Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Nieuws 2013

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2013

      2013 deed wat walvisstrandingen betreft qua aantal niet onder voor 2011: er zijn in totaal 880 dieren gemeld. De stijgende lijn zet dus nog altijd door (figuur 1). Alleen 2012 liet een 'dipje' zien.


      Figuur 1. Aangespoelde walvisachtigen per jaar op de Nederlandse kust, 2000-2013. Oranje balken zijn bruinvissen, zwarte balken andere soorten.

      Dit jaar zijn vijf soorten gemeld. Bijzonder waren gewone spitssnuitdolfijn (18 juli Schiermonnikoog, de 25e voor ons land), twee gewone vinvissen (2 augustus Rotterdam en 16 september 's-Gravenzande; nummers 35 en 36 voor ons land), een potvis (29 juli Terschelling, nummer 66), en 3 tuimelaars (29 januari Ameland enkele wervels, 20 april Texel 1 wervel, 27 juni Krabbendijke vers exemplaar, nummer 373). Daarnaast is nog een niet nader gedetermineerde kleine walvis gemeld (3 mei Vlieland, alleen een rib) en een eveneens ongedetermineerd gebleven dolfijn (6 mei, Terschelling).

      Opvallende afwezige in 2013 was overigens de witsnuitdolfijn, waarvan de laatste stranding dateert van januari 2012. Sinds 2000 is deze soort jaarlijks gemeld, met gemiddeld ruim 4 exemplaren per jaar, en maar liefst 11 in 2000. Het enige andere jaar zonder witsnuitdolfijnen sinds 2000 was 2007.

      Sommigen vragen zich af waarom ook losse botten van walvisachtigen worden opgenomen in de database. Het kunnen immers resten zijn van dieren die op zee zijn doodgegaan, dus niet zijn gestrand. Dat is waar, maar door ze te registreren krijgen we een beter beeld van de soorten walvissen die in onze contreien rondzwemmen, wat natuurlijk een belangrijk doel van de registratie is. Bij een analyse kunnen ze vervolgens naar believen worden weggelaten. Een andere reden om botten op te nemen is dat ze, soms na vele jaren, kunnen opduiken in publicaties, terwijl er niets meer over is terug te vinden omdat ooit besloten was om geen botten op te nemen. Niet lang geleden deed zich zo'n geval voor. Tot slot kan een walvis op of vlakbij de kust zijn doodgegaan maar niet zijn opgemerkt, en terug de zee in gespoeld. Langs de Hollandse kust is dat nauwelijks voorstelbaar, maar in de Delta of Waddenzee is dat heel goed mogelijk.

      Gewone vinvis
      Hetzelfde verhaal als voor botten geldt ook voor gewone vinvissen. Veel tijd is eens besteed aan een zoektocht naar een vinvis die niet in de database was opgenomen, omdat besloten was dat per schip aangevoerde walvissen daar niet in thuis hoorden. Beide 'strandingen' van de gewone vinvissen van dit jaar vallen in deze categorie: van de een is bewezen en van de ander waarschijnlijk dat ze met een schip zijn aangevoerd. Dit geldt zelfs misschien wel voor de meeste van in ons land gestrande gewone vinvissen: kijk maar eens naar de 'strandingslocaties' van gewone vinvissen sinds 1956 in tabel 1, en hou daarbij de grote havens - Antwerpen, Vlissingen, Rotterdam en IJmuiden - in het achterhoofd.

      Tabel 1. Strandingslocaties van gewone vinvis sinds 1956.

      1956    IJmuiden
      1998    Egmond
      2001    Vlissingen
      2004    Noordwijk
      2006    Maasvlakte
      2011    Rotterdam
      2012    Rotterdam, Vlissingen
      2013    Rotterdam, 's-Gravenzande

      Potvis
      De stranding van de potvis in juli was niet minder interessant. De meeste potvissen stranden in de winter: van de potvissen waarvan de maand bekend is, komt 74% uit de maanden november-februari (figuur 2). Uit juli zijn nu 5 gevallen bekend. Hoe bijzonder het is wordt extra duidelijk als we naar de jaren van die julistrandingen kijken: 1402 Zandvoort, 1577 (2) Vlissingen en Verdronken land van Saeftinge, 1953 Texel, en 2013 Terschelling. Er zijn ook ooit 3 strandingen in juni geweest: 1763 Texel, en 2004 (2) Vlieland en Noordpolderzijl. Augustus is in ons land nu nog de enige maand zonder gedocumenteerde potvisstranding.

      Figuur 2. Aangespoelde potvissen in Nederland, 1255-2013, per maand.

      De potvis uit 2013 strandde levend op de uiterste oostpunt van Terschelling. Reddingspogingen bleken tevergeefs. De onderkaak van dit dier toonde een oude breuk die goed was geheeld, en afwijkend gevormde tanden (zie de foto bij de waarneming). Er zijn wereldwijd diverse gevallen bekend van potvissen die met hun onderkaak verward geraakt waren in onderzeese kabels en misschien is dit de Terschellingse potvis ook wel overkomen. Je zou je kunnen afvragen of zo'n dier wel normaal aan zijn eten kan komen en of dit misschien de oorzaak is geweest van het stranden, op zo'n afwijkend moment in het jaar. Aan de andere kant: het was een oude breuk, dus kennelijk wel. Normaal gesproken verblijft een deel van de mannelijke potvissen in de zomer in het noordpoolgebied. We hebben bekeken of van de juni- en juli-potvissen meer bekend is over afwijkingen, maar dat was ofwel niet het geval (recentere gevallen), ofwel niet meer na te gaan.

      Bruinvis
      Wat strandingen betreft was uiteraard de bruinvis weer 'topscoorder' in 2013, met 872 exemplaren. Deze soort is verantwoordelijk voor de continue stijging van strandingen (figuur 1). Dankzij het hoge aantal bruinvissen stranden er tegenwoordig dagelijks gemiddeld bijna 2,5 walvissen per dag in ons land. Dit is iets wat veel mensen zich niet realiseren, en dat feitelijk pas duidelijk wordt door consequente registratie. De strandingen per maand lieten in 2013 echter een ander beeld zien dan in voorgaande jaren. Het gebruikelijke patroon is een stijgende lijn vanaf januari, met een piek in maart, een daling in de loop van het voorjaar en een tweede piek in augustus (blauwe lijn in figuur 3), maar in 2013 was het beeld anders: na de verwachte piek in maart daalden de aantallen niet, maar bleven ze stijgen tot in mei. Die maand vestigde zelfs een meimaandrecord met 119 meldingen (tegen een gemiddelde van 32). Pas na mei namen de aantallen iets af.


