Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Nieuws 2015

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2015

      In 2015 zijn 311 gestrande walvissen genoteerd. Dat is slechts iets meer dan de helft van het totaal van 2014, dat op zijn beurt ook al lager was dan het jaar ervoor (figuur 1). We moeten zelfs ruim tien jaar terug in de tijd om nog lager uit te komen. De tijd zal leren of de piek in 2011-2013, met meer dan 700 bruinvissen per jaar, uitzonderlijk is geweest, of dat er in de toekomst niet meer dan gemiddeld één walvis per dag op de kust belandt.

      Figuur 1. Aangespoelde walvissen per jaar op de Nederlandse kust, 2000-2015. Oranje balken zijn bruinvissen, zwarte balken alle andere soorten.

      2015 was soortenarm ….

      2015 was weinig schokkend wat betreft het aantal soorten: er zijn er slechts 5 gemeld, die bovendien aan het eind van het jaar geconcentreerd waren. Ter vergelijking: in 2014 zijn er 9 soorten gemeld, in 2013 en 2012 elk 6, en in 2011 7. Ronduit spectaculair waren evenwel de 2 grienden (11 januari Hondsbossche Zeewering, 2 december Vlissingen, nummers 22 en 23 voor ons land). Vlak ervoor was ook al een griend aangespoeld (17 december 2014, Nieuw-Haamstede). Drie in zo'n korte tijd is uitzonderlijk. In oktober 2015 is een groep levende grienden voor de Hollandse kust waargenomen, eerst bij Castricum en twee weken later bij Scheveningen. Het voorkomen van zo veel grienden binnen een jaar is werkelijk bijzonder. Er zijn in 2015 ook nog waarnemingen geweest van levende bultruggen, dwergvinvissen, tuimelaars en witsnuitdolfijnen, al of niet vanaf de kust (bron: waarneming.nl), maar gelukkig leken deze alle gezond en zijn ze niet aangespoeld. De andere aangespoelde soorten in 2015 betroffen tuimelaar (drie vondsten van losse botten), een gewone vinvis (9 november bij Terneuzen, de 37e voor ons land) en twee dwergvinvissen (7 november bij Rotterdam, 12 december op de Razende Bol, nummers 36 en 37 voor ons land).

      Het is onduidelijk waarom er tot nog toe evenveel gewone vinvissen als dwergvinvissen in ons land zijn gemeld. Dwergvinvissen leven in de Noordzee, zuidelijk tot aan de Doggersbank, en af en toe zal er ongetwijfeld eentje nog wat zuidelijker komen; gewone vinvissen leven alleen in diep water en hebben in (het Nederlandse deel van) de Noordzee niets te zoeken. Dwergvinvissen komen ook voor in het zuidelijke Kanaal, gewone vinvissen juist weer ten zuiden daarvan, in het diepe water van de Golf van Biskaje. Je zou daarom verwachten dat er veel meer dwergvinvissen in ons land zijn aangespoeld dan gewone vinvissen. Misschien komt het wel omdat een gewone vinvis vanwege zijn formaat meer aandacht krijgt, maar dat geldt eigenlijk alleen voor het verre verleden: sinds Van Deinse in 1915 de walvisstrandingen heeft bijgehouden zullen er niet heel veel dwergvinvissen ongemerkt aan wal zijn gekomen. Overigens geeft het verloop van de dwergvinvisstrandingen een opmerkelijk beeld (figuur 2): sinds 1900 zijn er kleine piekjes en dalen te zien, met in de periode 1960-1969 zelfs niet één.

      Figuur 2. Aangespoelde dwergvinvissen (linker y-as, staven) en percentage bruinvissen (rechter y-as, blauwe lijn) per decennium.

