Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2019

    Nieuws 2018

    • Jaaroverzicht 2018

      Het jaar 2018 is wat walvisstrandingen betreft wat saai verlopen. Er zijn geen momenten geweest met extreem veel strandingen en er zijn maar drie bijzondere soorten gestrand. Daarnaast is het jaartotaal van 468 strandingen ruim lager uitgekomen dan het meerjarig gemiddelde van 562 (figuur 1). In recente jaren was alleen het jaartotaal van 2015 nog lager (namelijk 309) en we moeten terug tot 2010 om bij nog meer lagere jaartotalen uit te komen. De meerjarentrend in strandingen is weliswaar nog altijd stijgend, maar dat wordt vooral veroorzaakt door de hoge aantallen in de jaren 2011-2013. Overigens moeten we niet te veel conclusies verbinden aan jaartotalen en trends: het ene jaar is het andere niet en we weten uit het verleden dat wat trends lijken te zijn zomaar kunnen omslaan. Dat het jaar ‘saai’ is verlopen kan ook geïnterpreteerd worden als gunstig: minder dode dieren op het strand zou ook kunnen betekenen dat er minder dieren zijn doodgegaan dan in andere jaren.

       

      figuur 1. Strandingen van bruinvissen (oranje) en andere walvissoorten (blauw) tussen 2000-2018. De stippellijn is het gemiddelde over 2005-2018.

       

      weinig bijzondere soorten gestrand

      Het blijkt eigenlijk pas na zo’n jaar als 2018 hoe we de afgelopen jaren verwend zijn geweest met bijzondere soorten walvissen op het strand. Sinds 2000 zijn er, naast bruinvis, nog 13 andere soorten vastgesteld, met als topjaren 2010, 2014 en 2017, elk met maar liefst 7 soorten! Ook gemiddeld per jaar zijn er sinds 2000 iets meer dan 5 soorten gevonden, dus inclusief bruinvis. Het jaar 2018 was wat dat betreft een teleurstelling: er zijn maar 4 soorten vastgesteld. Je zou zeggen dat hoe meer strandingen er plaatsvinden, hoe groter de kans is dat er ook een andere soort dan bruinvis tussen zit, maar dat is niet het geval: er blijkt geen enkele samenhang te zijn. Het aanspoelen van een andere soort dan een bruinvis is dus geheel toevallig.

      De bijzondere soorten in 2018 waren de gewone dolfijn van Westenschouwen op 16 april, de levende potvis bij Petten op 26 juni en de griend bij Egmond aan Zee op 18 november. ‘Grote afwezigen’ waren dus dwergvinvis (9 exemplaren sinds 2010) en witsnuitdolfijn (8 exemplaren sinds 2010).

      De gewone dolfijn was de 91e voor ons land. Het werkelijke aantal is vast wat hoger,omdat in de database nog 45 ongedetermineerde dolfijnen zitten. In de jaren 1925-1955, toen er een populatie gewone dolfijnen in de Noordzee leefde, spoelden er regelmatig gewone dolfijnen aan, maar liefst 80% van het totale aantal (figuur 2). Daarna is de soort weer een zeldzaamheid geworden. Van alle gestrande gewone dolfijnen is 60% gemeld uit de maanden juli-oktober, maar dat patroon wordt dus sterk beïnvloed door de jaren 1925-1955: in die jaren strandde zelfs 70% in juli-oktober. De soort is daarna weer zeldzaam geworden; tussen 1956 en heden zijn er nog maar 18 gemeld. De piek in het aanspoelpatroon – als daarover nog kan worden gesproken – is nu verschoven naar het vroege voorjaar, want sinds 1980 strandden 7 van de 13 in maart-april en in juli-oktober zijn er slechts 2 gevonden. Misschien zijn de gewone dolfijnen die nu in de winter en lente aanspoelen wel dieren die vanuit Het Kanaal naar het noorden zijn gezworven of gedreven, want langs de Engelse zuidkust overwinteren enkele duizenden gewone dolfijnen, waarvan er vele worden bijgevangen en overboord gekieperd.

       

      figuur 2. Strandingen van gewone dolfijnen in 1925-1955 (oranje) en in de periode daarbuiten (blauw)

       

      Een potvis in juni blijft een bijzonderheid, zeker een levende, want we kennen potvisstrandingen vooral als een winterfenomeen. Toch is van alle potvissen die ooit in ons land zijn gevonden (77 dieren) iets meer dan een op de vier buiten de periode november-februari gestrand; gerekend sinds 1990 (21 dieren) is dit zelfs meer dan een op de drie. Strandingen van levende potvissen zijn uiteraard nog zeldzamer: van de 17 dieren in de periode maart-oktober zijn dit er maar vier! Augustus is in Nederland overigens nog altijd de enige maand zonder potvismelding.

      In het aanspoelpatroon van de 21 grienden is geen enkel patroon te ontdekken. De soort is hier dan ook nog zeldzamer dan potvis en gewone dolfijn, ook al hebben we er recent een aantal gehad: teruggaand in de tijd 18 november 2018, 2 december 2015, 11 januari 2015, 17 december 2014 en 22 mei 2006. In de herfst van 2015 is er ook nog de groep levende grienden voor de kust geweest. Helaas is die hele groep toch op het strand geëindigd, maar dan in Frankrijk. In de negentiende eeuw zijn er naast de 21 gestrande solitaire grienden nog drie strandingen van groepen grienden geweest met in totaal 109 dieren.

