Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Nieuws 2017

    • Maandoverzicht augustus 2017

      Gelukkig is, na het hoge aantal strandingen vorige maand, het aantal aangespoelde dieren wat afgenomen, maar nog altijd zijn 94 dode walvissen gemeld, ruim boven het meerjarig gemiddelde voor augustus, dat op 75 ligt. Augustus 2017 staat daarmee op de tweede plaats, direct na augustus 2016 met 88 aangespoelde walvissen. Op 1 torent nog altijd 2011 hoog boven de rest uit; dat jaar zijn alleen al in augustus 211 strandingen gemeld. Zonder het extreme aantal van 2011 ligt het augustusgemiddelde op 63. Er is vooralsnog geen verklaring voor de nog immer stijgende aantallen in augustus. Het is daarom misschien wel des te opvallender dat er in augustus 2015 zo weinig strandingen zijn gemeld, namelijk slechts 21.

      Een terugkerend spektakel in augustus lijkt tegenwoordig een stranding van een gewone vinvis. Een exemplaar van deze soort spoelde op 20 augustus op Texel aan, nadat het dier al drie weken eerder door rijkswaterstaat drijvend op zee was gezien. Dit was het 39e geval voor ons land.

      Eveneens bijzonder was de gewone spitssnuitdolfijn op de laatste dag van de maand. Dit vrouwtje was niet alleen naar onze contreien verdwaald, maar tot overmaat van ramp verzeild geraakt in de Oosterschelde, waar zij op 30 augustus nog zwemmend werd gezien nabij deltapark Neeltje Jans. In de zuidelijke Noordzee komt de prooi waar deze soort op jaagt niet voor – het water is er te ondiep en dat geldt natuurlijk helemaal voor de Oosterschelde. Sinds 1900 zijn er nu 26 gewone spitssnuitdolfijnen uit Nederland bekend, waarvan 10 sinds 2000. Hierbij zijn voor het gemak twee ongedetermineerde spitssnuiten meegerekend. Van de andere soorten spitssnuitdolfijnen uit ons land (de Blainville, Gray en Cuvier) zijn slechts drie exemplaren bekend, van elk een. Uitzondering is de butskop, waarvan er 21 uit ons land bekend zijn. Deze soort, die eveneens heel diep jaagt op inktvis, is ook altijd zeldzaam geweest; de laatste (2 exemplaren) strandden in 1993. Ruim de helft van de butskoppen is gestrand in de maanden juli-september. Van gewone spitssnuitdolfijn is dat zelfs drie kwart (20 exemplaren; figuur 1). Of er een overeenkomstige oorzaak is, is onbekend.

      Figuur 1. Strandingen van gewone spitssnuitdolfijn (oranje, n=26, inclusief twee ongedetermineerde spitssnuitdolfijnen) en butskop (blauw, n=21) in Nederland per maand.

      Naast deze twee bijzondere soorten zijn er 87 bruinvissen gemeld. De Delta was deze maand goed voor 31 bruinvissen (waarvan 7 in de Oosterschelde), de kust van Zuid-Holland en Noord-Holland hadden er elk 14, en de Wadden 31 (Razende Bol 1, Texel 13, Vlieland 15, Terschelling 4, Ameland 1, Schiermonnikoog 1, Afsluitdijk 1). Er was een concentratie in de eerste decade, met dagelijks 1-8 dieren. Daarna werd het wat rustiger, met uitzondering van 20-21 augustus, toen er respectievelijk 14 en 9 bruinvissen zijn gemeld. Rond deze periode was de wind hard en aanlandig (5 Beaufort), wat vast heeft meegeholpen aan deze opmerkelijke piek. Op Texel en Vlieland is een aantal bruinvissen gevonden met ogenschijnlijk afgehakte staart.