      Nu is dat precies in de periode dat Van Deinse overleed (1965), waarna zijn waarnemersnetwerk in het slop raakte, maar of dat werkelijk de reden is blijft de vraag. Bovendien valt het ontbreken van dode dwergvinvissen in die periode mooi in een veertigjarig dal (1950-1990). Na 1990 namen bruinvissen weer toe na jaren van lage aantallen, en blijkbaar ook de dwergvinvissen. De overeenkomst tussen deze soorten is dat beide leven van kleine scholende vis, zoals haring, sprot en zandspiering. Of er werkelijk een oorzakelijk verband is, zal wel altijd onduidelijk blijven, zeker omdat de juiste aantallen dode bruinvissen uit de eerste helft van de vorige eeuw onbekend zijn; ze werden door Van Deinse niet genoteerd omdat ze te algemeen waren. De aantallen dwergvinvissen zijn per jaar weliswaar laag, maar het patroon is wel opvallend.

      Het is aardig om te zien dat in de periode dat de bruinvis voor de Nederlandse kust zeldzaam was er toch 'gewoon' andere soorten aanspoelden (figuur 3), tot zelfs 19 stuks in 1964. De periode waarin Van Deinse niet meer actief was, is duidelijk in de figuur herkenbaar, want er zijn toen wel 'andere' soorten boven water gekomen – waarschijnlijk achteraf, dankzij Husson en Van Bree – maar nauwelijks bruinvissen. Terwijl het aantal 'andere' soorten daarna niet afnam, nam het aantal bruinvissen langzaamaan toe, en met name vanaf eind jaren 1990 spoelden er steeds meer aan. Sinds 2006 ligt het aandeel 'andere soorten' onder 2%; alleen in 2015 kwam daar, vanwege het lage aantal bruinvissen, iets bovenuit (2,6%).

      Figuur 3. Percentage niet-bruinvissen per jaar sinds 1950.

      …. en ook de bruinvis was schaarser dan voorheen

      Bulksoort bruinvis spoelde dus in 2015 ruimschoots minder aan dan in voorgaande jaren: er zijn er maar 303 gemeld. Het aanspoelpatroon was in grote lijnen niet anders dan anders, met pieken in lente en herfst, waarbij de herfstpiek zoals gebruikelijk hoger was dan die in de lente (figuur 4). Er zijn wel kleine verschillen: de voorjaarspiek was in 2015 veel minder geprononceerd dan in andere jaren, en in juli en september zijn veel meer maar in augustus juist veel minder bruinvissen gemeld dan gemiddeld. Hoewel de wind in augustus 2015 vrij vaak pal uit het zuiden of uit oostelijke richtingen kwam en dus aflandig was, waren er zeker ook periodes met aanlandige wind, dus daaraan zal het niet gelegen hebben. Kennelijk waren er in de nazomer gewoon minder bruinvissen dicht onder de kust. Over 2005-2014 strandde bijna 36% van het jaartotaal in juli-september, in 2015 was dat bijna 39%, dus nagenoeg gelijk. Het ontbreken van flinke aantallen dode bruinvissen in augustus is dus blijkbaar gecompenseerd door de relatief hoge aantallen in juli.

      Figuur 4. Bruinvisstrandingen per maand in 2015 (aantallen, staven, linker as), vergeleken met de gemiddelden per maand over 2005-2014 (percentages, blauwe lijn, rechter as).

      De verdeling over de kustgebieden was iets anders dan het meerjarig beeld toont (figuur 5): normaal wordt bijna een vijfde (18%) gemeld uit Noord-Holland, maar in 2015 was dat 12% (36 exemplaren). De lagere aantallen in 2015 komen ook duidelijk tot uiting in het kilometergemiddelde, dat over 2005-2014 voor elk van de vier deelgebieden rond de 1,5 ligt, maar in 2015 alleen in het Waddengebied maar net op 1,0 uitkwam, terwijl het in Noord-Holland zelfs minder was dan een half. Het aantal aangespoelde bruinvissen in Noord-Holland is al sinds 2013 lager dan normaal.

      Figuur 5. Gemiddelde aantal bruinvissen per kilometer per deelgebied voor 2015 vergeleken met 2005-2014.