      BRUINVIS - dalende aantallen

      Door de jaren heen is er een duidelijk strandingspatroon zichtbaar geworden, met pieken in maart en juli-augustus en de laagste aantallen in de periode november-februari (figuur 3, blauwe lijn). Ook al lijkt elk jaar hier op, elk jaar is toch net even anders. Dit zagen we ook in 2018: de lentepiek was een maand verschoven en viel in april terwijl de zomerpiek, hoewel duidelijk aanwezig, een maand was opgeschoven, met de hoogste aantallen in september. Daarna kelderden de aantallen dramatisch: in november zijn zelfs maar 6 bruinvissen gemeld, het laagste novembertotaal in zestien jaar: sinds 2000 zijn alleen lagere novemberaantallen gevonden in 2000 (namelijk 5) en 2002 (1), maar de jaartotalen van die jaren waren toen sowieso lager (72 in 2000 en 116 in 2002) en lage maandtotalen dus minder bijzonder. Toch waren er zelfs in die twee jaren niet veel maanden met minder dan 6 bruinvissen. Dat de aantallen eind 2018 werkelijk laag waren laat december zien, met slechts 15 strandingen.

      figuur 3. Maandelijkse aantallen gestrande bruinvissen (oranje staven, linker y-as, n=468) en het maandelijks gemiddelde aantal over 2005-2017 (blauwe lijn, n=7279).

      Omdat het totale aantal bruinvissen lager was dan in vorige jaren, wekt het ook geen verbazing dat het gemiddelde aantal aangespoelde dieren per kilometer een stuk lager was dan het meerjarig gemiddelde. Landelijk was dit 1,2, tegenover 1,6 voor 2005-2017. Vooral het Waddengebied en Zuid-Holland bleven achter (figuur 4). Het gemiddelde in Noord-Holland week in 2018 maar nauwelijks af van het meerjarig gemiddelde. In 2015 was het kilometergemiddelde in Noord-Holland extreem laag (0,4), maar dit was in 2016 alweer opgelopen naar 1,0.

       

      figuur 4. Aandeel gestrande bruinvissen voor de vier deelgebieden Delta (D, blauw), Zuid-Holland (ZH, rood), Noord-Holland (NH, groen) en Wadden (W, paars) voor 2018 vergeleken met de periode ervoor. De getallen geven het gemiddelde per kilometer.

       

      Vergelijken we het kilometergemiddelde tussen de deelgebieden, dan was dit in 2005-2017 in de Delta en de Wadden consequent 1,5 tot 3 keer hoger dan voor de Hollandse kust, maar in 2018 was dit verschil verdwenen. De landelijk lage aantallen die hier al eerder voor november-december zijn genoemd, zien we in alle deelgebieden terug. Daarnaast leverden de eerste maanden van het jaar lage kilometergemiddelden in Zuid-Holland, Noord-Holland en de Wadden, en in de Delta in mei-juni.

      sekse en leeftijd

      Het aandeel gemeten bruinvissen blijft door de jaren heen gelukkig gelijk op iets meer dan 50%. De maat is een indicatie voor de leeftijd en geeft dus belangrijke informatie over de samenstelling van de populatie.

      De jongensterfte, gemeten als het aandeel bruinvissen kleiner dan 100 cm in april-oktober, was wat hoger dan gemeten sinds 2005, namelijk 27% tegen 21% (n2018=138, n2005-2017=2839).

      Ook het aandeel gesekste bruinvissen was in 2018 met bijna 55% vrijwel gelijk aan dat in de jaren ervoor. Een interessant fenomeen bij de in ons land aangespoelde bruinvissen is de scheve sekseverdeling. Er is door onderzoekers wel eens geopperd dat in de Noordzee mannetjes verder zuidelijk zouden voorkomen dan vrouwtjes, maar een verklaring daarvoor is nooit gegeven. Eveneens opmerkelijk is dat de sekseverdeling, hoewel die een beetje tussen jaren schommelt, langzaamaan meer gelijk lijkt te trekken: in 2007 was het percentage mannetjes ruim 62%, tegenwoordig is dat 58%. Het verschil lijkt gering en of dit werkelijk wat betekent weten we (nog) niet. Het vermoeden bestaat dat vrouwtjes in het verleden vaker ongesekst bleken (zie ook het jaaroverzicht van 2017), maar omdat er bij een melding tegenwoordig veelal meerdere foto’s worden meegeleverd, zodat op ten minste een ervan de buik goed zichtbaar is, zou dat niet meer van invloed moeten zijn. De bruinvissen die bij de Universiteit Utrecht op tafel verschijnen laten ook een scheve sekseverdeling zien (56% mannetjes, n=958, bron: www.uu.nl/onderzoek/strandingsonderzoek), maar daar ligt het percentage mannetjes dus nog iets lager. De seksratio blijkt bij de in Utrecht onderzochte bruinvissen overigens ook per leeftijdsklasse te verschillen: bij ongeboren dieren is het nog gelijk (hoewel de steekproef met slechts 15 dieren wel erg klein is), bij onvolwassen dieren is het zeer scheef (63% mannetjes) terwijl het bij volwassen bruinvissen is omgedraaid (38% mannetjes; Begeman et al. 2013). Uit alle gestrande bruinvissen blijkt het percentage onvolwassen mannetjes ook hoger te zijn dan het gemiddelde (60%, n=1660) en bij adulten andersom (46%). Het is mogelijk dat mannetjes inderdaad verder zuidelijk voorkomen dan vrouwtjes, of dat mannetjes dichter onder de kust voorkomen en daarmee een grotere kans hebben om aan te spoelen. Er is echter nog een andere verklaring mogelijk, namelijk dat de indeling in leeftijdsklassen niet klopt. Die is gebaseerd op lengte, en omdat mannetjes minder hard groeien dan vrouwtjes maar bovendien eerder seksueel volwassen zijn, zijn groepen die op deze manier worden ingedeeld eigenlijk niet vergelijkbaar. Misschien dat we daar in de toekomst gerichter naar kunnen kijken. In ieder geval blijft het belangrijk om bij te houden, om veranderingen in de populatie te kunnen volgen.

      dankwoord

      Uiteraard is het samenstellen van een overzicht zoals dit niet mogelijk zonder de inzet van alle – jaarlijks tientallen! – vrijwilligers, die keer op keer gestrande walvissen melden aan walvisstrandingen. Wederom hartelijk dank aan allen.

      literatuur

      Begeman L., L.L. IJsseldijk & A. Gröne. 2013. Postmortaal onderzoek van bruinvissen uit Nederlandse wateren 2009 tot 2013. Rapport 2014, departement Pathobiologie, Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht.