      Figuur 3. Bruinvisstrandingen per maand in 2013 (staven, linker y-as), vergeleken met de periode 2005-2012 (percentages, blauwe lijn, rechter y-as).

      De 'zomerpiek' was weer 'gewoon' aanwezig, maar daarna tuimelde het aantal van 100 in september naar slechts 29 in oktober - overigens nog altijd bijna 1 bruinvis per dag. In 'normale' jaren zijn de maanden juli-oktober goed voor de helft van het jaartotaal. Het was duidelijk dat de piek naar voren was geschoven, want de periode juli-oktober besloeg nu slechts 31% van het jaartotaal. Een verklaring hebben we (natuurlijk) niet voor deze voorjaarspiek, maar wel een suggestie: normaal gesproken zien zeevogeltellers vanaf de kust in de lente noordwaarts gerichte trek van bruinvissen, maar dit jaar is die niet waargenomen. Misschien zijn veel bruinvissen dus zuidelijk van Nederland gebleven. De sterfte, met name in mei, is daarmee echter nog niet verklaard. De meidagen met de hoogste aantallen waren 3 mei (10 exemplaren), 9 mei (13) en 26 mei (11). In het maandoverzicht (zie elders op deze pagina) werd geconstateerd dat er veel bruinvissen in de Westerschelde waren gevonden. In cijfers uitgedrukt was dit 25% van het totale aantal in mei in de Delta gevonden bruinvissen (n=64), tegen 7% over mei 2005-2012 (n=84). Of daaruit geconcludeerd kan worden dat de Westerschelde geschikter is geworden voor bruinvissen, of dat ze uit 'armoede' deze zeearm zijn ingezwommen en er vervolgens het loodje legden, is wederom onbekend. Overigens moeten deze getallen met de nodige voorzichtigheid bekeken worden: er is hier een snelle analyse gedaan op grond van vindplaats, waarbij de grens voor kadavers 'in de Westerschelde' is getrokken ter hoogte van Vlissingen. Dat is aanvechtbaar, want kadavers kunnen bijvoorbeeld op zee zijn doodgegaan en met vloed de Westerschelde zijn ingedreven, terwijl andere misschien in de Westerschelde zijn doodgegaan maar vervolgens zijn aangespoeld bij Vlissingen of ten westen daarvan. Feit blijft wel dat er tegenwoordig meer bruinvissen ver oostelijk in de Westerschelde worden gezien, soms zelfs voorbij Antwerpen.

      Uit het waddengebied zijn 206 bruinvissen gemeld, van de Hollandse kust (vanaf Hoek van Holland tot en met Texel) 346 en uit de Delta (inclusief Maasvlakte) 323. Daarmee lijkt er een einde gekomen te zijn aan de dalende lijn van meldingen uit het Waddengebied: door de jaren heen bedroeg het aandeel bruinvissen uit de Wadden steeds meer dan 30%, in 2006 en 2010 zelfs bijna 40%, maar in 2011 en 2012 een kwart of nog minder (figuur 4). In 2013 was dit aandeel weer terug op 30%. Het gemiddelde per kilometer ligt er, vanwege de uitgestrekte kustlijn, wel nog altijd lager dan elders (tabel 2).

      Figuur 4. Aandeel dode bruinvissen per deelgebied in 2013 vergeleken met de periode 2005-2012. Blauw = Wadden (Vlieland tot en met Rottumeroog en de Waddenzee), rood = Noord-Holland (Texel tot IJmuiden Noordpier), groen = Zuid-Holland (IJmuiden Zuidpier tot en met Hoek van Holland), paars is Delta (Maasvlakte tot Belgische grens).

      Tabel 2. Gemiddelde aantal dode bruinvissen per kilometer kustlijn per deelgebied.

        2013 2005-2012
      Wadden 1,9 1,5
      Noord-Holland 2,1 1,5
      Zuid-Holland 2,6 1,5
      Delta 2,8 1,1

      De kust van Noord-Holland liet in 2013 juist een flinke daling in aandeel strandingen zien, maar had wel hetzelfde hoge kilometergemiddelde als de Zuid-Hollandse kust. Opnieuw was het het Deltagebied waar meer meldingen werden gedaan dan het meerjarig gemiddelde. Omdat de zoek- en meldintensiteit in alle gebieden ongeveer gelijk is gebleven - alleen voor het Waddengebied is dat onduidelijk - moet de oorzaak gezocht worden in de verspreiding van de bruinvissen zelf. Zoals net vermeld kunnen kadavers van op zee gestorven dieren verdriften door stroming en wind, maar het is niet te verwachten dat die door de jaren heen zijn veranderd.

      Figuur 5. Dode bruinvissen per maand deelgebied.

      Het strandingsbeeld van de Delta lijkt complementair aan dat van het Waddengebied (figuur 5), met de meeste strandingen in de zomer, terwijl in het waddengebied de piek juist in de winter valt. Het is verleidelijk de piek in juli-augustus in het waddengebied een vakantie-effect te noemen: doordat er dagelijks mensen op het strand komen, onsnapt er vrijwel geen bruinvis meer aan de aandacht. Anderzijds was er in 2012 op de Wadden ook een piek, maar toen in juni, dus juist voor de vakantieperiode. Mogelijk opvallender is dat het strandingspatroon voor Noord- en Zuid-Holland niet lijkt op dat van de Delta, maar ook niet op dat van het Waddengebied. Eigenlijk geeft het strandingspatroon voor zowel de Noord- als Zuid-Hollandse kust vooral een rommelig beeld. De meipieken zijn alleen te zien in de Delta en Noord-Holland, maar niet in beide andere gebieden. In hoeverre de windrichting in 2013 een rol heeft gespeeld bij aanspoelen is onbekend, hoewel het positieve effect van aanlandige wind wel duidelijk is. Dat verklaart misschien ook wel een deel van de patronen: bij de in ons land overheersende zuidwesten wind kunnen (drijvende) kadavers wel aanspoelen op de eilanden in de Delta en op de Noord-Hollandse kust, maar drijven ze evenwijdig aan de Zuid-Hollandse kust, terwijl ze op de Wadden dan juist  van de kust worden weggeblazen. Mogelijk zijn de grillige patronen van de Hollandse kust wel (deels) te verklaren met de windrichting, maar dit vereist een uitgebreide aparte studie.