      In maar liefst drie maanden (februari, augustus, december) zijn uit Noord-Holland zelfs helemaal geen bruinvissen gemeld (figuur 6). Dat is uitzonderlijk, en we moeten terug tot 2005 voor een februari zonder bruinvis, tot 2007 voor een december zonder, en zelfs tot 1997 voor een augustus zonder. In het verleden waren februari en augustus maanden waarin juist veel bruinvissen op de Noord-Hollandse kust aanspoelden. Er is hier al eerder gesuggereerd dat de grootschalige werkzaamheden bij de Hondsbossche Zeewering, waar tussen 1 juli 2013 en maart 2015 permanent zand voor de kust is opgezogen om het vervolgens op de dijk te spuiten, van invloed zou kunnen zijn geweest. Het blijft speculatie, maar als de situatie na het stoppen van de werkzaamheden weer normaliseert, zou het interessant zijn om dit nader te analyseren. Het is echter de vraag of dat werkelijk goed uitvoerbaar is, want gegevens over de beschikbaarheid van de belangrijkste bruinvisprooien (grondels, zandspiering, haring en wijting) zijn waarschijnlijk maar nauwelijks beschikbaar.

      Figuur 6. Gemiddelde aantal bruinvissen per maand per kilometer in Noord-Holland voor 2015 en voor 2005-2014.

      Ongeveer de helft van het aantal gevonden bruinvissen uit 2015 is gesekst (49%, n=149), gelijk aan het meerjarig aandeel (50%, n=5536). Het aandeel mannetjes, dalende sinds 2005, lijkt te stabiliseren (figuur 7). In de jaren 2005-2007 was het steeds boven 61%, in de jaren erna steeds eronder, met als laagste punt 49% in 2014. Net als vorig jaar kunnen we niet meer opmerken dan dat het lastig is een verklaring te vinden voor veranderingen hierin.

      Figuur 7. Percentage gestrande bruinvismannetjes per jaar (n=2396).

       

      Ook dit jaar is van iets minder dan de helft van de aangespoelde bruinvissen een lengteopgave ontvangen, waarmee de daling in het aandeel gemeten dieren gelukkig ten einde lijkt. Uiteraard zijn lengtes van incomplete kadavers hierbij niet gebruikt. Het is belangrijk om aangespoelde (en complete) bruinvissen te blijven meten, omdat lengte een indicatie is voor leeftijd. Hiermee houden we een vinger aan de pols van (sterfte in) de populatie en veranderingen daarin. De steekproef voor 2015 is erg klein: er zijn maar 128 dieren gemeten, maar het beeld voor 2015 komt overeen met dat in de voorgaande jaren (figuur 8).

      Figuur 8. Aandeel gestrande bruinvissen per leeftijdsklasse (geschat op basis van lengte) voor 2015 (bovenste drie figuren) en 2005-20014. De beide linker figuren (categorie 'alles') omvatten zowel gesekste als ongesekste exemplaren. jong = <100 cm, subadult = 100-130 cm, adult = >130 cm.

      Normaal gesproken is ruim de helft (61%) van de gestrande bruinvissen subadult, en dat was in 2015 niet anders (59%). Ook voor gesekste dieren is het vergelijkbaar, maar het aandeel adulte vrouwtjes dat op het strand wordt gevonden is aanzienlijk hoger (respectievelijk 36% en 40% voor 2005-2014 en 2015) dan het aandeel adulte mannetjes (22% en 15%). Hierbij dringt zich natuurlijk als eerste de vraag op of de leeftijdsindeling wel klopt: mannetjes bruinvis blijven altijd wat kleiner dan vrouwtjes en zijn vermoedelijk al bij een kleiner formaat volwassen. Zou een erg grote bruinvis misschien eerder uitnodigen om te meten dan een kleiner exemplaar?

      De jongensterfte in de periode april-oktober was in 2015 vergelijkbaar met die over voorgaande jaren (23%, n=85, versus 19% over 2005-2014, n=360). Er zijn doorgaans iets meer dode jonge mannetjes dan vrouwtjes (18% versus 13%, n=2261), en in 2015 was de verdeling nog wat schever (27% mannetjes tegen 11% vrouwtjes, n=72, maar denk aan de erg kleine steekproef voor 2015). Het is onbekend of de sekseverhouding al bij geboorte scheef is. Hopelijk kunnen de sectiegegevens van Universiteit Utrecht daar binnenkort inzicht in geven.