    • Alweer een gewone vinvis in augustus

      Op 7 augustus meldde de kustwacht dat er tijdens een verkenningsvlucht om 09:45 uur een dode walvis was gezien, ongeveer op de grens van Nederland en Engeland, 92 kilometer uit de kust bij Den Haag. Omdat het kadaver kennelijk niet in de (vaar)weg lag is er geen actie ondernomen. De begeleidende foto's toonden een gewone vinvis die al enige tijd dood was. Het dier dreef op zijn zij in het water en was in volle lengte zichtbaar (figuur 1 linker foto). De normale donkergrijze kleur was ongeveer in het midden van de linkerflank verkleurd naar geel, misschien omdat hier de opperhuid was verdwenen, misschien ook vanwege rotting, misschien omdat het dier op deze plek was geraakt door een schip en misschien ook wel door een combinatie van deze drie factoren. Iets verder richting de staart was de opperhuid kennelijk nog aanwezig en had het dier de gebruikelijke donkergrijze kleur, maar was ook een duidelijke donkerrode tint zichtbaar. Ongeveer ter plaatse van de gele vlek liep een soort 'band' of 'afdruk' vanaf de rug over de flank naar de buik. De staartwortel en een deel van de staartvin waren wit, net als vrijwel de gehele rug, met hier en daar plekjes donkere opperhuid. Op twee plekken op de buikzijde puilden de ingewanden eruit, ter hoogte van de navel en ter hoogte van de genitale spleet. Het kadaver was duidelijk aan het rotten, niet alleen gezien de verkleuring maar ook omdat hij flink boven het wateroppervlak uitstak, vanaf foto's gemeten misschien wel een meter. Een week na de eerste melding dreef het kadaver meer op zijn rug dan op zijn zij en bolden buik en vooral keel op, de buik vanwege rotting in de darmen, de keel misschien wel vanwege de rottende tong (figuur 1 rechter foto). De gehele onderzijde was nu roestbruin. Hoewel het niet makkelijk te zien is, zijn op 7 augustus de beide onderkaakhelften nog 'bijelkaar' en zijn de baleinen nog in de bovenkaak aanwezig; een week later, op 15 augustus, bungelen beide onderkaakhelften los in het water en lijken de baleinen weg te zijn. Op de eerste foto van 7 augustus waren er zo'n 150 noordse stormvogels om het kadaver heen verzameld (op de foto hieronder niet zichtbaar, misschien omdat ze zijn geschrokken van het vliegtuig), op latere foto's waren die niet meer te zien.

      Figuur 1. Foto's van de gewone vinvis op 7 augustus (linker foto, gemaakt door de kustwacht) en 15 augustus (rechter foto, gemaakt door Dolph Kamphuis).

      Gestaag naar noordoost

      Wij hebben aan de kustwacht gevraagd om indien mogelijk ook op de volgende dagen de posities van het kadaver door te geven, zodat de route kon worden gevolgd. De reststroom voor de Nederlandse kust is noordoost gericht, dus het lag voor de hand dat het kadaver zich ook in die richting zou verplaatsen. Met behulp van foto's hoopten we het afbraakproces te kunnen volgen. Er is niet veel bekend over snelheid en volgorde van verval van dode walvissen. We verwachtten dat als eerste de baleinen uit de kop zouden vallen en vervolgens de hele kop er zou afvallen, mits het kadaver daar de tijd voor zou krijgen, want daarvoor moet de rotting een eind op weg zijn.

      Figuur 2. Posities, met datum (in zwart) en de afstand (in kilometers, in rood) van de gewone vinvis in augustus 2017, vanaf eerste dag van melden op 7 augustus tot en met dag van stranden op 20 augustus.

      Dankzij diverse kapiteins en de kustwacht zijn van vier verschillende dagen meldingen ontvangen, mét posities. Wij hebben de posities op een kaart ingetekend en de afstanden berekend (figuur 2). De eerste week verplaatste de walvis zich in oostzuidoostelijke richting met een gemiddelde snelheid van slechts 6 kilometer per dag. In die periode was de wind steeds zwak en kwam uit variabele richtingen, zij het met een duidelijke westcomponent  Daarna ging het inderdaad noordoostwaarts (bij een zwakke wind uit ZZW), eerst heel traag, gemiddeld 3 kilometer per dag, daarna steeds sneller, totdat de walvis de laatste dagen een sprint inzette en met gemiddeld maar liefst 23 kilometer per dag voortraasde. Vanaf 17 augustus was de wind krachtig, ZW tot WZW 5-6 Beaufort.