      Er zijn 268 mannetjes en 140 vrouwtjes gemeld. Ook in 2013 was er dus, zoals gebruikelijk, een overschot aan mannetjes, maar nu duidelijk meer dan anders (tabel 3). In de Delta en Noord-Holland was het percentage mannen het hoogst, in Zuid-Holland het laagst. In de jaren ervoor was het aandeel mannen het hoogst in het zuiden en nam het naar het noorden toe af, maar dat beeld is nu niet terug te vinden.

      Tabel 3. Percentage mannetjes (afgerond) per deelgebied in 2013 vergeleken met 2005-2012. Tussen haakjes staat het aantal gesekste dieren.

        2013 2005-2012
      Wadden 63 (52) 53 (352)
      Noord-Holland 68 (78) 57 (585)
      Zuid-Holland 59 (71) 59 (452)
      Delta 68 (207) 63 (791)
           
      gemiddeld 66 (408) 59 (2180)

      Opmerkelijk is dat er veel meer vrouwtjes gemeten zijn dan mannetjes (51% versus 37%, tabel 4). Dit is vast een artefact, want waarom zou een bruinvisvinder liever een vrouwtje meten dan een mannetje? In categorie 'sekse onbekend' is het aandeel gemeten dieren laag, ongetwijfeld omdat een groot deel hiervan rot of aan flarden was. Vrouwtjes waren gemiddeld groter dan mannetjes, zoals ook in andere jaren is geconstateerd. De jongensterfte, gedefinieerd als bruinvissen kleiner dan 100 cm in de periode april-september, bedroeg voor vrouwtjes bijna 10% en was daarmee gelijk aan vorig jaar. Voor mannetjes was het echter flink hoger, namelijk 18%. We weten echter helaas niets over de seksratio bij  geboorte. Sectiegegevens, waarbij foetussen worden gesekst, zouden daar uitsluitsel over kunnen geven.

      Tabel 4. Aantal gemeten en geschatte bruinvissen (bovenste vijf rijen), en lengtes (onderste drie rijen, in centimeters), per sekse, en voor niet-gesekste exemplaren.

        gemeten     geschat    
        man vrouw onbekend man vrouw onbekend
      aantal 99 71 54 26 14 79
      % gemeten 37 51 19 10 14 17
      <100 cm 17 7 10 4 3 18
      >130 cm 24 28 28 6 3 16
      >150 8 12 15 3 0 6
                   
      kleinste 62 65 80 70 60 60
      gemiddeld 114 123 116 117 114 113
      grootste 160 178 166 165 150 180

      Er zijn dit jaar 11 bruinvissen levend gestrand, waarvan 4 mannen en 4 vrouwen, ruim onder het jaarlijkse gemiddelde sinds 2005 (16, n=146). Hiervan zijn er 7 overleden, de meeste al spoedig na stranden. Twee zijn opgeknapt bij SOS Dolfijn in Harderwijk en weer losgelaten, een is nog altijd in de opvang. Deze laatste vertoonde tekenen van verstrikking in een visnet. Van de andere is op dit moment nog niets bekend.

      In 2014 wordt er door de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht aan het ministerie gerapporteerd over het bruinvisonderzoek over de periode 2008-2013. Hopelijk horen we dan meer over de doodsoorzaken van bruinvissen voor onze kust.

      Ik wil alle medewerkers wederom hartelijk danken voor hun meldingen en prettige samenwerking.

      Guido Keijl, Naturalis

       

    • Maandoverzicht december 2013

      In december 2013 zijn toch weer meer bruinvissen gemeld dan het meerjarig gemiddelde: het waren er 40, tegen een gemiddelde van 30. Topdag was Tweede Kerstdag met 5; misschien een effect van de storm de dag ervoor? December was sowieso een winderige maand, met noordwesterstorm op de 5e en zuiderstorm op de 24e.

      Er waren deze maand relatief veel strandingen op de Hollandse kust: uit het zuidwesten van het land zijn 11 bruinvissen gemeld, van de Hollandse kust 18 en van de Wadden 11 (Texel 1, Vlieland 6, Terschelling 1, Ameland 2, Schiermonnikoog 2). Er waren levend gestrande bruinvissen bij Egmond op 29 december en op Vlieland op 5 december; beide zijn spoedig na stranden overleden.

    • Maandoverzicht november 2013

      Ook in november was het rustig: zijn geen andere soorten gemeld en slechts 26 bruinvissen. Dat is precies evenveel als het gemiddelde over de laatste jaren. Gemiddeld werden er om de dag 1-2 bruinvissen doorgegeven. Alleen 6 november had een piekje met 5 dieren.

      Zowel uit de Delta als van de Hollandse kust zijn elk 9 bruinvissen gemeld en uit het waddengebied 8, waarvan 5 van Texel, 1 van Vlieland, 1 van Terschelling en 1 op de Waddenzee onder Schiermonnikoog. Er zijn geen levende bruinvissen gevonden.

    • Maandoverzicht oktober 2013

      Na het gekkenhuis van deze zomer (overzichten over de maanden juli-september volgen later) is oktober een rustige maand geweest wat betreft walvisstrandingen: er zijn slechts 27 bruinvissen geregistreerd en geen andere soorten. Daarmee lag het maandgemiddelde ruim onder het meerjarengemiddelde, dat op 44 staat. Er waren geen dagen met meer dan drie strandingen, hoewel oktober een winderige maand is geweest.

      Uit het Deltagebied zijn 11 meldingen ontvangen, van de Hollandse kust eveneens 10, en van de Wadden 6 (Texel 4, Vlieland 1, Rottumerplaat 1). Er is 1 bruinvis levend gestrand (Texel 18 oktober).