      Dit verhaal is ook hier te downloaden als pdf.

      Guido Keijl, Naturalis

    • Maandoverzicht december 2018

      Het zal, na de wel zeer rustige novembermaand, geen verbazing wekken dat ook december weinig spectaculair is verlopen. Ook al zijn er ruim twee keer meer meldingen ontvangen dan de vorige maand, het zijn er slechts 14, veel minder dan het meerjarig gemiddelde voor december, dat op 32 stuks ligt.

      De Delta was in december goed voor 6 meldingen, de Hollandse kust voor 5 en het waddengebied voor 3 (Texel, Vlieland en Terschelling elk 1). Er zijn alleen bruinvissen gevonden en bijzonderheden waren er niet, of het moeten de vijf verscheurde dieren zijn geweest op de Maasvlakte, bij Den Haag en op de drie genoemde Waddeneilanden, mogelijk het werk van enkele grijze zeehonden.

    • Maandoverzicht november 2018

      Er is iets aan de hand met de bruinvis. Normaal stranden er in november gemiddeld 30 op de Nederlandse kust, maar in november dit jaar waren het er maar ..... 6! In de overige jaren zijn het er in november altijd meer geweest dan 10, met uitzondering van 2000 (namelijk 1) en 2003 (8). Nota bene vorig jaar nog noteerden we meer bruinvisstrandingen dan ooit in november: 58. Alleen de toekomst zal leren of dit een gunstig teken is – er gaan er minder dood – of een slecht teken – er zijn er bij ons in de buurt minder. Uit de Delta is deze maand maar 1 bruinvis gemeld, van de Hollandse kust 3 en uit het Waddengebied 2 (Terschelling, Schiermonnikoog).

      Bijzonder was uiteraard de levende griend die op 18 november aanspoelde bij Egmond aan Zee. Er is links en rechts het nodige gespeculeerd over de relatie met strandingen van grienden elders in de Noordzee (Schotland, Engeland) en met de relatie tot het veranderde klimaat, of zelfs El Niño, maar daar lijkt vooralsnog geen enkele aanleiding voor.

    • Maandoverzicht oktober 2018

      In oktober zijn 44 bruinvissen gestrand, evenveel als het meerjarig gemiddelde. Dat gemiddelde wordt sterk bepaald door extreem hoge aantallen in oktober 2011 (114 strandingen) en oktober 2017 (84). Naast deze uitschieters naar boven zijn er ook wel hele lage oktoberaantallen geconstateerd, bijvoorbeeld in oktober 2015 (17). Er zijn in oktober van dit jaar twee duidelijk gescheiden strandingsperiodes te onderscheiden: 1-9 oktober en 22-29 oktober. Daartussen zit een aaneengesloten periode van bijna twee weken zonder enige melding, met uitzondering van 1 bruinvis op de twaalfde. De strandingsperiodes vielen samen met periodes van aanlandige wind, die bovendien krachtig was vanaf de 18e (windkracht 5-7 Beaufort). Na 26 oktober draaide de wind naar oostelijke richtingen en was het weer over met de strandingen.

      In het Deltagbied zijn 14 bruinvissen gestrand, in Zuid-Holland 9, in Noord-Holland 8 en in het Waddengebied 13 (Texel 5, Terschelling 2, Ameland 2, Rottumerplaat 1, Rottumeroog 1 en Friese vastelandskust 2). Andere soorten dan bruinvis zijn niet gevonden en er zijn geen bijzonderheden te melden.

    • Maandoverzicht september 2018

      Normaal gesproken pieken de aantallen gestrande bruinvissen in juli tot en met september, om daarna snel terug te zakken naar een minimum in november. Ook dit jaar lijkt daarmee overeen te komen, hoewel juli 2018 wat lager uitkwam dan het meerjarig gemiddelde. Augustus was ongeveer gelijk aan het meerjarig gemiddelde, september zit daar weer duidelijk boven met 76 strandingen (uitsluitend bruinvissen), tegen 60 gemiddeld. Dat zal veel te maken hebben gehad met de wind: zo zorgde de twee lagedrukgebieden die vanaf respectievelijk 5 en 18 september passeerden inderdaad voor een toename in de meldingen (8-9 september 13 dode bruinvissen en 22-25 september 24). Op de meeste andere dagen kwam het aantal niet boven 3 exemplaren per dag uit.

      Uit het Deltagebied zijn 35 bruinvissen gemeld (waarvan 3 in de Oosterschelde), van de Zuid-Hollandse kust 11, de Noord-Hollandse kust 5 en het Waddengebied 25 (Texel 7, Vlieland 5, Griend 1, Terschelling 4, Ameland 5, Schiermonnikoog 1, Engelsmanplaat 2 en de Friese vastelandskust 1). Er zijn geen levend gestrande bruinvissen gevonden.