      Zoals inmiddels bekend spoelde de walvis op 20 augustus aan op Texel bij strandpaal 17, juist ten zuiden van De Koog. Eenmaal gestrand was er natuurlijk geen fraaie walvis meer te zien, alleen nog maar een hoop rottend vlees. Het dier, een vrouwtje, was ruim 18 meter lang – de schatting op zee van 20 meter was dus bijzonder goed! In het midden vertoonde de walvis een knik en precies daar waren ook ribben en wervels gebroken. Bovendien was er geronnen bloed in de buikholte. Dit zijn duidelijke aanwijzingen dat de vinvis bij leven is aangevaren en als gevolg daarvan is overleden. Of het dier daarvoor al in slechte conditie was en bijvoorbeeld ziek aan het oppervlak dobberde was niet meer te zien, maar de maag en darmen waren goed met krill gevuld, wat suggereert dat het de walvis tot aan de aanvaring voor de wind is gegaan.

      Gewone hoop vormeloze vinvis op het strand op Texel. Let ook op het bordje 'besmettingsgevaar' links.  Foto: Mardik Leopold

      Vinvis in augustus een jaarlijks terugkerend ritueel?

      Wij zijn de laatste jaren dermate gewend geraakt aan gewone vinvissen, dat we ons niet meer realiseren hoe bijzonder het is om die soort in onze omgeving te vinden. Als we strandingen bekijken sinds 1900, dan zien we een piek tijdens de Eerste Wereldoorlog (figuur 2; 4 exemplaren; zie ook Van Deinse 1931) en vervolgens een enorm 'gat' tot begin jaren 2000, met alleen twee geïsoleerde strandingen in 1944 en 1956. Vanaf 1998 gaat het 'los' met 14 strandingen in totaal, en sinds 2011 zelfs bijna jaarlijks 1 (in vier jaren) of 2 (in twee jaren).

      Figuur 2. Aantal aangespoelde gewone vinvissen in Nederland per jaar vanaf 1900 tot en met 2017.

       

      Figuur 3. Procentuele aandeel gestrande gewone vinvissen per maand (open staven, n=39) en apart voor gewone vinvissen vanaf 1998 (n=14).

       

      Ook over het jaar is er een verandering opgetreden: alle 39 gewone vinvissen in de database zijn behoorlijk gelijkmatig over het jaar verdeeld met in elke maand ten minste 1 stranding, met uitzondering van februari (figuur 3). Sinds 1998 is er echter een piek in augustus, veroorzaakt door 6 van de 14 vinvissen. We kunnen natuurlijk alleen maar gissen naar de oorzaak, maar enkele zaken zijn glashelder: gewone vinvissen komen niet voor hun plezier in de zuidelijke Noordzee, de soort is in de (na)zomer algemeen in de Golf van Biskaje (Hammond et al. 2017) en ten minste enkele van de gewone vinvissen die in Nederland zijn onderzocht, zijn doodgegaan door botsing met een schip. Alleen de toekomst zal leren of we dit vaker gaan meemaken, maar het feit dat een groeiend aantal gewone vinvissen in de zomer samenscholen in de Golf van Biskaje terwijl er zeker niet minder grote zeeschepen via dat gebied door het Kanaal de Noordzee in komen doet het ergste vrezen.

      Ik ben veel dank verschuldigd aan René Bakker, Maaike Bink, Hilde Kertész en Erik Maassen van de kustwacht en kapiteins Anno Crone, Dolph Kamphuis en Peter voor het doorgeven van de posities en foto's. Mardik Leopold van Wageningen Marine Research en Arthur Oosterbaan van Ecomare deelden hun bevindingen over de buiten- en binnenkant van het kadaver en hun foto's.

