Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Het sociale leven van de potvis

    Evenals de meeste andere tandwalvissen, leeft de potvis in kuddeverband. Alle levensverrichtingen spelen zich af binnen de hechte structuur van de groep. Vooral de laatste jaren is men veel te weten gekomen over de samenstelling van deze groepen. Dit was mogelijk door ze met zeilboten te volgen en zo veel mogelijk dieren van dichtbij te fotograferen. Alle potvissen zijn individueel herkenbaar. Goede kenmerken zijn de vorm van de staartvin en van de knobbels op de rug; soms kan men ook andere bijzonderheden waarnemen, zoals bepaalde littekens of een afwijkend kleurpatroon. Vooral de staartvin is belangrijk. Voordat een potvis begint aan een diepe duik, steekt hij zijn staart boven water uit, waardoor het silhouet met al zijn onregelmatigheden duidelijk is te zien. Door al die staartvinnen en ruggen te fotograferen, heeft men hele archieven van individuele potvissen kunnen aanleggen. Mannetjes en wijfjes kan men in veel gevallen onderscheiden, doordat het merendeel van de vrouwtjes een soort eeltplek op de rugvin heeft. Door analyse van het beeldmateriaal kan men de samenstelling van een groep bepalen en eventuele veranderingen in de loop van de tijd volgen.

    Potviskudde

    De kern van een potviskudde wordt gevormd door een groep van vermoedelijk onderling verwante wijfjes met hun kleinere en grotere jongen. Zo'n groep bestaat gewoonlijk uit twintig tot veertig dieren en splitst zich dikwijls op in enkele subgroepen. Als er sprake is van grotere concentraties potvissen, heeft een aantal groepen zich waarschijnlijk tijdelijk bijeengevoegd; er zijn wel associaties van enkele duizenden dieren waargenomen. De familiegroepen houden zich bijna uitsluitend op in warmere wateren, tussen veertig graden noorder- en zuiderbreedte. In de noordelijke Atlantische Oceaan komen ze echter voor tot 45 tot 50 graden noorderbreedte; als gevolg van de Golfstroom is het water op deze breedte nog betrekkelijk warm.

    Hardhandige kennismaking

    Na een draagtijd van veertien tot vijftien maanden komt in zo'n groep de potvisbaby ter wereld. Op het noordelijk halfrond worden de jongen in de regel tussen mei en september geboren. Vlak voor de geboorte beweegt de potvismoeder haar kop en staart in een soort U-vorm omhoog en vervolgens omlaag, waarbij de rug zo ver mogelijk wordt gekromd. Het kalf is bij de geboorte ongeveer vier meter lang. De andere dieren van de groep zijn hevig geïnteresseerd in deze gebeurtenis en in het pasgeboren kalf. De eerste kennismaking met zijn kuddegenoten verloopt voor het jong niet altijd even zachtzinnig: het wordt van alle kanten heen en weer geduwd en bekeken. Op deze manier leren de groepsgenoten de nieuwkomer waarschijnlijk snel en goed kennen. Bescherming van de pasgeboren jongen door de oudere dieren is van levensbelang als er haaien of orka's in de buurt zijn. Haaien worden aangetrokken door het bloed en de nageboorte van het moederdier, maar zowel haaien als orka' s kunnen ook potviskalveren aanvallen. Het is duidelijk dat het leven in zee zijn gevaren kent, ook voor zulke grote dieren als potvissen, en een hechte sociale structuur vormt daartegen een goede bescherming.

    Oppas

    Potvisvrouwtjes passen dikwijls op elkaars jongen, bijvoorbeeld wanneer de moeder naar de diepte duikt om voedsel te zoeken. De kalveren kunnen haar daar aanvankelijk nog niet volgen. Ook wordt vermoed dat potvissen elkaars jongen zogen. De jongen eten hun eerste vaste voedsel voordat ze een jaar oud zijn, maar ze worden zeker twee jaar gezoogd; de dieren zijn dan zes tot zeven meter lang. Ook daarna wordt er nog melk gedronken, bij de eigen moeder of bij een ander dier. Wijfjes kunnen dit doen tot ze ongeveer zeveneneenhalf jaar oud zijn, mannetjes zelfs tot op dertien-jarige leeftijd. Dit drinken van oudere jongen heeft vermoedelijk vooral een sociale functie.