    • Maandoverzicht september 2013

      Ook in september was het aantal aangespoelde walvissen ruim hoger dan gemiddeld over 2005-2012: in die periode was het gemiddelde 54, in september 2013 zijn 94 dieren gemeld! Dit waren 93 bruinvissen en 1 gewone vinvis. Hierbij moeten we ons realiseren dat de gegevens uit het noorden van het land nog incompleet zijn, dus er kunnen nog dieren bijkomen. Zie voor informatie over de vinvis het bericht hieronder.

      Het gemiddelde lag, net als in de andere zomermaanden van dit jaar, gelukkig wel wat lager dan in 2011 (130 strandingen) en 2012 (106), maar het aantal was duidelijk hoger dan in de jaren ervoor (nummer drie in de rij is 2009, met 54 meldingen). 'Topdagen' waren 2 september, toen er verspreid over het land 12 bruinvissen zijn gemeld, en 17 september met 8. Dit zijn duidelijk geen 'weekendeffecten' maar hangt vooral samen met de wind: die was tot en met 20 september vrijwel steeds aanlandig, windkracht 5 rond 2 september en windkracht 7 vanaf de 15e.

      Uit het Deltagebied zijn dit keer 35 meldingen ontvangen (waarvan 4 uit de Oosterschelde), van de Hollandse kust 50, en van de Wadden 9 (Texel 7, Terschelling 1, Harlingen 1). Er zijn 2 bruinvissen levend gestrand (14 september Bloemendaal, 22 september Terschelling).

    • Gewone vinvis bij 's-Gravezande

      De witte baleinen voorin de bek en de grijze erachter zijn op deze foto duidelijk zichtbaar. Foto: Rinus Noort

      Zondag 15 september 2013 kwam het bericht dat er op ongeveer 18,5 kilometer uit de kust bij Maasvlakte II overboord geslagen lading ronddreef. Toen de kustwacht ging kijken, bleek het echter om een dode gewone vinvis te gaan. Het woei flink uit het zuidwesten en het kadaver is de dag erna dan ook aangespoeld, bij 's-Gravezande. De gemeente heeft samen met de KNRM ervoor gezorgd dat het kadaver niet kon wegspoelen door het wat hoger op het strand te slepen. Op dinsdag 17 september zijn experts van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en het snijteam van Naturalis naar 's-Gravezande gegaan om het kadaver te onderzoeken en te bergen. Het ging om een goed gevoed mannetje van ongeveer 17 meter. Het kadaver was flink rot en dus al een aantal dagen dood. Op de vele foto's op internet is op de rechterflank een grote rode vlek te zien. Dit is inderdaad wat het lijkt: een onderhuidse bloeding, een teken dat het dier levend is aangevaren. De rechter flipper is gebroken, maar dat is vermoedelijk pas na de dood gebeurd.

      De witte baleinen voorin de bek en de grijze erachter zijn op deze foto duidelijk zichtbaar. Foto: Rinus Noort

      Dit is de 35e gewone vinvis voor ons land. Deze soort leeft in diep water en komt dus normaal gesproken niet uit eigen beweging in de zuidelijke Noordzee. Toch zijn er sinds 1900 achttien gewone vinvissen op onze kust gevonden. Dat wijst waarschijnlijk niet op een toename: er zijn in het verleden meer grote vinvissen gestrand waarvan achteraf de soort niet meer te bepalen is. Daar zaten ongetwijfeld ook gewone vinvissen bij. Anderzijds is de scheepvaart natuurlijk wel toegenomen en worden de schepen steeds groter, waarmee de kans op aanvaringen groter wordt. Als we kijken naar de strandingen sinds 1900 vallen twee zaken op. Ten eerste was er een strandingspiek in 1914 (4 exemplaren ) en in 1915 en 1916 (elk jaar 1). Dat heeft te maken gehad met de Eerste Wereldoorlog, meer specifiek met de zeemijnen die toen ronddreven en slachtoffers maakte. De vinvis van maart 1915 sleepte zelfs een zeemijn aan een kabel aan de staart mee (zie de melding). De andere gewone vinvissen zijn, op een enkele na, allemaal op 'verdachte locaties' aangetroffen, namelijk nabij de grotere zeehavens. Het gaat om Vlissingen (2x), Rotterdam (3x) en IJmuiden (1x). Zo lag er een op de Kwade Hoek – vlakbij Rotterdam, net als de vinvis van 's-Gravezande – en voor de kust van Goeree (later aangespoeld bij Noordwijk). Dit wijst erop dat de meeste, zo niet alle gewone vinvissen Nederland (niet op eigen kracht) bereiken via het Kanaal en afkomstig zijn uit de Golf van Biskaje, waarvan bekend is dat er veel gewone vinvissen leven.

      Grote vinvissen staan erom bekend dat ze worden aangevaren en op de 'bulb' van grote schepen een haven worden binnengevaren. In tegenstelling tot potvissen, die heel diep duiken om aan voedsel te komen, duiken vinvissen veel ondieper; ze zijn dus relatief langer nabij de oppervlakte en lopen zo vast meer kans te worden aangevaren. Waarom ze een naderend lawaaierig schip niet ontwijken is onbekend. Misschien zijn deze dieren al niet meer in orde.

      Hoewel er niet veel vinvissoorten in de wereld voorkomen, is determinatie niet altijd eenvoudig. Van dit dier was de determinatie ondanks veel ontbrekende huid gelukkig wel simpel, want de gewone vinvis is de enige soort die geen egaal gekleurde kop heeft: de linkeronderkaak is donker, de rechteronderkaak wit. Dit kleurverschil zet zich voort in de baleinen, en dat is op bijgaande foto fraai te zien, want die in de punt van de snuit zijn wit, de rest is blauwgrijs.

      Van de vinvis van 's-Gravezande zijn weefselmonsters genomen voor onderzoek. Het hele skelet wordt in Naturalis bewaard voor toekomstig onderzoek.

    • Maandoverzicht augustus 2013

      In augustus zijn 73 walvisachtigen gestrand, 72 bruinvissen en 1 gewone vinvis, dus de maand was vrijwel identiek aan juli van dit jaar.