      Er zijn 7 bruinvissen levend gestrand, of 10 als drie onzekere gevallen ('bloed sijpelt uit wond') worden meegerekend. Dit is 2,3% (respectievelijk 3%) van het totaal en is daarmee gelijk aan het meerjarig percentage (3%, n=163). In december-maart stranden de meeste levende bruinvissen (figuur 9).

      Figuur 9. Percentage levend gestrande bruinvissen per maand over 2005-2015 (n=172).

      Opvallend is dat er in de meeste maanden meer vrouwtjes levend stranden dan mannetjes: alleen in februari, juni en augustus zijn levende mannen in de meerderheid. Het is verleidelijk dat toe te schrijven aan zwangerschapsproblemen, maar dat is toch niet zo, omdat in alle maanden ook onvolwassen vrouwtjes levend stranden (figuur 10).

      Figuur 10. Lengteverdeling van levend gestrande vrouwtjesbruinvissen per maand (n=77).

      Net als in andere jaren was weer een groot aantal mensen betrokken bij het aanleveren van gegevens over gestrande walvissen. Allen worden wederom hartelijk bedankt voor hun inzet.

      Dit jaaroverzicht is ook te downloaden als pdf.

      Guido Keijl, Naturalis

    • Maandoverzicht december 2015

      De laatste maand van 2015 sloot af met 22 strandingen; dat zijn er minder dan het langjarig gemiddelde sinds 2005 (31), maar niet heel veel minder dan vorige maand (27). De voorspelde eindspurt was dus niet zichtbaar.

      In de Delta zijn 8 walvissen gestrand (1 in de Oosterschelde), langs de Hollandse kust 0 – een unicum, zeker gezien de toch aanhoudende zuid(westelijke) wind! – en op de Waddeneilanden maar liefst 14 (Razende Bol 1, Texel 2, Vlieland 2, Ameland 7, Schiermonnikoog 2). Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat voor Schiermonnikoog een losse wervel van een tuimelaar is meegerekend.

      Bijzonder deze maand was natuurlijk de dwergvinvis van de Razende Bol op 12 december. Het was al de derde vinvis dit jaar, en de tweede dwergvinvis. De andere twee zijn de vorige maand in de Rotterdamse haven aangetroffen.

      Eveneens bijzonder mag de eindspurt van dode bruinvissen op Ameland genoemd worden: van de 7 exemplaren die daar deze maand zijn gevonden, zijn er 5 gemeld tussen 25 en 29 december. Berekend over de afgelopen elf jaar is december normaal 'goed' voor zo'n 6% van de strandingen. Ameland torent daar hoog bovenuit met ruim 12%. De landelijke nazomerpiek is daar juist niet zichtbaar. Verklaringen blijven allemaal giswerk zonder nader onderzoek, maar opvallend van de laatste 5 strandingen op Ameland is dat er drie dermate waren toegetakeld, dat ze misschien wel toegeschreven zouden kunnen worden aan grijze-zeehondpredatie.

      Procentuele aantallen dode bruinvissen per maand over 2005-2015 (n=9800, witte staven) en op Ameland (n=441, oranje staven).

    • Maandoverzicht november 2015

      Het is al vaker gememoreerd: er is een langjarig strandingsbeeld, dat in grote lijnen hetzelfde is, en er is een maandelijks strandingsbeeld, dat varieert van jaar tot jaar. Normaal gesproken stranden er in november minder bruinvissen dan in oktober, maar dit jaar was dat andersom: er zijn in november 25 meldingen ontvangen tegen 16 in oktober. Het meerjarig gemiddelde voor november is 25 en in tegenstelling tot de afgelopen maanden zitten we nu weer op 'normaal'. Het begin van de eindspurt van 2015?

      Uit de Delta tot en met de Maasvlakte zijn 12 strandingen gemeld (hierbij ook de dwergvinvis, en 1 bruinvis uit Oosterschelde), van de Hollandse kust 6 en van de Waddeneilanden 5 (Texel 2, Terschelling 2, Ameland 1). Er zijn geen levende bruinvissen gemeld. Bijzonder waren een dwergvinvis (7 november, Rotterdam, op de boeg van een schip naar binnen gevaren) en een gewone vinvis (9 november, Terneuzen, eveneens op de boeg van een schip, aangeland in haven van Gent).

