen, want daarvoor moet de rotting een eind op weg zijn.

    Figuur 2. Posities, met datum (in zwart) en de afstand (in kilometers, in rood) van de gewone vinvis in augustus 2017, vanaf eerste dag van melden op 7 augustus tot en met dag van stranden op 20 augustus.

    Dankzij diverse kapiteins en de kustwacht zijn van vier verschillende dagen meldingen ontvangen, mét posities. Wij hebben de posities op een kaart ingetekend en de afstanden berekend (figuur 2). De eerste week verplaatste de walvis zich in oostzuidoostelijke richting met een gemiddelde snelheid van slechts 6 kilometer per dag. In die periode was de wind steeds zwak en kwam uit variabele richtingen, zij het met een duidelijke westcomponent  Daarna ging het inderdaad noordoostwaarts (bij een zwakke wind uit ZZW), eerst heel traag, gemiddeld 3 kilometer per dag, daarna steeds sneller, totdat de walvis de laatste dagen een sprint inzette en met gemiddeld maar liefst 23 kilometer per dag voortraasde. Vanaf 17 augustus was de wind krachtig, ZW tot WZW 5-6 Beaufort.

    Zoals inmiddels bekend spoelde de walvis op 20 augustus aan op Texel bij strandpaal 17, juist ten zuiden van De Koog. Eenmaal gestrand was er natuurlijk geen fraaie walvis meer te zien, alleen nog maar een hoop rottend vlees. Het dier, een vrouwtje, was ruim 18 meter lang – de schatting op zee van 20 meter was dus bijzonder goed! In het midden vertoonde de walvis een knik en precies daar waren ook ribben en wervels gebroken. Bovendien was er geronnen bloed in de buikholte. Dit zijn duidelijke aanwijzingen dat de vinvis bij leven is aangevaren en als gevolg daarvan is overleden. Of het dier daarvoor al in slechte conditie was en bijvoorbeeld ziek aan het oppervlak dobberde was niet meer te zien, maar de maag en darmen waren goed met krill gevuld, wat suggereert dat het de walvis tot aan de aanvaring voor de wind is gegaan.

    Gewone hoop vormeloze vinvis op het strand op Texel. Let ook op het bordje 'besmettingsgevaar' links.  Foto: Mardik Leopold

    Vinvis in augustus een jaarlijks terugkerend ritueel?

    Wij zijn de laatste jaren dermate gewend geraakt aan gewone vinvissen, dat we ons niet meer realiseren hoe bijzonder het is om die soort in onze omgeving te vinden. Als we strandingen bekijken sinds 1900, dan zien we een piek tijdens de Eerste Wereldoorlog (figuur 2; 4 exemplaren; zie ook Van Deinse 1931) en vervolgens een enorm 'gat' tot begin jaren 2000, met alleen twee geïsoleerde strandingen in 1944 en 1956. Vanaf 1998 gaat het 'los' met 14 strandingen in totaal, en sinds 2011 zelfs bijna jaarlijks 1 (in vier jaren) of 2 (in twee jaren).

    Figuur 2. Aantal aangespoelde gewone vinvissen in Nederland per jaar vanaf 1900 tot en met 2017.

     

    Figuur 3. Procentuele aandeel gestrande gewone vinvissen per maand (open staven, n=39) en apart voor gewone vinvissen vanaf 1998 (n=14).

     

    Ook over het jaar is er een verandering opgetreden: alle 39 gewone vinvissen in de database zijn behoorlijk gelijkmatig over het jaar verdeeld met in elke maand ten minste 1 stranding, met uitzondering van februari (figuur 3). Sinds 1998 is er echter een piek in augustus, veroorzaakt door 6 van de 14 vinvissen. We kunnen natuurlijk alleen maar gissen naar de oorzaak, maar enkele zaken zijn glashelder: gewone vinvissen komen niet voor hun plezier in de zuidelijke Noordzee, de soort is in de (na)zomer algemeen in de Golf van Biskaje (Hammond et al. 2017) en ten minste enkele van de gewone vinvissen die in Nederland zijn onderzocht, zijn doodgegaan door botsing met een schip. Alleen de toekomst zal leren of we dit vaker gaan meemaken, maar het feit dat een groeiend aantal gewone vinvissen in de zomer samenscholen in de Golf van Biskaje terwijl er zeker niet minder grote zeeschepen via dat gebied door het Kanaal de Noordzee in komen doet het ergste vrezen.

    Ik ben veel dank verschuldigd aan René Bakker, Maaike Bink, Hilde Kertész en Erik Maassen van de kustwacht en kapiteins Anno Crone, Dolph Kamphuis en Peter voor het doorgeven van de posities en foto's. Mardik Leopold van Wageningen Marine Research en Arthur Oosterbaan van Ecomare deelden hun bevindingen over de buiten- en binnenkant van het kadaver en hun foto's.

    Referenties

    Hammond P.S., C. Lacey, A. Gilles, S. Viquerat, P. Börjesson, H. Herr, K. Macleod, V. Ridoux, M.B. Santos, M. Scheidat, J. Teilmann, J. Vingada & N. Øien 2017. Estimates of cetacean abundance in European Atlantic waters in summer 2016 from the SCANS-III aerial and shipboard surveys. Report St. Andrews, Schotland.

    van Deinse A.B. 1931. De fossiele en recente cetacea van Nederland. Dissertatie, Utrecht.