      De vinvis is in de nacht van 1 op 2 augustus op de boeg van een schip de haven van Rotterdam binnengevaren en is dus eigenlijk geen 'echte' stranding. Aan de andere kant: als het dier ergens voor de Zeeuwse kust van de boeg was gegleden en vervolgens was aangespoeld, was het dat wel geweest en met die gedachte is deze 'stranding' toch opgenomen in de database. Het was het 34e geval voor ons land en alweer de 9e deze eeuw. Aan vele gewone vinvissen zit een luchtje, omdat ze hier echt niet voorkomen en het dus twijfelachtig is of ze in de Nederlandse Noordzee zijn doodgegaan. De dichtstbijzijnde leefgebieden zijn de diepe wateren van de Golf van Biskaje en de zee tussen Schotland en Noorwegen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn maar liefst zes gewone vinvissen in ons land gestrand: in zee lagen toen her en der mijnen en men dacht, of vermoedde, dat enkele dieren op een mijn zijn gezwommen. Waarschijnlijker is dat ze zijn omgekomen als gevolg van het ontploffen van een mijn op enige afstand, waarbij de dieren gehoorschade hebben opgelopen. De gewone vinvis van maart 1915 had een mijn op sleeptouw genomen (zie de foto in walvissstrandingen.nl)! Van de 9 uit deze eeuw zijn er 3 bij Rotterdam gevonden (grote haven), 2 bij Vlissingen (idem) en de rest op zijn minst in de buurt van een grote haven. Bij de gewone vinvis van 2 augustus zijn onderhuidse bloedingen aangetroffen, dus ook dit dier is vermoedelijk levend aangevaren.

      Gemiddeld strandden er over de periode 2005-2012 in augustus 79 bruinvissen. Augustus 2013 zit daar met 73 maar net onder. Het meerjarig gemiddelde is flink opgekrikt door het enorme aantal van de 210 dieren in 2011. In augustus van dit jaar zijn dus wel degelijk veel bruinvissen gestrand, want zonder 2011 ligt het gemiddelde op 60.

      In augustus 2013 zijn in de Delta 29 gestrande dieren gevonden (waarvan 2 in de Westerschelde en 4 in de Oosterschelde), aan de Hollandse kust 22, en in het waddengebied 22 (Texel slechts 3, Vlieland 6, Terschelling 5, Ameland 5, Schiermonnikoog 1 en Friese waddenkust 2; overzicht van het noorden van het land nog incompleet). Er zijn 2 bruinvissen levend gestrand (8 augustus Breskens, 27 augustus Texel). Een bruinvis op 21 augustus bij Dishoek is mogelijk eveneens levend gestrand, maar was overleden toen hij gevonden werd.

    • Maandoverzicht juli 2013

      In juli zijn twee bijzondere walvissen gestrand. Op 18 juli trof men op Schiermonnikoog een gewone spitssnuitdolfijn aan. Dit was de 25e voor ons land en al de 6e deze eeuw. Het was een nog niet volwassen vrouwtje van 366 cm en ongeveer 500 kg. Ze was levend gestrand, net als de gewone spitssnuiten van 18 juli 2010 van Egmond en die van 4 oktober 2009 op de Maasvlakte. De sectie heeft geen reden voor de stranding opgeleverd, want het dier verkeerde in goede conditie. In de maag zijn enkele visresten en zeshoekige, goudkleurige stukjes confetti aangetroffen.

      Op 29 juli strandde een potvis, eveneens levend, op de oostpunt van Terschelling. Ook dit dier heeft het niet overleefd, zoals de meeste walvissen die op het strand terecht komen. Het betrof – uiteraard – een mannetje met een opvallende verminking van de onderkaak. Gedacht werd aan een in het verleden afgesnoerde of gebroken kaak, misschien wel door een onderzeese kabel. De wond was geheeld, dus dit was niet de directe oorzaak van stranding. Ook de tanden vertoonden opmerkelijke vergroeiingen, maar in de maag zijn flink wat visresten aangetroffen. Het was de 67e potvis voor ons land en de 8e deze eeuw.

      Juli 2013 was als vanouds een drukke maand voor de bruinvismelders: er zijn er 71 gemeld. Wat bruinvissen betreft was deze maand de op twee na 'beste' juli ooit, met alleen in 2011 (114 exemplaren) en 2012 (110) meer dieren. Het meerjarig gemiddelde ligt op 56 en daar zaten we dit jaar dus ruim boven. Er zijn vrijwel dagelijks bruinvissen gemeld, maar alleen 1 juli met 9 exemplaren, en 7 en 18 juli met elk 5 waren echt drukke dagen.

      In het Deltagebied zijn 28 bruinvissen gestrand, waarvan 3 in de Wester- en 2 in de Oosterschelde. Van de Hollandse kust zijn 22 bruinvissen gemeld, van de Wadden 23, waarvan (maar) 1 van Texel, (maar liefst) 10 van Vlieland, 2 van Terschelling, 5 van Ameland, 1 van Schiermonnikoog, 1 van Rottumerplaat en 1 van de Friese en 2 van de Groningse waddenkust. Er is deze maand slechts 1 bruinvis levend gestrand (2 juli Ameland).

    • Website Walvisstrandingen.nl vernieuwd

      Vanaf vandaag ziet Walvisstrandingen.nl er iets anders uit. De afgelopen tijd hebben we gewerkt aan het herbouwen en verbeteren van de website en achterliggende database. Hiermee wordt het beheer gemakkelijker. De website is herbouwd door ETI Bioinformatics, het team van web-ontwikkelaars dat sinds begin 2013 onderdeel is van Naturalis. Door de ontwikkeling van de site in huis te halen kunnen we in de toekomst sneller verbeteringen doorvoeren.

      Via het meldformulier kunnen weer gewoon strandingen doorgegeven worden. Strandingen die voorheen via de oude website of per e-mail zijn doorgegeven worden met terugwerkende kracht de komende tijd toegevoegd. In de nazomer zullen in ieder geval enkele (met name cosmetische) verbeteringen aan de website worden aangebracht.