    • Maandoverzicht oktober 2015

      In oktober dit jaar zijn er 16 bruinvissen gemeld, wederom ruim minder dan het meerjarig gemiddelde van 41 (gemeten sinds 2005). Andere soorten zijn niet gevonden.

      In de Delta zijn 4 bruinvissen gevonden (waarvan 2 in de Oosterschelde), op de Hollandse kust eveneens 4 en op de Waddeneilanden 7 (Texel 1, Terschelling 4, Ameland 1, Schiermonnikoog 1). Er zijn geen levende bruinvissen aangespoeld.

    • Maandoverzicht september 2015

      In september stranden er normaal gesproken ongeveer even veel bruinvissen als in juli, terwijl augustus daar dan bovenuit torent, maar zoals alle jaren van elkaar verschillen, is dat ook dit jaar zo: in september 2015 zijn er 42 bruinvissen gemeld, ruim meer dan in augustus dus. Het meerjarig septembergemiddelde sinds 2005 is 62, daar lag dit jaar dan weer een derde onder.

      Er waren deze maand twee aanspoelgolfjes met dagelijks ten minste één melding, te weten van 1-8 en van 18-25 september. Niet geheel toevallig vielen deze samen met (matige) aanlandige wind. Op de andere dagen zat de wind in de oosthoek en zijn er duidelijk minder of soms zelfs geen bruinvissen gevonden.

      De meldingen waren als volgt over de kust verdeeld: Delta 13, (0 in Wester- en Oosterschelde), Hollandse kust 15, en Waddengebied 14 (3 op Texel, 4 op Vlieland, 6 op Terschelling en 1 op Schiermonnikoog).

      Er is 1 bruinvis (mogelijk) levend gestrand. Voor zover lengtes zijn vermeld, zijn er vijf jongen dood aangespoeld. Een bijzondere plek voor een (dode) bruinvis was het centrum van Rotterdam (19 september).

    • Maandoverzicht augustus 2015

      Gemiddeld over de jaren 2005-2014 stranden er in augustus 79 bruinvissen. Het aantal van dit jaar, 17, ligt daar dus ruim onder en is zelfs zo laag dat we terug moeten tot augustus 2002 voor we een lager aantal vinden (toen 15). Wat een contrast met de 55 van vorige maand!

      De strandingen waren nu geconcentreerd in de eerste decade (13 exemplaren tot en met 8 augustus), met 0 na de 21e. Hoewel er al het hele jaar kennelijk erg weinig bruinvissen voor de Nederlandse kust zwemmen, had het geringe aantal na 8 augustus vast ook te maken met de vaak uit oostelijke richting waaiende zwakke of matige wind.

      De hoofdmoot van de bruinvissen is gevonden in de Delta (11, waarvan 2 in de Oosterschelde), en verder 2 in Zuid-Holland, 2 op Texel, 1 op Terschelling en 1 langs de Friese vastelandskust.

    • Maandoverzicht juli 2015

      Het is niet te hopen dat de trend van de maandelijkse verdubbeling van de strandingen zich voortzet, maar vooralsnog is dat wel zo: 55 strandingen zijn er gemeld in juli, zelfs iets meer dan twee keer zoveel als in juni. Gemeten over 2005-2014 waren het er in juli gemiddeld 61. Dat is inclusief de monsteraantallen van juli 2011 (114) en juli 2012 (130) en dus erg hoog, want exclusief deze twee jaren ligt het juligemiddelde nog altijd op 45. Ook in juli 2015 zijn er weer uitsluitend bruinvissen gemeld.

      In de Delta zijn er 19 bruinvissen gestrand (waarvan 2 in de Oosterschelde), aan de Hollandse kust 21 (10 ten zuiden van IJmuiden en 11 ten noorden ervan), en op de Waddeneilanden 15 (Texel 6, Vlieland 5, Ameland 2 en Schiermonnikoog 2). Er zijn wederom geen levende bruinvissen gestrand. Voor zover vermeld waren er onder de gestrande dieren (slechts) 5 kalfjes.