    • Maandoverzicht augustus 2018

      Het meerjarige gemiddelde voor de maand augustus ligt op 77 strandingen. Dat hoge aantal (bijna 2,5 per dag!) wordt vooral veroorzaakt door het extreme jaar 2011, toen er 211 strandingen zijn gemeld. Exclusief dat jaar levert augustus gemiddeld 66 strandingen op, nog altijd iets meer dan 2 per dag. In augustus dit jaar zijn vrijwel evenveel bruinvissen gestrand als het meerjarig augustusgemiddelde, namelijk 68. Er zijn, net als vorige maand, alleen bruinvissen gemeld. In andere jaren was dat in augustus wel anders: zo waren er in augustus 2005-2017 bijzonderheden als bultrug (2010), noordse vinvis (2005), gewone vinvis (2011, 2013, 2014 en 2017), dwergvinvis (2005 en 2009), gewone spitssnuitdolfijn (2011 en 2017) en witsnuitdolfijn (2005).

      Uit het Deltagebied zijn nu 16 bruinvissen gemeld (waarvan 2 in de Ooster- en 1 in de Westerschelde), van de Zuid-Hollandse kust 10, de Noord-Hollandse kust 24 en het Waddengebied 18 (Texel 11, Terschelling 2, Ameland 1, Schiermonnikoog 2, Rottumeroog 1 en vasteland van Groningen 1).

    • Maandoverzicht juli 2018

      In juli was het weer ‘business as usual’: een stijging van de strandingen ten opzichte van mei en juni en, gezien in de trend van 2018, een lager maandtotaal dan in andere jaren. Deze maand hebben we 51 meldingen ontvangen; gemiddeld over de julimaanden 2005-2017 waren dat er 69. We moeten zelfs terug tot 2010 om onder een maandtotaal van 51 uit te komen (toen 47, maar in 2009 58). Er zijn uitsluitend bruinvissen gemeld, niet ongebruikelijk voor juli. Sinds 2000 zijn er in de zomermaand slechts vier keer andere soorten gemeld: een witsnuitdolfijn in 2002, een gewone spitssnuitdolfijn in zowel 2010 als 2013 en eveneens in 2013 een potvis.

      De Delta was dit keer ‘goed’ voor 21 meldingen (waarvan 3 in de Oosterschelde), Zuid-Holland 15, Noord-Holland 6 en het Waddengebied 9 (Texel 5, Terschelling 3, Ameland 1).

    • Maandoverzicht juni 2018

      Herinnert u zich juni 2017 nog? Dat was de junimaand met de meeste strandingen ooit, voor zover we weten uiteraard. In mei 2018 zaten we iets onder een gemiddelde van 1 bruinvis per dag. In juni 2018 is dit gemiddelde iets opgelopen, in lijn met andere jaren, maar het verschil is marginaal: er zijn deze maand 38 strandingen geregistreerd. Ter vergelijking: in juni 2017 waren er gemiddeld 2,3 bruinvissen per dag!

      In juni dit jaar zijn 8 vondsten gedaan in de Delta, maar liefst 10 op de Zuid-Hollandse kust (in januari tot en met mei respectievelijk 0, 2, 5, 1, 3), 7 op de Noord-Hollandse kust en 12 op de Wadden (Texel 7, Vlieland 3, Ameland 1, Schiermonnikoog 1). Bijzonder was de vondst (op 10 juni bij Ter Heijde) van een dode bruinvis die bij het optillen een dood jong ter wereld bracht.

      Naast de 37 bruinvissen kon in juni de tweede niet-bruinvis van dit jaar genoteerd worden (na de gewone dolfijn op 16 april) en wel een potvis. Deze staat uiteraard nog vers in het geheugen: het betreft de potvis die op 25 juni door de kustwacht werd ontdekt terwijl hij levend ronddobberde ter hoogte van Den Helder en op 26 juni iets ten zuiden daarvan is overleden. Hoewel een potvis in de zomer bijzonder is, is het geen unicum: van de 72 Nederlandse potvisvondsten (hierbij enkele vondsten van losse botten niet meegerekend) dateren er 9 uit de maanden juni-juli. Augustus is de enige maand zonder potvismelding, maar uit andere Noordzeelanden zijn wel augustusvondsten bekend.

      Het is onduidelijk hoe en waarom potvissen in de zomer in de Noordzee verzeild raken. Mannetjes trekken volgens de literatuur ‘aan het begin van de zomer’ naar het noorden om zich in de rijke (sub)Arctische wateren tegoed te doen aan inktvissen en andere lekkernijen. In de winter trekken ze weer naar het zuiden. We weten nog uit het recente verleden dat er dan groepen in de Noordzee kunnen verdwalen als ze bij Zuid-Noorwegen per ongeluk linksaf slaan. In de zomer tijdens de noordwaartse trek is zo’n fout echter minder voorstelbaar. Mogelijk dat sommige potvissen blijven plakken in het diepe water aan de Noorse zuidkust en zo in de noordelijke Noordzee terechtkomen, maar nog altijd blijft dan de vraag waarom ze vervolgens weer zuidwaarts zwemmen. Nu was de potvis van juni dit jaar erg vermagerd, dus misschien had hij iets onder de leden en is hij daarom gedesoriënteerd geraakt. Toch leverde het pathologisch onderzoek geen duidelijke doodsoorzaak op anders dan longontsteking en die was misschien wel het gevolg van de verzwakking. Er zijn nog maar heel weinig zomerpotvissen onderzocht. Die van juli 2013 gelukkig wel: die was in goede voedingstoestand. De potvis van juni 2014 was niet meer te onderzoeken (vies drekje) en bij andere zomerpotvissen zijn in ons land bij het ontleden geen pathologen aanwezig geweest. Nu de potvisstand weer groeit, kunnen we waarschijnlijk vaker strandingen verwachten en hebben we de mogelijkheid om meer te weten te komen over het hoe en waarom van zomerpotvissen in de Noordzee.