      Voor vragen of opmerkingen met betrekking tot de nieuwe site kunt u hier klikken.

    • Maandoverzicht juni 2013

      Juni was gelukkig wat rustiger dan mei, met 'slechts' 75 bruinvissen. Daarmee stak deze maand met kop en poten boven het meerjarige junigemiddelde uit, want dat ligt op 36. Nog nooit eerder zijn er uit juni dus zoveel bruinvissen gemeld!

      Zeeland was koploper met 41 dieren (waarvan 3 in de Ooster- en 1 in de Westerschelde). Op de Hollandse kust zijn 26 dieren gevonden, en het waddengebied is al dit geweld voorbijgegaan met slechts 7 dieren (Texel 2, Vlieland 1, Terschelling 1, Schiermonnikoog 1, Amsteldiep 1 en Groningse vasteland 2).

      Daarnaast was er een bijzondere stranding: op 27 juni trof men een versdode tuimelaar, die mogelijk zelfs levend is gestrand. Zie daarvoor het bericht hieronder.

    • Tuimelaar bij Krabbendijke

      Op 27 juni strandde een tuimelaar bij Krabbendijke, in de Oosterschelde. Dat lijkt niet bijzonder, want volgens de huidige telling is dat nummer 362 voor ons land. Vroeger kwamen tuimelaars hier inderdaad algemeen voor, maar vanaf de jaren 1960 zijn ze stilletjes uit de Noordzee verdwenen. Momenteel leeft alleen aan de Schotse oostkust nog een kleine populatie. De laatste jaren zijn wel enkele tuimelaars van ons strand gemeld, maar dat waren vaker losse botten dan hele dieren.

      Eerder in de afgelopen dertien jaar is er alleen een tuimelaar-van-vlees-en-bloed gevonden op 12 september 2007, eveneens in de Oosterschelde (vrouw, 2,62 m). Verder terug in de tijd strandde er een op 29 april 1991 (vrouw, 3 m), eveneens in de Oosterschelde. Dáárvoor moeten we terug naar 1983, toen er in Nederland drie gestrand zijn. Het is dus echt een heel zeldzaam dier in ons land geworden. Gelukkig zijn er af en toe ook meldingen van levende tuimelaars geweest. De afgelopen winter nog zouden er dieren zijn gezien voor de Noord-Hollandse kust en vanaf 18 juni dit jaar is een tuimelaar gemeld in de Oosterschelde. Deze laatste zal het dier zijn geweest dat nu dood is gevonden, want zoveel zijn er dus niet.

      De dode tuimelaar van 27 juni betrof een vrouwtje, vermoedelijk onvolwassen. De sectie kon direct na de stranding worden uitgevoerd en duurde tot diep in de nacht. Het dier was sterk vermagerd, had veel ontstekingen op de huid en parasieten in longen (Stenurus ovatus) en maag (Anisakis simplex). Verder bleek uitgebreide spierschade, die het zeer waarschijnlijk maakt dat ze levend is gestrand. Microscopisch weefselonderzoek moet nog worden uitgevoerd; hopelijk geeft dat aanvullende informatie rondom de dood. De inhoud van maag en darmen is verzameld en moet ook nog worden uitgezocht. De parasieten worden bewaard in de wetenschappelijke collectie van Naturalis, net als het skelet. Weefselmonsters worden opgenomen in een weefselbank en zullen bijdragen aan de diergeneeskundige kennis van deze soort. Tot slot is ook nog DNA-materiaal bewaard, in de hoop dat een verwantschapsanalyse deze tuimelaar in de toekomst nog kan linken aan een bekende populatie en we zo de herkomst weten. Wat de oorzaak is geweest dat deze tuimelaar zich heeft afgezonderd van de groep en voor onze kust is beland zal waarschijnlijk altijd onduidelijk blijven.

      Lineke Begeman, Universiteit Utrecht afdeling Dierpathologie
      Herman Cremers, Universiteit Utrecht afdeling Dierpathologie
      Guido Keijl, Naturalis

    • Baleinen geprint

      De baleinen en de schedel van de bultrug die op 12 december 2012 aanspoelde op de Razende Bol bij Texel, zijn op donderdag 27 juni in Naturalis gescand onder het toeziend oog van personeel en bezoekers. Deze onderdelen worden met behulp van een 3D-printer op kleinere schaal uitgeprint. Studenten van Hogeschool Windesheim Zwolle willen met dit 3D-model het filtermechanisme van de baleinen onderzoeken. Samen met enkele bedrijven gaan ze de 3D-print testen op de doorstroming van water en op flexibiliteit van de kaak, het tandvlees en de baleinen zelf. Zo hopen ze meer te leren van de natuur, die in miljoenen jaren evolutie oplossingen heeft gevonden die we vandaag de dag goed kunnen gebruiken. Voor dit soort onderzoek stellen we uiteraard graag onze wetenschappelijke collectie beschikbaar. Het printen zal vanaf 8 juli te zien zijn in de zaal LiveScience in Naturalis.

      Het scannen gebeurt met een geavanceerde bolvormige handscanner, die vrij over de schedel kan worden bewogen. Met een dubbele laserstraal wordt het oppervlak afgetast en digitaal opgeslagen.

      De kwaliteit van de 3D-scan van de schedel wordt op het scherm beoordeeld.

      De intacte linkerbovenkaak van de bultrug, met alle baleinen nog op hun plek. Op deze foto is het zand nog aanwezig, maar dat is er voor het scannen natuurlijk afgeveegd.

    • Maandoverzicht mei 2013

      Normaal gesproken stranden er in mei en juni minder bruinvissen dan in de maanden ervoor en lopen de aantallen na juni weer op. Als dat laatste ook voor dit jaar opgaat, kunnen we onze borst natmaken, want ook deze meimaand - het wordt saai om te vertellen - strandden er meer bruinvissen dan ooit tevoren: de teller voor mei staat nu op 117, maar nog niet alle waarnemingen van de waddeneilanden zijn binnen.

      Aantal gestrande walvissen in de maand mei sinds 2005.