      'Topdag' was 9 juli, toen zes bruinvissen zijn gemeld. De dagen daarvoor was de wind steeds aanlandig, maar niet bijzonder hard. De noordwesterstorm van 25 juli heeft misschien iets meer effect gehad, want in de dagen daarna, tot en met de 30e, strandden 18 bruinvissen.

    • Maandoverzicht juni 2015

      Ook juni was betrekkelijk rustig met 26 strandingen, ook al waren het er bijna twee keer zo veel als vorige maand. Het meerjarig gemiddelde voor juni ligt op 43 (of op 37 als juni 2013 met 91 strandingen wordt weggelaten). Er zijn uitsluitend bruinvissen gemeld.

      In de Delta zijn 5 bruinvissen gestrand (0 in de Oosterschelde), aan de Hollandse kust 9 (4 ten zuiden van IJmuiden en 5 ten noorden ervan), en op de Waddeneilanden 12 (Texel 4, Vlieland 4, Terschelling 3 en Schiermonnikoog 1). Het gestegen aantal langs de Noord-Hollandse kust is intrigerend: na maanden van vrijwel ontbreken lijken daar nu weer bruinvissen te zijn, en dit valt samen met het afronden van de werkzaamheden bij de Hondsbossche Zeewering. Of er werkelijk een verband is, is natuurlijk onbekend, maar opmerkelijk is het wel.

      Er zijn geen levende bruinvissen gestrand. Voor zover vermeld waren er onder de gestrande dieren 4 kalfjes.

    • Maandoverzicht mei 2015

      Dit jaar is er in mei slechts de helft gestrand van het aantal in mei 2014, namelijk 15 bruinvissen. Er is daarnaast nog 1 tuimelaar gemeld, op 13 mei bij Noordwijk, maar dat betrof een niet-recente onderkaak. Het meerjarige meigemiddelde ligt op 41, of op 32 als de 121 dode bruinvissen van mei 2013 worden weggelaten. Om in de buurt te komen van het lage aantal van dit jaar moeten we terug tot mei 2008, toen er 14 dode bruinvissen zijn gemeld, of tot mei 2003, met 11.

      De Delta meldde deze maand slechts 4 strandingen (waarvan 1 in de Oosterschelde), terwijl aan de Hollandse kust de meeste dieren aanspoelden (8, waarvan 4 in Noord-Holland). Op de Wadden zijn slechts 2 bruinvissen gevonden (Texel, Schiermonnikoog). Het eerste kalfje spoelde aan op 27 mei, het tweede – levend – twee dagen later.

    • Maandoverzicht april 2015

      April is vanouds de maand met de minste strandingen in het voorjaar. Alleen in oktober-december spoelen lagere aantallen aan. April 2015 leverde slechts 18 bruinvissen op en geen andere soorten. Terugkijkend in de tijd was alleen het apriltotaal van 2008 lager met 13 exemplaren, en vervolgens moeten we twaalf jaar terug, tot 2003, om nog lager uit te komen (8). Gemiddeld sinds 2005 stranden er 45 dieren. Piekjaar was 2013 met een ongelooflijke 111, maar ook als we dat jaar weglaten ligt het gemiddelde nog steeds op 38.

      In de Delta zijn dit jaar april 5 bruinvissen gestrand (waarvan 1 in de Oosterschelde), op de Hollandse kust 6 (waarvan 4 bij Noordwijk, en 0 op Texel) en op de Wadden 7 (Vlieland 3, Terschelling 1, Ameland 1, Schiermonnikoog 2). Er zijn geen levend aangespoelde bruinvissen gemeld.

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2014 online

      Het jaaroverzicht van 2014 staat (eindelijk) online. Het is ook hier te downloaden als pdf.