    • Parasieten bij gestrande walvissen in Nederland

       

      Parasites found in stranded cetaceans in The Netherlands

      De laatste twintig jaar worden bij sectie op gestrande walvissen in Nederland ook steeds vaker parasieten verzameld en ter determinatie aangeboden. Uiteraard betreft het meestal de te transporteren en in een sectielokaal te onderzoeken dieren zoals bruinvissen en dolfijnen, maar sinds de tijd dat ook de grotere walvissen die gestrand zijn door pathologen van de Faculteit Diergeneeskunde worden onderzocht, zoals potvis, gewone vinvis en bultrug, worden ook van deze dieren parasieten verzameld. De wormen uit de inwendige organen van gestrande bruinvissen zijn in Nederland reeds sinds de jaren 1990 onderzocht.

      Geopende maag van doodgevonden bruinvis, stampvol met Anisakis simplex. Foto: Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht

      Opened stomach from a harbour porpoise full of Anisakis simplex.

       

      Wat de rondwormen of nematoden (Nematoda) betreft: bij de meeste dolfijnen, inclusief de bruinvissen, zijn in de maag spoelwormen te vinden (zie foto). Het betreft dan altijd de soort Anisakis simplex (Nematoda, Ascaridida). Deze wordt in ons land ook aangeduid met de naam haringworm, aangezien de larven van deze parasiet vooral in haring worden gevonden. Toen in Nederland de haring nog niet verplicht direct na de vangst werd ingevroren kwam de zogenaamde haringwormziekte regelmatig bij de mens voor na het eten van rauwe haring. Ook bij de potvis worden deze spoelwormen aangetroffen benevens een eigen specifieke soort Anisakis physeteris. Soms worden larvale stadia van andere spoelwormen aangetroffen, maar deze zijn rechtstreeks afkomstig van de prooivissen.

      Bij de dolfijnachtigen worden in de longen veelvuldig longwormen aangetroffen. Bij de bruinvis zelfs meerdere soorten namelijk: Pseudalius inflexus en Torynurus convolutus in de bronchiën, Halocercus invaginatus en Halocercus taurica in het longweefsel zelf en Stenurus minor voornamelijk in het middenoor. De cyclus van deze longwormen gaat zoals eigenlijk bij alle wormen, die we bij walvisachtigen aan kunnen treffen, via tussengastheren. Afhankelijk van de wormsoort kunnen dit kreeftachtigen, schelpdieren, vissen of eventueel nog andere diergroepen zijn. Bij de gewone dolfijn vinden we Halocercus delphini in de longen terwijl enkele malen Stenurus globicephalae gevonden is in de schedel en het spuitgat van de witflankdolfijn en de griend. Stenurus ovatus werd aangetroffen in de longen van een tuimelaar.

      Soorten van het geslacht Crassicauda, nematoden van de familie Tetrameridae van de orde der Spirurida, worden wel gevonden onder de huid en in de vliezen in de buikholte bij dolfijnen (tot op heden nog nooit bij de bruinvis) en kunnen zeer lang worden. Aangezien ze bijna niet intact zijn vrij te prepareren, zijn de exacte afmetingen vaak niet bekend. Zo zijn van de verwante Placentonema gigantissima uit de placenta van de potvis exemplaren bekend van wel 10 meter lang. Dit zijn dan tevens de langste nematoden ter wereld. Helaas hebben we deze worm in ons land nog niet gevonden, mede doordat er hier voornamelijk mannelijke potvissen aanspoelen en geen drachtige vrouwtjes. Eenmaal werd bij het histologisch onderzoek in de nieren van een gewone vinvis Crassicauda boopis gevonden.

      Lintwormen, ofwel cestoden, kunnen in de darm gevonden worden. Met name bij de bruinvis wordt Diphyllobothrium stemmacephalum aangetroffen, die tot wel 10 meter lang kan worden. Bij de andere walvisachtigen worden zelden lintwormen gevonden. Éénmaal is de lintworm Tetrabothrius forsteri aangetroffen in de darm van een spitssnuitdolfijn. Bij met name dolfijnen (niet bij bruinvissen) worden in de vliezen in de buikholte en in de blubber cysten gevonden met zogenaamde blaaswormen, de larvale stadia van Monorygma grimaldii en Phyllobothrium delphini. Ook bij de potvis en de gewone vinvis hebben we deze soorten gevonden. De volwassen lintwormen van deze soorten zitten in de darmen van haaien. De haai infecteert zich door het nuttigen van de blaaswormen met het vlees en de organen van gestorven dolfijnen.

      Ook trematoden (Digenea) komen bij onze walvisachtigen voor. In de lever en dan met name in de galgangen van de bruinvis is Campula oblonga een regelmatig aangetroffen soort. Pholeter gastrophilus is erg klein en komt voor in cysten in de maag van bruinvissen en andere dolfijnen. Braunina cordiformis wordt soms gevonden in de darm bij dolfijnen. Bij witsnuitdolfijnen is enkele malen de weinig bekende trematode Synthesium tursionis aangetroffen in de darmen. Bij vinvissen is de vrij forse trematode Brachycladium goliath gevonden in de galgangen in de lever.

      De tot de acanthocephalen (Acanthocephalida of stekelsnuitwormen) behorende Corynosoma strumosum is soms te vinden in de darm van de bruinvis, hoewel deze soort vooral bekend is van de gewone zeehond. Acanthocephalen van het geslacht Bolbosoma hebben we bij grotere walvissen gevonden, te weten Bolbosoma balaenae bij de bultrug en de dwergvinvis, Bolbosoma capitatum bij de potvis en de griend en Bolbosoma turbinella bij de dwergvinvis en de gewone vinvis.

      Naast al deze parasitaire wormen of endoparasieten komen er bij walvisachtigen ook ectoparasieten voor in de vorm van de bekende walvisluizen. Deze tot de Crustacea (Amphipoda) behorende dieren hebben niets te maken met de bij vogels en zoogdieren voorkomende en tot de insecten behorende luizen, die tot de insecten behoren. Bij de bruinvis wordt regelmatig Isocyamus delphini waargenomen, die zich vooral ophoudt aan de randen van verwondingen. Bij de bultrug is de verwante Cyamus boopis gevonden.