      Referenties

      Hammond P.S., C. Lacey, A. Gilles, S. Viquerat, P. Börjesson, H. Herr, K. Macleod, V. Ridoux, M.B. Santos, M. Scheidat, J. Teilmann, J. Vingada & N. Øien 2017. Estimates of cetacean abundance in European Atlantic waters in summer 2016 from the SCANS-III aerial and shipboard surveys. Report St. Andrews, Schotland.

      van Deinse A.B. 1931. De fossiele en recente cetacea van Nederland. Dissertatie, Utrecht.

       

    • Maandoverzicht juli 2017

      Zoals verwacht op basis van het meerjarig beeld, met lagere aantallen strandingen in april-juni en hogere in juli-augustus, zijn er in juli 2017 inderdaad meer bruinvissen gestrand dan in de vorige maand. Nu was het aantal in juni onverwacht hoog, maar dat er in juli 116 bruinvissen zouden stranden had natuurlijk niemand voorzien. Het is dan ook bijna het dubbele van het meerjarig gemiddelde (65). Dergelijke aantallen zijn slechts in twee eerdere jaren voorgekomen, namelijk in 2011 met eveneens 116 en in 2012 met 130. Zonder die twee jaren ligt het gemiddelde zelfs maar op 53. Er zijn uitsluitend bruinvissen gemeld. Net als in genoemde jaren waren er veel rotte kadavers. Of dat alleen maar betekent dat ze in de zomer snel vergaan of dat ze verder weg zijn doodgegaan en er gewoon lang over hebben gedaan om aan te spoelen, net als vorige maand is gesuggereerd, is niet bekend. De 'massastranding' van juli heeft er voor gezorgd dat het daggemiddelde in 2017 van 1 naar 1,6 is gegaan, en dat in 1 maand!

      In de Delta zijn deze maand 28 bruinvissen gemeld (waarvan 1 uit de Oosterschelde), uit Zuid-Holland 38, uit Noord-Holland 22, van Texel 13, van Vlieland 12, en van Engelsmanplaat, Schiermonnikoog en Rottumeroog elk 1. Er zijn drie duidelijke pieken zichtbaar: op 4 juli (een dag na ZW 5 Beaufort), rond 15 juli (periode met aanlandige wind rond 4 B) en een veel bredere piek tussen 25-30 juli (ZW tot NW 3-6 B).

      Er zijn ongeveer even veel mannen als vrouwen gestrand (33 om 29), 13 kalfjes en maar 1 levende bruinvis (4 juli Westenschouwen).

    • Maandoverzicht juni 2017

      De trend van een bruinvis per dag (op 31 mei, dagnummer 151, waren er 159 meldingen ontvangen), een situatie die al duurde vanaf januari dit jaar, is deze maand gebroken: afgelopen maand gaat de boeken in als de junimaand met het op twee-na hoogste aantal gestrande bruinvissen ooit! Er zijn namelijk 63 meldingen ontvangen, tegen gemiddeld 44 over 2005-2016. Het aantal werd alleen (ruim!) overtroffen in 2013 met 95 en 2016 met 67 dieren. Of deze trend doorzet en we aan het eind van 2017 'hoog' uitkomen zal de tijd leren. De aantallen in de eerste maanden van dit jaar leken nogal laag in vergelijking met die in andere jaren, maar tot op heden is niet onderzocht of er verbanden zijn tussen het aantal strandingen in een bepaalde maand en het jaartotaal.

      Er zijn uitsluitend bruinvissen gevonden.Uit het Deltagebied zijn 28 meldingen ontvangen (2 uit de Wester- en 3 uit de Oosterschelde), van de Hollandse kust 22 (Zuid-Holland 12, Noord-Holland 10) en van de Wadden 13 (Texel 2, Vlieland 6, Terschelling 1, Ameland 1, Schiermonnikoog 3). Omdat voor zover bekend de meerderheid rot was, kwamen de kadavers misschien wel van verder uit de kust.

      Er zijn 8 kalfjes gemeld; 2 daarvan zijn levend gestrand op dagen met vrij harde wind (6B). Mogelijk zijn zij hun moeder kwijtgeraakt. Interessant waren ook twee kalfjes uit de Oosterschelde. De enige andere levend gestrande bruinvis was een exemplaar op 18 juni op Vlieland.