    Zwervende mannetjes

    Als de jonge potvissen de 'puberteit' bereiken, gaan wijfjes en mannetjes verschillende wegen. Een deel van de vrouwtjes blijft in de kudde waarin ze geboren zijn; maar het lijkt erop dat een ander deel zich, samen met hun mannelijke leeftijdgenoten, van de groep afscheidt en een gemengde kudde opgroeiende potvissen vormt. Wellicht blijft er, wat de vrouwtjes betreft, uitwisseling bestaan tussen deze en de oorspronkelijke groep. In elk geval voegen de wijfjes zich op latere leeftijd weer bij een kerngroep; of dat altijd dezelfde is als die waarin ze zijn opgegroeid, is niet duidelijk. De leeftijd waarop de mannetjes de kerngroep verlaten, varieert nogal: van vijf tot vijftien jaar. De jonge stieren vormen hun eigen groepen, al of niet samen met de jonge wijfjes. Hoe ouder de dieren worden, hoe kleiner de eenheden, en de oudste potvisstieren leven solitair of in groepjes van hooguit vier. De (groepen van) mannetjes zwerven over enorme afstanden uit en de oude stieren bereiken 's zomers soms de rand van het pakijs in de poolzeeën. 's Winters trekken de meeste dieren weer naar het zuiden (of, op het zuidelijk halfrond, naar het noorden), hoewel er het hele jaar door wel mannetjes op hogere breedten aanwezig zijn. Weliswaar trekt ook een deel van de wijfjes met jongen 's zomers in dezelfde richting, maar ze komen zelden boven de eerder aangegeven grenzen. Het is nu duidelijk hoe het komt dat er op onze breedte vrijwel uitsluitend mannelijke potvissen stranden: de wijfjes komen hier niet in de buurt.

    Voortplanting

    Over het gedrag van de potvisstieren tijdens de voortplanting bestaan nogal wat misvattingen. Tot voor kort dacht men dat de potvis er een soort 'haremstructuur' op nahield, waarbij een grote stier een kudde wijfjes 'veroverde', deze bleef vergezellen of zelfs leiden, en successievelijk met alle vruchtbare wijfjes paarde. Er zouden hevige gevechten plaatsvinden om het bezit van zo'n kudde. Dit beeld is echter onjuist. Het lijkt er veeleer op, dat de geslachtsrijpe stieren zich van groep naar groep begeven, op zoek naar een wijfje dat vruchtbaar is en bereid tot een paring. Potvisvrouwtjes zijn slechts eenmaal in de drie à vijf jaar vruchtbaar; de rest van de tijd zijn ze drachtig, of verzorgen ze hun jong. Er zijn dan ook in elke groep waarschijnlijk perioden waarin er met geen enkel vrouwtje gepaard kan worden.

    De associatie van een stier met een groep vrouwtjes is dus meestal van korte duur. De paring duurt niet langer dan dertig seconden. De dieren paren buik aan buik: horizontaal in het water, of verticaal oprijzend. Het zal duidelijk zijn dat de volwassen mannetjes geen enkele rol spelen bij het grootbrengen van de jongen.

    Kliksignalen

    Geluid speelt de hoofdrol in de communicatie tussen tandwalvissen; dat geldt ook voor de potvis. De leden van een groep staan bijna voortdurend met elkaar in contact via allerlei geluidssignalen, hoewel er ook perioden van stilte zijn. Men kent van de potvis alleen klikkende geluiden, geen fluittonen, zoals die bij dolfijnen voorkomen. Waarschijnlijk worden deze signalen zowel gebruikt voor allerlei vormen van sociaal contact als voor echolocatie (of allebei tegelijk). Kortere of langere reeksen kliks worden gecombineerd tot bepaalde series, variërend van een signaal per tien seconden tot snelle reeksen van negentig of meer signalen per seconde.

    De betekenis van al die geluiden is nog niet ontrafeld. Een heel opvallend aspect is het voorkomen van bepaalde reeksen kliks die individueel verschillen en waaraan de potvissen elkaar kunnen herkennen. Deze zogenaamde 'coda's' worden bijvoorbeeld ten gehore gebracht wanneer twee dieren elkaar naderen, maar ook tijdens andere activiteiten. Het is alsof elke potvis steeds zijn eigen 'naam' roept. Behalve deze individuele coda's zijn er ook die door de leden van een groep gezamenlijk worden gebruikt. Er ligt hier nog een enorm veld voor onderzoek braak, dat zich pas heeft geopend met de ontwikkeling van de moderne geluidstechniek.

    Tekst van dr. C. Smeenk en drs. M.J. Addink uit:
    Op het strand gesmeten; Vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust  © Teylers Museum, Zuiderzeemuseum en Walburg Pers, 1992

     

    Terug naar het overzicht