Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Nieuws 2012

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2012

      Hoewel dit jaaroverzicht pas begin maart is geschreven en geplaatst, zijn nog steeds niet alle strandingen ontvangen. Gelukkigen melden de meeste mensen hun strandingen direct. Daarom wil ik in plaats van aan het eind van dit overzicht al aan het begin alle mensen bedanken die dode walvissen vrijwillig hebben gemeld aan walvisstrandingen.nl Zonder hun hulp is het onmogelijk om een gedegen landelijk overzicht te krijgen. Daarnaast was er ook dit jaar weer plezierige samenwerking met vele vele anderen.

      Er zijn in 2012 729 walvisachtigen in 6 soorten gemeld. Vers in het geheugen staat natuurlijk nog de bultrug die op 12 december strandde op de Razende Bol bij Texel. Dit was alweer de zevende voor ons land. Het lijkt daarom niet meer zo bijzonder, maar dat is het wel: bedenk dat de oudste walvis in de database dateert van 1255, terwijl de eerste bultrug voor ons land van 2003 dateert. Bultrug nummer 6 werd overigens ook in 2012 gemeld, maar dat betrof alleen een losse wervel die door een pierenboot in de Waddenzee is opgevist. Deze bultrug is dus wel in de zuidelijke Noordzee aan zijn einde gekomen, maar zonder dat iemand dat in de gaten had.

      In 2012 zijn 2 gewone vinvissen gemeld. In ieder geval een ervan was geen echte stranding, maar mogelijk geldt dat voor beide: het eerste exemplaar is op 15 januari gevonden bij Vlissingen en betrof nummer 31 voor ons land. Een vondst van een grote walvis nabij een haven is altijd verdacht, want het zal niet de eerste keer zijn dat een al of niet dode vinvis door een schip wordt opgepikt en mee de haven in vaart. Gewone vinvis nummer twee van 2012 is het bewijs voor deze stelling: die werd al gezien toen hij - reeds dood - op de boeg van een schip liggend op 6 juni de haven bij Rotterdam invoer.

      De derde grote walvis van 2012 was de potvis die vrijwel tegelijkertijd met de bultrug aanspoelde, eveneens op de Razende Bol bij Texel. Deze was echter dood en genereerde daarom veel minder aandacht. Deze potvis betrof al nummer 66 voor Nederland, hoewel bij dit getal ook enkele botvondsten zijn meegeteld. Overigens dient men zich te bedenken dat het getal van 66 potvissen minder indrukwekkend is dan het lijkt. De oudste potvis in de database is die van 1255. Als we ervan uitgaan dat het overzicht voor deze soort redelijk compleet is, berekenen we dat er gemiddeld dus iets minder dan 1 potvis per 10 jaar aanspoelt. Dat is pas bewijs dat de soort hier echt niets te zoeken heeft.

      Tuimelaar kwam hier vroeger 'gewoon' voor, maar dat is al lang niet meer zo. De vondst van een tuimelaar op Vlieland op 14 april is dan ook wat minder spectaculair dan het lijkt: er werd alleen een onderkaak gevonden. Ongetwijfeld allang vergeten, maar tegenwoordig toch bijzonder, was de kakelverse, maar helaas dode witsnuitdolfijn van 3 januari te Zoutelande. Naast deze gedetermineerde dieren zijn er dit jaar ook weer botten gevonden die wij (nog) niet zelf in handen hebben gehad, en waarvan de determinatie voorlopig op onzeker blijft staan: op 1 januari is een onderkaak gevonden van een grote dolfijn bij Zandvoort, mogelijk van een tuimelaar, en op 17 september eveneens een onderkaak van een grote dolfijn bij Wassenaar, wederom mogelijk van tuimelaar. Bij beide is echter witsnuitdolfijn nog niet uitgesloten.

      Interessant is een vergelijking van beide laatste soorten (figuur 1): tuimelaar had vroeger een populatie in de zuidelijke Noordzee, maar verdween in de jaren 1960. Witsnuitdolfijn werd toen juist wat algemener. Tegenwoordig lijkt het wel alsof het aantal strandingen van witsnuitdolfijn weer afneemt. Het aantal tuimelaarmeldingen is natuurlijk te gering om er iets zinnigs over te melden: na de exemplaren in 1983 was er opnieuw 1 in 1991, en erna 3 tot en met 2012 - waarvan overigens van 2 exemplaren van elk slechts één bot. Toch worden er de laatste jaren ook weer wat levende tuimelaars gezien, na decennia van afwezigheid, dus wie weet wat de toekomst gaat brengen.


      Figuur 1. Strandingen van tuimelaar (oranje) en witsnuitdolfijn (blauw) in Nederland sinds 1900.

      De talrijkste walvis in 2012 was natuurlijk de bruinvis, met 720 dieren. Na de megastranding van bruinvissen in 2011, met 866 gevallen, lijkt dat dus mee te vallen. Zien we echter de strandingen in perspectief, dan constateren we dat het aantal gestrande bruinvissen op de Nederlandse kust nog altijd blijft stijgen (figuur 2).