      Tot de Copepoda, die ook tot de Crustacea behoren en bekende ectoparasieten zijn van vissen, behoort ook Pennella balaenoptera. Deze parasitaire copepode zit met de kop stevig vastgehecht in de huid en de blubber van grote walvissen als potvis en vinvis en kan vele centimeters lang worden. Naast deze specifieke walvisparasieten worden in de darmen ook regelmatig copepoden gevonden, die afkomstig zijn van prooivissen. Aangezien deze vrij gastheerspecifiek zijn, krijgt men tevens een indicatie van de soort prooivis. Zo werd bij de potvis meerdere malen de copepode Chondracanthus lophii gevonden, afkomstig van de opgegeten zeeduivels.

      Hierbij wil ik dankzeggen aan Lonneke IJsseldijk en Jooske IJzer van de afdeling Pathologie van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en Mardik Leopold van Wageningen Marine Research in Den Helder voor het verzamelen van de parasieten.

      Herman Cremers, veterinair parasitoloog

      Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht

      Tabel. Parasieten gevonden bij op de Nederlandse kust aangespoelde walvissen. De parasieten zijn geordend naar gastheer (alfabetisch) en vervolgens alfabetisch op soortnaam.

      Parasites found in cetaceans stranded on the Dutch coast, ordered after host species (alphabetical) and subsequently alphabetical according to species.

      gastheer gastheer orgaan soort sytematiek stranding
      host host organ species systematics stranded
                 