      Gemiddeld stranden er in mei 32 walvissen. Mei 2006 zat daar ruim boven, met 59 exemplaren, mei 2012 staat op de tweede plaats met 32. Piekdagen dit jaar waren 3, 9 en 26 mei, met respectievelijk 11, 12 en 11 meldingen. Deze vielen niet samen met bijzondere weersomstandigheden (gemiddelde windkracht 5B, op 26 mei 6B). In mei dit jaar zijn dus ruim drie keer meer dieren gestrand dan normaal. Misschien zijn we inmiddels terug naar de jaren van voor de Tweede Wereldoorlog, toen Van Deinse wel de walvisstrandingen bijhield, maar niet de bruinvissen; dat waren er gewoon te veel en hij gaf dat in zijn publicaties aan met het teken voor oneindig. Aan de andere kant neemt het jaarlijkse aantal strandingen nog altijd toe. Jammer toch dat die historische gegevens ontbreken, waardoor vergelijken onmogelijk is!

      Uit het Deltagebied zijn 47 meldingen ontvangen, van de Hollandse kust 32, en uit het waddengebied 38 (Texel 13, Vlieland 11, Terschelling 2, Ameland 6, Schiermonnikoog 1, Rottumeroog 1, overige Waddenzee 4). Hoewel de aantallen dus overal zijn toegenomen, is het interessant dat er ineens zo veel dode bruinvissen zijn gemeld uit de 'binnenwateren' van het Deltagebied, met name die 14 uit de Westerschelde. Of de toename van bruinvissen in dat gebied kan worden toegeschreven aan de toegenomen stand voor de kust, of dat de Westerschelde geschikter is geworden omdat er bijvoorbeeld meer voedsel te halen valt, is vooralsnog niet duidelijk. Bruinvissen worden tot ver stroomopwaarts op de Westerschelde waargenomen en laten zich zelfs door sluizen heen 'schutten'. Hetzelfde gebeurt bij IJmuiden, want er zijn in mei ook bruinvissen gezien in het Noordzeekanaal.

      Er zijn in mei geen levende bruinvissen gestrand, in schril contrast met april, toen er 6 zijn gemeld. Naast de 116 bruinvissen is er 1 andere soort gemeld (3 mei Vlieland): het betrof een al wat oudere rib van een nog ongedetermineerde walvis.

    • Maandoverzicht april 2013

      Het blijft spitsroeden lopen voor de mensen op het strand: in april 2013 zijn er 99 bruinvissen gemeld! Dat is meer dan twee keer zo veel als gemiddeld, want over de periode 2005-2012 strandden er in april gemiddeld 39 exemplaren. Uitschieter en nog altijd onverklaard was april 2006 met 73 strandingen, op enige afstand gevolgd door april 2011 met 50. Waarom er dit jaar zo veel bruinvissen zijn gestrand is onduidelijk, maar het is in ieder geval een grensoverschrijdend gebeuren geweest, want in België strandden er deze april 39. Dat is veel: omgerekend naar aantal per kilometer waren dat er in België 0,6, in Nederland 0,3 (waarbij voor Nederland alleen de zandige Noordzeekust is meegenomen). Voorlopige cijfers van onze zuiderburen laten zien dat een kwart van de bruinvissen om het leven is gekomen door verdrinking in visnetten. Dat komt ongeveer overeen met wat Nederlandse studies tot nog toe lieten zien. Uit ons land zijn nog geen resultaten van onderzoek bekend. Het meerjarig bruinvissterfteonderzoek, uitgevoerd door de afdeling Dierpathologie van de Universiteit Utrecht, vindt echter nog steeds plaats. Het is mogelijk dat het aantal bruinvissen in de zuidelijke Noordzee nog altijd toeneemt; de hogere aantallen dode dieren op de kust zijn daar dan een logisch gevolg van.

      Dit maal zijn er uit het Deltagebied 35 bruinvissen gemeld, van de Hollandse kust eveneens 35 en van het waddengebied maar liefst 29 (Texel 10, Vlieland 2, Terschelling 5, Ameland 5, Schiermonnikoog 2, Rottumeroog 1, Engelsmanplaat 1, Den Oever 1 en Zurich 2). Het aantal beschadigde bruinvissen op Goeree bleef onverminderd hoog, met ook in deze maand 18. Misschien wel passend bij het maandrecord was een record aan levend gestrande bruinvissen, namelijk 6 (6 april Texel, 11 april Schier, 13 april 's-Gravenzande én Noordwijk, 16 april Zandvoort, 27 april Renesse). Alle zijn spoedig na stranden overleden.

      Er is deze maand ook een tuimelaar gemeld (Texel 20 april), maar dat was een vondst van een wervel van een niet heel recent gestorven dier.

    • Maandoverzicht maart 2013

      Vorige maand, februari, was een lachertje bij wat de strandvonders in maart voor hun kiezen kregen: tot nu toe zijn 101 bruinvissen gemeld! Daarmee was maart 2013 de 'beste' maand ooit, zelfs 'beter' dan maart 2006, toen er 100 bruinvissen zijn gemeld. Het maartgemiddelde sinds 2005 ligt op 54. Het is misschien des te opmerkelijker omdat het grootste deel van de maand een straffe noordooster waaide. Misschien zijn veel bruinvissen wel dankzij een onderstroom op de kust gekomen.

      Bijna de helft van de bruinvissen is gemeld uit het Deltagebied: 49 exemplaren. Topscoorder was weer Goeree, met op de Kwade Hoek/Ouddorp 33 exemplaren. Het blijft vooralsnog een raadsel waarom er daar in maart zo veel bruinvissen aanspoelen. Langs de Hollandse kust leken de aantallen veel normaler, met 23 exemplaren tussen Hoek van Holland en Den Helder. Uit het waddengebied zijn 28 bruinvissen gemeld (Texel 1, Griend 1, Terschelling 7, Ameland 13, Schiermonnikoog 4, Rottumeroog 1 en Afsluitdijk 1). Van Vlieland zijn nog geen meldingen ontvangen.

      Er zijn vier meldingen van levend gestrande bruinvissen ontvangen (10 maart Kaloot, 22 maart Katwijk, 24 maart Vlissingen en 31 maart Hoedekenskerke).

