Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    De kop

    We kunnen in dit bestek helaas niet ingaan op de inwendige bouw van de walvissen in het algemeen, of van de potvis in het bijzonder. Voor één onderdeel moeten we echter een uitzondering maken: de kop. Om dit overheersende lichaamsdeel (de pot) waaraan het dier zijn naam dankt, kunnen we natuurlijk niet heen.


    Potvisschedel, van boven gezien. De brede, schotelvormige snuit draagt het spermaceti-orgaan. Tekening van de schedel van één van de bij Terneuzen gestrande dieren, 1937. Tekening M.A. Koekkoek.


    Dezelfde potvisschedel, van de achterkant en zijkant gezien. Tekening M.A. Koekkoek.

    Zetel van Neptunus

    De schedel is uiterst merkwaardig van vorm. Het achterste gedeelte is opvallend plat en ziet eruit als een hoge, rechtopstaande kam, in de vorm van een halve cirkel. Het voorste gedeelte, de snuit, is naar verhouding buitengewoon lang en breed. De bovenkant is vlak en naar achteren enigszins schotelvormig verdiept, waar de opstaande randen van de bovenkaak aansluiten bij het kamvormige deel van de schedel. Het geheel maakt een beetje de indruk van een enorme fauteuil of zitkuip en wordt wel de 'zetel van Neptunus' genoemd. De schedel is rondom de neusgaten sterk asymmetrisch; linker en rechter neusopening zijn zeer ongelijk van grootte, wat zijn weerslag heeft op de symmetrie van de omringende beenderen. Weliswaar is de schedel van vrijwel alle tandwalvissen in dit gebied asymmetrisch, maar bij de potvis heeft dit verschijnsel zijn hoogtepunt bereikt.

    Het hersengedeelte van de schedel is opvallend klein en de hersenen maken slechts circa 0,02 procent van het lichaamsgewicht uit. Desondanks zijn ze, met hun ruim negen kilo bij volwassen mannetjes, zwaarder dan bij enige andere diersoort.

     
    Lengtedoorsnede door de kop van een potvis. (1) spermaceti; het spermaceti-reservoir in de bovenste helft van de kop vormt één geheel, in de onderste helft zit het spermaceti in verschillende kamers die van elkaar gescheiden zijn. (2) verschillende spierbundels. (3) linker neusgang. (4) rechter neusgang. (5) verschillende luchtzakken. (6) tong. (7) strottenhoofd. (8) schedelbeenderen. (9) hersenen. Tekening: G. Behrmann.

    Spermaceti

    Het grootste deel van het inwendige van de kop wordt ingenomen door het 'spermaceti-orgaan'. Deze vorming is uniek voor de potvis; een veel kleinere versie komt alleen bij de dwergpotvissen voor. Het bestaat uit een soort kussen, omgeven door stevig bindweefsel en gevuld met een witte, wasachtige substantie: het spermaceti of walschot. De vreemde naam 'spermaceti' (letterlijk: zaad van de walvis) is het gevolg van de oude misvatting dat het hier ging om het sperma van de potvis. Het spermaceti-orgaan wordt doorsneden door de ademopeningen, die de vorm hebben van lange kanalen. De linker gang loopt van de neusgaten in de schedel rechtstreeks naar het blaasgat vooraan op de kop. De rechter gang is zeer ingewikkeld gebouwd en staat in verbinding met een aantal luchtzakken die rond het spermaceti-orgaan zijn gelegen. Bovenaan en opzij is het inwendige van de kop omgeven door stevige spieren.

    Raadsel

    De functie van het spermaceti-orgaan is nog een raadsel. Er zijn weliswaar allerlei verklaringen bedacht, maar geen daarvan is tot nu toe bewezen of zelfs maar behoorlijk getest. Het orgaan zou een rol kunnen spelen bij het richten van de geluidssignalen en het opvangen van de teruggekaatste echo's; het zou kunnen dienen als reservoir van de stikstof die vrijkomt uit het bloed, als de potvis van grote diepte opduikt (potvissen hebben geen last van caissonziekte). Er is ook gesuggereerd dat het fungeert als een soort drijforgaan. Door afkoeling zou de was snel van dichtheid en dus van soortelijk gewicht kunnen veranderen; bij het duiken zou de kop daardoor relatief zwaarder worden, zodat de potvis met een minimum aan inspanning naar grotere diepte kan afdalen. Hoe die afkoeling precies in zijn werk gaat, is echter niet duidelijk. Door het regelen van de bloedtoevoer rondom het spermaceti-orgaan zou de temperatuur en daarmee de dichtheid van het spermaceti zodanig geregeld kunnen worden, dat de dieren op de gewenste diepte blijven 'zweven'. Bij het bovenkomen zou het orgaan weer uitzetten, doordat er grote hoeveelheden bloed worden aangevoerd. Tenslotte is het niet duidelijk waarom de kop van de mannetjes zo veel groter is dan die van de wijfjes. Mannetjes schijnen nogal eens te vechten, wat te zien is aan het grote aantal krassen op hun kop, veroorzaakt door de tanden van soortgenoten. De enorme kop zou daarbij als stootwapen dienst kunnen doen.

    Hoe mooi en intrigerend al die theorieën ook klinken, vooralsnog geeft de potvis de geheimen van zijn kop niet prijs.

    Tekst van dr. C. Smeenk en drs. M.J. Addink uit:
    Op het strand gesmeten; Vijf eeuwen potvisstrandingen aan de Nederlandse kust  © Teylers Museum, Zuiderzeemuseum en Walburg Pers, 1992

    Terug naar het overzicht