Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    De potvis - inleiding


    Potvisstranding bij Berckhey op 2 februari 1598. Gewassen pentekening van Hendrick Goltzius.

    Een potvis op het strand! Door alle eeuwen heen betekende dit nieuws grote opwinding en bedrijvigheid. Van heinde en verre stroomden de mensen toe om dat wonderlijke beest te bekijken, en op het strand ontstond al gauw een soort kermissfeer. Verdienden vroeger de verhuurders van rijtuigen en karren aan zo'n gebeurtenis goed geld, in deze tijd raken de wegen naar het strand verstopt door onontwarbare verkeersfiles. Werd het spektakel vroeger vastgelegd door de schrijvers van pamfletten en kronieken, tekenaars, schilders en graveurs, vandaag storten de massamedia en fotografen zich op het arme dier, en heel het land leeft mee. Veel potvisstrandingen zijn dan ook goed gedocumenteerd.

    Een potvis is nog steeds een vreemd en indrukwekkend schepsel, een echt zeemonster. Waar zo'n dier vandaan kwam, hoe het leefde, wat het at: het waren vragen waarop men vroeger geen antwoord had. Men kende de potvis hoogstens als aangespoelde rariteit of verkondiger van onheil, niet als een levend wezen dat zijn eigen plaats heeft onder de dieren der zee. Dat is begrijpelijk: potvissen horen in het zuiden van de Noordzee niet thuis. En als men op verre reizen al eens potvissen tegenkwam, zagen die er zo anders uit dan de groteske monsters op het strand, dat de meeste zeelieden ze nauwelijks herkend zullen hebben. De schaarse biologische kennis die men van de potvis had, was dan ook vrijwel geheel gebaseerd op de studie van dode exemplaren.

    Groeiende kennis

    De laatste twee eeuwen is er over de potvis meer bekend geworden. Met de opkomst van de walvisvaart op volle zee en naar verre streken ging men ook jacht maken op potvissen. De eerste gegevens over verspreiding en levenswijze van deze zeezoogdieren kwamen van de Britse en Amerikaanse walvisvaart in de negentiende eeuw; het klassieke boek van Thomas Beale uit 1839 bevat de eerste wetenschappelijke verhandeling over de potvis. In de twintigste eeuw is onze kennis snel toegenomen. Wel was (en is) het onderzoek in de eerste plaats gericht op die aspecten van de potvisbiologie, die van nut waren voor de exploitatie van deze dieren door de mens. Maar langzamerhand kreeg men meer belangstelling voor de ecologie en levenswijze van de potvis, al waren de studies tot voor kort nog grotendeels gebaseerd op gegevens uit de walvisvaart.

    Pas in de jaren tachtig zien we een geheel andere benadering, min of meer als uitvloeisel van de toenemende strijd tegen de commerciële walvisjacht. Men probeert nu potvissen (en andere walvissen) in hun doen en laten te observeren zonder ze te storen. Fotografie en geluidstechniek zijn daarbij onmisbare hulpmiddelen. In vergelijking met vroeger weten wij nu heel wat over het leven van de potvis. Maar hoe meer we ontdekken, hoe meer het ons duidelijk wordt dat we hier te maken hebben met één van de meest raadselachtige dieren van de zee. Het ontrafelen van elk stukje potvisbestaan roept nieuwe vragen op. Eigenlijk weten we van de potvis nog maar heel weinig.

    Tekst van dr. C. Smeenk en drs. M.J. Addink uit:
    Op het strand gesmeten; Vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust  © Teylers Museum, Zuiderzeemuseum en Walburg Pers, 1992

    Terug naar het overzicht