    • Maandoverzicht maart 2015

      In maart 2015 zijn 25 bruinvissen gestrand. Het meerjarig maartgemiddelde sinds 2005 is 63, dus in lijn met de afgelopen maanden zitten we daar weer ruimschoots onder. Piekjaar was maart 2013, met 111 strandingen, gevolgd door maart 2014 met 82. Zelfs maart 2005 was hoger, met 27, en pas in maart 2004, 11 jaar geleden, toen er 16 gestrande walvissen zijn gemeld, komen we lager uit dan het maandtotaal van dit jaar. Er zijn geen andere soorten dan bruinvis gemeld.

      Uit de Delta zijn deze maand 13 meldingen ontvangen, van de Hollandse kust inclusief Texel 7, en van de Wadden 5 (Vlieland 2, Terschelling 2, Ameland 1). Er is 1 bruinvis levend gestrand (Terschelling 19 maart). Uit de Oosterschelde zijn deze maand twee dode bruinvissen gemeld. Er zijn 7 bruinvissen gevonden die, althans op het oog geschat aan de hand van bijgeleverde foto's, slachtoffer zijn geworden van een grijze zeehond. Deze zijn gevonden bij Westkapelle en Zoutelande (2 exemplaren), de traditionele locatie bij Ouddorp-Kwade Hoek (4) en Terschelling (1). Helaas is dat voor veel andere meldingen niet na te gaan vanwege het ontbreken van beeldmateriaal.

    • Maandoverzicht februari 2015

      Ook februari 2015 was een rustige maand, met, net als in januari, 17 strandingen. Het langjarig februarigemiddelde sinds 2005 is veel hoger, namelijk 40. De laatste jaren strandden in februari vrijwel steeds meer dan 40 bruinvissen, met 58 als record in 2009. Aantallen tussen 10 en 20 vinden we pas in 2004; in de jaren daarvoor, terug tot 1999, zijn steeds vergelijkbaar lage aantallen bruinvissen gestrand.

      Uit de Delta zijn deze maand 6 meldingen ontvangen, van de Hollandse kust 7, en van de Wadden 4 (Vlieland 2, Schiermonnikoog 1, Holwerderbalg (in de Waddenzee) 1). Er zijn in februari geen andere soorten gemeld. Er is 1 bruinvis levend gestrand, op Schiermonnikoog.

      Opvallend en merkwaardig zijn de al maanden lang lage aantallen dode bruinvissen van de Noord-Hollandse kust (IJmuiden tot en met Texel). Sinds 2005 en gemeten over het hele jaar neemt dit traject gemiddeld bijna 25% van de strandingen voor zijn rekening, maar over 2014-2015 is dat maar 8% (zie de figuren onder). Wat zou er aan de hand zijn? Het blijft natuurlijk speculatie, maar er komen enkele gedachten op: zijn de voedselomstandigheden in dit gebied ongunstig (of elders juist veel beter)? Zijn de voedselomstandigheden er juist heel goed, waardoor er lokaal weinig doodgaan? Of zijn het de werkzaamheden bij de Hondsbossche Zeewering en Petten die de bruinvissen weghouden? Die werkzaamheden houden natuurlijk een keer op, dus het antwoord op die vraag moet nog even tot dan wachten.

    • Maandoverzicht januari 2015

      In januari 2015 zijn slechts 17 walvissen gestrand, precies de helft van het meerjarig gemiddelde gemeten sinds 2005. Sterker nog: alleen het januaritotaal van 2008 lag met slechts 8 strandingen onder dat van dit jaar, en we moeten vervolgens terug tot 2002 om nog lager uit te komen (7 exemplaren).

      Uit de Delta zijn 4 meldingen ontvangen, van de Hollandse kust 3, en van de Wadden dus 10 (Texel 7, Vlieland 1, Terschelling 1, Ameland 1). Op Texel en Terschelling zijn levende bruinvissen gestrand. Alle meldingen betroffen bruinvissen, op een na.

      Bijzonder was het vrouwtje griend dat op 11 januari rot aanspoelde op het recent opgespoten strand bij de Hondsbossche Zeewering. Het was de tweede griend in korte tijd: op 17 december strandde een vrouwtje bij Nieuw-Haamstede (zie de nieuwspagina van 2014). Zo mogelijk nog bijzonderder was dat beide vrouwtjes gestikt zijn in een vis. Er is in november 2015 een publicatie over beide gevallen verschenen.