    • Maandoverzicht mei 2017

      De strandingen sukkelden ook in mei voort met ongeveer een per dag. Er zijn 27 meldingen ontvangen, 26 van bruinvissen en 1 van een spitssnuitdolfijn (17 mei, Egmond). Het meerjarig gemiddelde voor mei ligt op 40. Dit hoge aantal wordt vooral veroorzaakt door de 50 vondsten in mei 2016 en de 121 (!) vondsten van mei 2013. Sinds 2005, maar zonder deze twee jaren, ligt het gemiddelde voor mei op 31.

      Meer dan de helft kwam weer uit het Deltagebied (15), de rest uit Zuid-Holland (3), Noord-Holland (1) en de Wadden (8: Texel 3, Vlieland 2, Terschelling 2, Ameland 1). Opvallend was dat van de 15 bruinvissen uit de Delta er 8 uit de 'binnenwateren' kwamen, te weten 3 uit de Westerschelde en 5 uit de Oosterschelde.

      Eén bruinvis is levend gestrand (22 mei, Terschelling). Het eerste kalfje van dit seizoen spoelde (dood) aan op 31 mei, nadat al op 7 mei een hoogzwangere bruinvis was gevonden in Zeeuws-Vlaanderen.

    • Maandoverzicht april 2017

      In april 2017 zijn 35 walvissen gestrand: 33 bruinvissen, een dwergvinvis (13 april, Vrouwenpolder) en een gewone dolfijn (11 april, Hooge Platen). Het 'ritme' van gemiddeld een stranding per dag loopt al door vanaf februari.

      Traditiegetrouw zijn de meeste meldingen ontvangen uit de Delta (17, waarvan 6 in de Westerschelde), gevolgd door Zuid-Holland (8), Waddengebied (8: Texel 1, Terschelling 3, Ameland 1, Schiermonnikoog 2, Groningse vasteland 1) en Noord-Holland (2). Twee bruinvissen zijn (zeker of waarschijnlijk) levend gestrand, in ieder geval een daarvan was zwanger.

      De gewone dolfijn was de eerste niet-bruinvis sinds september sinds 10 september 2016, toen er op Terschelling een gewone spitssnuitdolfijn strandde. Een periode van 7 maanden zonder andere soort dan bruinvis is vrij uitzonderlijk. Er zijn sinds januari 2005 maar zes lange periodes zonder niet-bruinvis: 2006-07 (19 maanden), 2008-09 (15 maanden), 2009-10 (6 maanden), 2010-11 (7 maanden), 2011-12 (13 maanden), 2013-14 (8 maanden).

    • Maandoverzicht maart 2017

      Over maart 2017 zijn 29 meldingen ontvangen, uitsluitend van bruinvissen. Net als vorige maand is dit veel minder dan het meerjarig gemiddelde voor maart op 61 ligt, maar wel volledig in lijn met het gemiddelde van een stranding per dag zoals dat al in februari werd geconstateerd.

      Uit de Delta kwamen 12 meldingen (1 uit de Oosterschelde), uit Zuid-Holland slechts 2, uit Noord-Holland slechts 1 en uit het waddengebied 14 (Texel 3, Vlieland 7, Terschelling 1, Ameland 1 en zowel de Friese als Groningse vastelandskust elk 1).

      De omvangrijke slachting die jaarlijks door een of meer grijze zeehonden op de kop van Goeree wordt aangericht bleef dit jaar uit, hoewel er daar wel degelijk verscheurde bruinvissen zijn aangespoeld. De teller voor die regio bleef echter steken bij 8, waarvan zeker of vermoedelijk 7 verscheurd. De enige verscheurde bruinvis die niet bij Ouddorp lag was er een van Texel. Dit betekent dat 44% van de aangespoelde bruinvissen in maart slachtoffer is geworden van een grijze zeehond. Een levende bruinvis spoelde op 7 maart aan op Terschelling.