      bruinvis Phocoena phocoena stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena liver; pancreas Campula oblonga  Cobbold, 1858 Trematoda, Digenea, Brachycladiidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena small intestine Corynosoma strumosum  (Rudolphi, 1802) Acanthocephala, Polymorphidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena small intestine Diphyllobothrium stemmacephalum  (Cobbold, 1858) Cestoda, Pseudophyllidea,  Diphyllobothriidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena lungs Halocercus invaginatus  (Quekett, 1841) Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena lungs Halocercus taurica  Delamure, 1942 Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena skin Isocyamus delphini  (Guerin, 1836) Crustacea, Amphipoda, Cyamidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena stomach Pholeter gastrophilus  (Kossack, 1910) Trematoda, Digenea, Heterophyidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena lungs/heart Pseudalius inflexus (Rudolphi, 1809) Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena ears Stenurus minor  (Kühn, 1829) Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae many strandings
      bruinvis Phocoena phocoena lungs Torynurus convolutus  (Kühn, 1829) Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae many strandings
      bultrug Megaptera novaeangliae small intestine Bolbosoma balaenae  (Gmelin, 1790) Acanthocephala, Polymorphidae Ameland  08-10-2009
      bultrug Megaptera novaeangliae skin Cyamus boopis  Lütken, 1870 Crustacea, Amphipoda, Cyamidae Razende Bol 12-12-2012
      dwergvinvis Balaenoptera acutorostrata stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Valkenisse  25-11-1994;  Rotterdam 07-11-2015
      dwergvinvis Balaenoptera acutorostrata small intestine Bolbosoma balaenae  (Gmelin, 1790) Acanthocephala, Polymorphidae Rotterdam 07-11-2015; Razende Bol 12-12-2015
      dwergvinvis Balaenoptera acutorostrata small intestine Bolbosoma turbinella  (Diesing, 1851) Acanthocephala, Polymorphidae Noordwijk  15-04-2001; Neeltje Jans 12-12-2017
      dwergvinvis Balaenoptera acutorostrata liver Brachycladium  goliath  (van Beneden, 1858) Trematoda, Digenea, Brachycladiidae Rotterdam 07-11-2015
      dwergvinvis Balaenoptera acutorostrata abdominal cavity Monorygma grimaldii  (Moniez, 1899) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Rotterdam 07-11-2015
      gestreepte dolfijn Stenella coeruleoalba stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Ameland 19-01-2016
      gestreepte dolfijn Stenella coeruleoalba abdominal cavity Monorygma grimaldii  (Moniez, 1899) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Ameland 19-01-2016
      gestreepte dolfijn Stenella coeruleoalba blubber Phyllobothrium delphini  (Bosc, 1802) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Ameland 19-01-2016
      gewone dolfijn Delphinus delphis stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Ouddorp 15-03-2014; Wassenaarse Slag 02-09-2016; Westenschouwen 16-04-2018
      gewone dolfijn Delphinus delphis muscle Crassicauda sp. Nematoda, Spirurida, Tetrameridae Westenschouwen 16-04-2018
      gewone dolfijn Delphinus delphis lungs Halocercus delphini  Baylis & Daubney, 1925 Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae Ouddorp 15-03-2014; Wassenaarse Slag 02-09-2016; Westenschouwen 16-04-2018
      gewone dolfijn Delphinus delphis abdominal cavity Monorygma grimaldii  (Moniez, 1899) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Ouddorp 15-03-2014; Wassenaarse Slag 02-09-2016
      gewone dolfijn Delphinus delphis stomach Pholeter gastrophilus  (Kossack, 1910) Trematoda, Digenea, Heterophyidae Ouddorp 15-03-2014
      gewone dolfijn Delphinus delphis blubber Phyllobothrium delphini  (Bosc, 1802) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Ouddorp 15-03-2014; Wassenaarse Slag 02-09-2016; Westenschouwen 16-04-2018
      gewone spitssnuitdolfijn Mesoplodon bidens stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Schiermonnikoog   18-07-2013;  Vlissingen 07-03-2016; Serooskerke 31-08-2017
      gewone spitssnuitdolfijn Mesoplodon bidens kidney Crassicauda sp. Nematoda, Spirurida, Tetrameridae Serooskerke 31-08-2017
      gewone spitssnuitdolfijn Mesoplodon bidens blubber Phyllobothrium delphini  (Bosc, 1802) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Schiermonnikoog   18-07-2013; Terschelling 10-09-2016
      gewone spitssnuitdolfijn Mesoplodon bidens small intestine Tetrabothrius forsteri  (Krefft, 1871) Cestoda, Tetrabothriidea, Tetrabothriidae Serooskerke 31-08-2017
      gewone vinvis Balaenoptera physalus small intestine Bolbosoma turbinella  (Diesing, 1851) Acanthocephala, Polymorphidae Vlissingen  15-01-2012; Rotterdam 02-08-2013; Katwijk 20-08-2014 
      gewone vinvis Balaenoptera physalus liver Brachycladium  goliath  (van Beneden, 1858) Trematoda, Digenea, Brachycladiidae Katwijk 20-08-2014
      gewone vinvis Balaenoptera physalus kidney Crassicauda boopis   Baylis, 1920 Nematoda, Spirurida, Tetrameridae Rotterdam 06-06-2012
      gewone vinvis Balaenoptera physalus skin, blubber Pennella balaenoptera   Koren & Danielssen, 1877 Crustacea, Copepoda, Pennellidae Vlissingen  15-01-2012
      griend Globicephala melas small intestine Bolbosoma capitatum  (von Linstow, 1880) Acanthocephala, Polymorphidae Nieuw-Haamstede 17-12-2014; Petten 11-01-2015; Vlissingen  02-12-2015
      griend Globicephala melas stomach Pholeter gastrophilus  (Kossack, 1910) Trematoda, Digenea, Heterophyidae Nieuw-Haamstede 17-12-2014; Petten 11-01-2015
      griend Globicephala melas blubber Phyllobothrium delphini  (Bosc, 1802) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Vlissingen 02-12-2015
      griend Globicephala melas bulla tympanica; sinus maxillaris Stenurus globicephalae  Baylis & Daubney, 1925 Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae Schiermonnikoog  22-05-2006
      potvis Physeter macrocephalus stomach Anisakis physeteris  Baylis, 1923 Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Terschelling  29-07-2013
      potvis Physeter macrocephalus stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Texel 12-01-2016; Domburg 01-12-2017
      potvis Physeter macrocephalus stomach Anisakis sp. Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Scheveningen 12-01-1995; Texel 12-01-2016
      potvis Physeter macrocephalus small intestine Bolbosoma capitatum  (von Linstow, 1880) Acanthocephala, Polymorphidae Texel 12-01-2016
      potvis Physeter macrocephalus skin, blubber Pennella balaenoptera   Koren & Danielssen, 1877 Crustacea, Copepoda, Pennellidae Razende Bol 15-12-2012
      potvis Physeter macrocephalus blubber Phyllobothrium delphini  (Bosc, 1802) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Terschelling  29-07-2013; ? Texel 12-01-2016
      tuimelaar Tursiops truncatus stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Krabbendijke 27-06-2013
      tuimelaar Tursiops truncatus stomach Braunina cordiformis  Wolf, 1903 Trematoda, Digenea, Brauninidae possibly Westkapelle 15-04-1968 
      tuimelaar Tursiops truncatus stomach Pholeter gastrophilus  (Kossack, 1910) Trematoda, Digenea, Heterophyidae Krabbendijke 27-06-2013
      tuimelaar Tursiops truncatus lungs (bronchi) Stenurus ovatus  (von Linstow, 1910) Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae Krabbendijke 27-06-2013
      witflankdolfijn Leucopleurus acutus stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae o.a. Ameland 23-01-1999
      witflankdolfijn Leucopleurus acutus stomach Braunina cordiformis  Wolf, 1903 Trematoda, Digenea, Brauninidae Ameland 23-01-1999
      witflankdolfijn Leucopleurus acutus subcutis; ligamentum testes Crassicauda sp. Nematoda, Spirurida, Tetrameridae Ameland 23-01-1999;  Castricum 21-03-2008
      witflankdolfijn Leucopleurus acutus abdominal cavity Monorygma grimaldii  (Moniez, 1899) Cestoda, Tetraphyllidea, Phyllobothriidae Ameland 23-01-1999;  Terschelling  11-12-2000;  Castricum  21-03-2008
      witflankdolfijn Leucopleurus acutus bulla tympanica; sinus maxillaris Stenurus globicephalae  Baylis & Daubney, 1925 Nematoda, Strongylida, Pseudaliidae Terschelling  11-12-2000
      witsnuitdolfijn Lagenorhynchus albirostris stomach Anisakis simplex  (Rudolphi, 1809) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae different  strandings
      witsnuitdolfijn Lagenorhynchus albirostris stomach Pholeter gastrophilus  (Kossack, 1910) Trematoda, Digenea, Heterophyidae Maasvlakte  26-12-2009
      witsnuitdolfijn Lagenorhynchus albirostris stomach Pseudoterranova  cf. decipiens (Krabbe, 1878) Nematoda, Ascaridida, Anisakidae Wijk aan Zee 8-12-2017
      witsnuitdolfijn Lagenorhynchus albirostris intestine Synthesium  tursionis  (Marchi, 1873) Trematoda, Digenea, Brachycladiidae Ritthem 03-02-2008; Wijk aan Zee  08-12-2017

       

    • Maandoverzicht mei 2018

      Doorgaans is mei een van de rustigste strandingsmaanden van het jaar en dat is ook dit jaar het geval: er zijn 26 meldingen ontvangen, uitsluitend van bruinvissen. Het meerjarig meigemiddelde ligt met 39 een stuk hoger. Daarmee is mei 2018 het een van de stilste meimaanden geweest sinds 2003 (toen 11), met uitzondering van 2015, toen er maar 17 gestrande walvissen zijn gevonden. Uitschieter naar boven was mei 2013 met 121 meldingen!