    • Maandoverzicht februari 2013

      Afgelopen maand, februari 2013, was weer toptijd voor de bruinvismelders: er zijn maar liefst 56 exemplaren gemeld. Dat is wederom dik boven het februarigemiddelde sinds 2005, dat op 36 ligt. Alleen in februari 2009 waren er iets meer strandingen, namelijk 58, maar ook het aantal strandingen in februari 2012 was erg hoog, namelijk 52. Het laagste aantal februaristrandingen vond plaats in 2008, toen slechts 21 walvisachtigen zijn gemeld.

      Er zijn alleen bruinvissen gemeld, geen andere soorten, en op vrijwel elke dag een of meer exemplaren. Er was een aaneengesloten periode zonder strandingen op 19 en 20 februari. De wind was de eerste week van de maand (grotendeels) westelijk en daarna vrijwel de hele maand oostelijk, met uitzondering van 15 en 16 februari, toen de wind vrijwel pal west was. De piek op 9/2 (6 bruinvissen) kan dus misschien niet uit de windrichting verklaard worden, maar de piek op 16/2 waarschijnlijk wel.

      Uit de Delta zijn deze maand 18 bruinvissen gemeld, langs de Hollandse kust eveneens 18 en op de Wadden 20 (Texel slechts 3, Vlieland 5, Terschelling 1, Ameland 10, Schiermonnikoog 1). Opnieuw valt het hoge aantal van Ameland op, 10 stuks, net als in januari.

      Er is deze maand 1 bruinvis levend gestrand: 2 februari Noordwijk. De bekende stroom beschadigde bruinvissen bij Ouddorp zette ook nu weer door met 11 exemplaren; ten minste 1 van de Maasvlakte en 1 bij Renesse horen vrijwel zeker bij hetzelfde contingent. Overigens werden ernstig beschadigde bruinvissen langs vrijwel de hele kust gemeld.

    • Maandoverzicht januari 2013

      In januari zijn 41 walvisachtigen gemeld, uitsluitend bruinvissen. Het gemiddelde sinds 2005 ligt op 30, maar het januaritotaal van 2012 was extreem, namelijk 61, en dat trekt het gemiddelde flink omhoog. We blijven dus een stijgende lijn zien, een bedenkelijke situatie. Voor de Hollandse en Zeeuwse kust was de wind aanlandig in de periode 1-11 januari en van 26-30 januari, in de tussenliggende periode grotendeels aflandig. Dit komt niet terug in de aantallen, want uit de aanlandige-windperiodes zijn er 15 meldingen, in de aflandige-windperiode 12 (alleen Hollandse en Zeeuwse kust).

      In de Delta zijn 8 bruinvissen gevonden, langs de Hollandse kust 14 en op de Wadden 19 (Texel 5, Vlieland 4, Ameland 10). Vooral het het hoge aantal van Ameland is opmerkelijk: in de januarimaanden 2005-2012 waren dit er gemiddeld maar 2. Van de 10 waren ten minste 3 exemplaren ernstig beschadigd.

      Er zijn in januari drie bruinvissen levend gestrand: 27/1 Petten, 29/1 Vlissingen en 31/1 Texel. Daarnaast waren er weer de - inmiddels gebruikelijke - flink beschadigde bruinvissen, vooral bij Ouddorp, maar ook op de Maasvlakte (vermoedelijk afkomstig van dezelfde bron), bij Wassenaar, op Vlieland en de reeds genoemde op Ameland. Aan de Noord-Hollandse kust spoelden de bekende losse stukken bruinvis aan.

    • Bultrug en potvis van 15 december 2012

      Er is eindelijk een geïllustreerd verslag van de strandingen van bultrug en potvis op de Razende Bol in december 2012. Zie daarvoor het nieuwsarchief van 2012. In het gezamenlijke persbericht van de Universiteit Utrecht en Naturalis staat meer over de doodsoorzaak van de bultrug.

    • Bewaard voor onderzoek

      Sinds enkele jaren wordt in de walvisstrandingendatabase vermeld wat er met een kadaver gebeurd is: op het strand blijven liggen, lokaal begraven, naar de destructie of bewaard voor onderzoek. Sommigen hebben zich misschien afgevraagd waarom dit vermeld wordt. De database is het digitale archief waar alles in moet staan wat we over een dier weten. Voor een toekomstige onderzoeker is dan duidelijk of er (delen) bewaard zijn gebleven en of er meer bekend is dan alleen maar lengte en sekse.

      Sinds enkele jaren worden dode bruinvissen onderzocht door de afdeling pathologie van de faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht. Dit instituut heeft van de Nederlandse overheid opdracht gekregen om de doodsoorzaak te achterhalen. Dat is geen sinecure, want er is niet alleen een veelheid aan mogelijke doodsoorzaken (onnatuurlijke, zoals bijvangst of aanvaring met een schip, maar ook natuurlijke, zoals ontstekingen of ouderdom), maar vaak zijn kadavers niet vers meer. Soms is de binnenkant verworden tot een soepje; ga dan nog maar s op zoek naar een doodsoorzaak!

      De Universiteit van Utrecht rapporteert regelmatig aan de overheid en zal als het onderzoek is afgesloten een publicatie maken die alle resultaten samenvat. Tot die tijd zijn de gegevens eigendom van de overheid en zal er geen informatie naar buiten komen. Bij walvisstrandingen.nl is informatie over individuele bruinvissen dan ook niet bekend.

    • Bruinvissymposium 30 januari 2013

      Op woensdag 30 januari wordt door het NIOZ op Texel een symposium georganiseerd over de bruinvis. Het doel van deze dag is om bruinvisgeïnteresseerden bijeen te brengen, op de hoogte te blijven van lopend onderzoek, en om van gedachten te wisselen over de toekomst. iedereen is welkom, maar u dient zich van te voren op te geven. Zie bijgaande uitnodiging en de NIOZ-website.

      Invitation Harbour Porpoise Forum.pdf (112 Kilobytes)

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen in 2012

      Voor 2012 staat de walvisteller op dit moment op 690 exemplaren, maar er komen nog steeds meldingen binnen. We maken eerst het maandoverzicht over december en beginnen dan aan het jaaroverzicht. Blijf gestrande walvisachtigen doorgeven via de website of e-mail (guido.keijl@naturalis.nl).