    • Chris Smeenk overleden

      Op 23 maart 2017 is oud-conservator zoogdieren Chris Smeenk (geboren 6 juli 1942) te Leiden na een kort ziekbed overleden. Hij volgde in 1976 pater Husson op bij Naturalis, toen nog Rijks Museum van Natuurlijke Historie. Chris heeft zich tijdens zijn arbeidzame leven veel met walvissen beziggehouden. Zo was hij een van de oprichters van de European Cetacean Society. In Naturalis verzamelde hij onder andere de walvisstrandingen in Nederland, waarvan hij overzichten publiceerde in het wetenschappelijk tijdschrift Lutra van de Zoogdiervereniging. Daarnaast begeleidde hij studenten bij hun onderzoek naar de ecologie van walvissen in ons land, bijvoorbeeld de voortplantingsbiologie van bruinvissen, het voorkomen van gewone dolfijn, tuimelaar en witsnuitdolfijn, en voedsel van bruinvissen en dolfijnen. Chris was ook geïntrigeerd door de incidenteel optredende massastrandingen van potvissen in de Noordzee en schreef daar verschillende publicaties over. De huidige strandingsregistratie, aanvankelijk opgezet door Van Deinse, voortgezet door Husson en Van Bree, en later overgenomen en nauwgezet bijgehouden door Chris, vormt een omvangrijk archief en is een bron van informatie en inspiratie. Door zijn betrokkenheid en doorzettingsvermogen heeft hij menig walviskadaver weten te redden van een roemloos einde in een afvalbak. Erwin Kompanje heeft Chris' toewijding fraai geïllustreerd in dit verhaal.

    • Maandoverzicht februari 2017

      Februari verliep qua strandingen even rustig als vorige maand: er zijn 28 bruinvissen gemeld, oftewel gemiddeld één per dag. Dat is ruim onder het meerjarig gemiddelde, dat op 38 ligt. Andere soorten dan bruinvis zijn niet gevonden.

      Uit de Delta kwamen 7 meldingen (1 uit de Oosterschelde), uit Zuid-Holland 0 (!), uit Noord-Holland 14 (!) en van de Wadden 7 (Texel 3, Vlieland 1, Schiermonnikoog 3). De aantallen in Zuid- en Noord-Holland zijn opvallend anders dan in andere jaren: gemiddeld strandden er tussen 2005-2016 in beide provincies in februari 7 bruinvissen, hoewel de spreiding groot is: voor Zuid-Holland 1-14, voor Noord-Holland 0-20. Een nul voor Zuid-Holland was tot op heden niet genoteerd.

      Op grond van de foto's leken 10 bruinvissen slachtoffer te zijn geworden van grijze zeehond en 5 niet. Van de overige 13 was dat niet met zekerheid te zeggen. De grijzezeehondslachtoffers zijn vooral gevonden langs de Noord-Hollandse kust, verspreid van Castricum tot Julianadorp (8 van de 10).

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2016

      Het jaaroverzicht walvisstrandingen 2016 staat online. Klik hierboven op 2016, of klik hier.

    • Maandoverzicht januari 2017

      Januari is altijd een van de rustigste maanden van het jaar wat betreft aangespoelde walvissen, en 2017 lijkt daarop geen uitzondering te zijn. Gemiddeld sinds 2005 spoelen er in deze maand 33 dode walvissen aan; daar zaten we dit jaar duidelijk onder met 23 dode bruinvissen. Andere soorten zijn er niet gemeld. Wat een verschil met vorig jaar, toen er in januari naast 25 bruinvissen ook 6 potvissen, 2 gestreepte dolfijnen en 1 gewone dolfijn strandden!

      In het Deltagebied zijn dit jaar 8 bruinvissen gemeld (waarvan 1 uit de Oosterschelde), van de Hollandse kust 11 (Zuid-Holland 5, Noord-Holland 6) en van de Wadden 4 (Texel 3, Friese vastelandskust 1). Er zijn geen levende bruinvissen gemeld. Vier van 11 gefotografeerde dieren lijken slachtoffer te zijn geworden van grijze zeehonden: bij Westkapelle, bij de Zilk/Langevelderslag (2) en bij Petten. Daarnaast lijkt 1 bruinvis te zijn verdronken in een net (9 januari Noordwijkerhout).