      De vondsten waren als volgt over het land verdeeld: Deltagebied 3 (waarvan 1 in de Oosterschelde), Zuid-Holland 3, Noord-Holland 5, Waddeneilanden 14 (Texel 2, Vlieland 4, Terschelling 2, Ameland 3, Schiermonnikoog 1, Rottumerplaat 2) en Friese vastelandskust 1. Aan lage aantallen van de Noord-en Zuid-Hollandse kust zijn we wel gewend en grilligheid qua aantallen strandingen in het Waddengebied klinkt ook niet onbekend, maar we moeten terug in de tijd tot januari 2011 om voor het Deltagebied nóg lager uit te komen dan 3 stuks (toen namelijk 1). Zelfs in uitbijtersjaar 2015, met een totaal van iets meer dan 300 strandingen, was er geen maand met slechts 3 meldingen uit deze regio.

    • Maandoverzicht april 2018

      Na een rustige maand maart is het aantal strandingen in april dit jaar toch toegenomen. Met 47 strandingen zaten we zelfs boven het meerjarig gemiddelde van 43. Uitschieters naar boven waren april 2013 met 111 meldingen en april 2006 met 73. Andere aprilmaanden met een hoger aantal strandingen dan gemiddeld zaten dicht bij het aantal van dit jaar.

      De meeste meldingen kwamen uit het Deltagebied (21 dieren: 18 van de kust, 3 uit de Oosterschelde). Van Zuid-Holland is slechts 1 melding ontvangen, van Noord-Holland 6 en uit het Waddengebied 19 (Texel 5, Vlieland 4, Terschelling 1, Ameland 7, Schiermonnikoog 2). Het lage aantal strandingen in Zuid-Holland is opmerkelijk. In andere jaren schommelt het aandeel van de Zuid-Hollandse kust tussen 15-33%, dus 2% dit jaar (zie figuur) is wel heel erg laag. Enkele jaren geleden was het aantal strandingen voor de Noord-Hollandse kust opvallend laag, wat wel in verband is gebracht met omvangrijke werkzaamheden voor de Hondsbossche Zeewering.

      Figuur 1. Percentage walvisstrandingen in april 2005-2018 aan de Zuid-Hollandse kust ten opzichte van het landelijke totaal.

      Bijzonder was de gewone dolfijn bij Westenschouwen op de 16e. Het dier was opvallend mager en vertoonde merkwaardige spikkels op de huid. De maaginhoud is nog niet bekeken, maar gezien de uiterlijke kenmerken is dit dier verhongerd als gevolg van een ziekte.

    • Maandoverzicht maart 2018

      Al jaren is maart topmaand wat betreft strandingen. Maart 2017 zat ver onder het gemiddelde tot dan toe, met slechts 32 meldingen en maart 2018 zit daar zelfs nog wat onder met 26 meldingen, precies evenveel als februari dit jaar. Het maartgemiddelde over 2005-2017 is 59, wat vooral stek beïnvloed is door maart 2013 met 111 strandingen.

      Er zijn alleen bruinvissen gemeld, de meeste dit keer uit het Waddengebied (10: Texel 3, Vlieland 1, Terschelling 2, Ameland 2 en de Friese vastelandskust 2). Uit de Delta zijn 6 dode bruinvissen gemeld (waarvan 1 uit de Oosterschelde) en uit Zuid-Holland en Noord-Holland elk 5. Er is 1 bruinvis levend gestrand (26 maart, Koehool).

    • Maandoverzicht februari 2018

      Ook februari is rustig verlopen, net als januari. Er zijn 26 bruinvissen (en geen andere soorten) gevonden, een fractie meer dan vorige maand maar duidelijk minder dan het meerjarig gemiddelde (38). Alleen in februari 2005 en 2008 (beide 21) en februari 2015 (18) zijn er minder dode walvissen gemeld. Na 21 februari, toen de wind inmiddels in de oosthoek zat en daar bleef tot en met het eind van de maand, zijn nog maar 3 bruinvissen gerapporteerd.

      In de Delta zijn deze maand 11 bruinvissen gevonden, in Zuid-Holland 2, in Noord-Holland 3 en in het waddengebied 10 (Texel 3, Ameland 2, Schiermonnikoog 1, Rottumerplaat 2, Groningen 1). Bij Goeree was waarschijnlijk weer een grijze zeehond actief, want uit die regio zijn 7 dode bruinvissen gemeld, voor zover zichtbaar alle aan flarden gescheurd. Er is 1 levende bruinvis gevonden (Texel 4 februari).

    • Jaaroverzicht 2017 online

      Het jaaroverzicht 2017 staat online. Klik hierboven op 2017 of klik hier.

    • Maandoverzicht januari 2018

      Na de hectiek van december was het in januari 2018 weer 'business as usual' wat betreft strandingen, misschien zelfs nog minder dan dat: er zijn 21 dode bruinvissen gemeld, duidelijk onder dan het meerjarig gemiddelde van 33. Andere soorten dan bruinvissen zijn niet gevonden.

      De verdeling over het land was opmerkelijk: Deltagebied 13, Hollandse kust 1 (Julianadorp) en Waddengebied 7 (Texel 1, Vlieland 1, Ameland 5). Wat een verschil met vorige maand, toen er weliswaar ook 'maar' 23 dode bruinvissen zijn gemeld, maar toen wel van alle kustgedeeltes en van nagenoeg alle Waddeneilanden. Mogelijke grijzezeehondslachtoffers in januari 2018 zijn gevonden op Goeree, bij Julianadorp, op Texel en op Ameland.