      Figuur 2. Strandingen van bruinvis in Nederland sinds 2000.

      Vergeleken met het strandingspatroon per maand waren het opnieuw de (na)zomermaanden die relatief hoog scoorden (figuur 3). De meeste jaren vertonen twee pieken, een in maart en een in augustus (blauwe lijn in figuur 3). Gemiddeld over de jaren is de augustuspiek het hoogst, maar dat kan per jaar verschillen. Tezamen zijn maart en augustus normaal gesproken goed voor 30% van het jaartotaal. 2012 zat daar duidelijk onder, met maart en augustus samen 21% van het jaartotaal. Dit keer waren het juist juist de maanden juli en september met hoge aantallen (samen 30% van het jaartotaal). Dat is een echo van de massastranding van 2011, toen er ook een uitgebreide piek was in de nazomer, die liep van juli tot oktober, waarin maar liefst 65% van het jaartotaal bruinvissen aanspoelde. In 2012 was dat over juli tot oktober wat minder, maar nog altijd 50% van het jaartotaal. Hopelijk wordt dat geen trend. Het blijft overigens vragen oproepen, zon zomerstranding, want vanaf de kust worden de meeste bruinvissen in het winterhalfjaar gezien. Dat doet vermoeden dat bruinvissen 's zomers verder uit de kust verblijven. Waarom er in de zomer dan toch zo veel meer aanspoelen dan 's winters blijft onduidelijk. Er is in die periode niet meer westelijke wind dan in andere tijden van het jaar.


      Figuur 3. Strandingen van bruinvis in Nederland in 2012 per maand (oranje staven, linker y-as) en percentage bruinvisstrandingen per maand over 2005-2011 (percentages, blauwe lijn, rechter y-as).

      Uit het waddengebied zijn dit jaar (vooralsnog) 163 bruinvissen gemeld, uit Noord-Holland inclusief Texel 205, uit Zuid-Holland 133 (vanaf de zuidpier van IJmuiden tot aan Hoek van Holland) en in de Delta inclusief Maasvlakte 288. Er lijkt een flinke verschuiving te zijn opgetreden: werd in de voorgaande jaren ruim een derde van de dode bruinvissen gemeld uit het waddengebied, in 2012 was dat (maar) een vijfde (figuur 4, tabel 1). De hoofdmoot van de bruinvissen werd dit keer gemeld uit het Deltagebied, terwijl het aandeel van de Hollandse kust gelijk bleef. Hetzelfde geldt voor het gemiddelde aantal bruinvissen per kilometer kustlijn: in het zuiden gestegen, in het noorden afgenomen.

       
      Figuur 4. Bruinvisstrandingen (%) per deelgebied in 2012 en gemiddeld voor 2005-2011.

      Het is nog onbekend of dit een werkelijke verschuiving betekent, of dat het te maken heeft met de meldfrequentie uit het waddengebied. De waarnemingsinspanning in het Deltagebied is al jaren onverminderd hoog, voor het waddengebied is dit moeilijker in te schatten. Bedenk dat het waddengebied enorm uitgestrekt is en er op delen van de eilanden zelden of nooit mensen komen.

      Tabel 1. Gemiddelde aantal gestrande bruinvissen per kilometer per deelgebied. 

        gemiddeld per kilometer  
        2012 2005-2011
           
      Wadden 1,5 1,5
      Noord-Holland 2,3 1,4
      Zuid-Holland 2,2 1,2
      Delta 2,5 1,0

      De Delta toont het klassieke bruinvisstrandingenbeeld, met pieken in maart en augustus en dipjes waar we ze verwachten (figuur 5, en vergelijk met blauwe lijn in figuur 3). De Hollandse kust wijkt ervan af: die toont een forse strandingenpiek in februari, een dal in maart en erna oplopende aantallen tot in september. De Wadden hebben relatief hoge aantallen in de eerste helft van het jaar en de hoogste aantallen in juni. Het is verleidelijk die laatste piek toe te schrijven aan vakantiegangers, maar als de vakantie echt losbarst, vanaf begin juli, is het aandeel juist opvallend laag. Dit zou erop kunnen wijzen dat de bruinvissen met name in de zomer verder zuidelijk zaten dan tot nog toe gebruikelijk was

       
      Figuur 5. Bruinvisstrandingen per deelgebied per maand in 2012.

      Net als in andere jaren was er een licht overschot aan mannetjes (59%, n = 388 gesekste dieren). Het aandeel was het hoogst in de Delta (66%) en nam, zoals ook in andere jaren gebruikelijk is, naar het noorden toe af. In Noord-Holland waren dit jaar veel minder mannen dan vrouwen (47% man, n = 103), in het waddengebied weer iets meer (56%).

      Vrouwtjes waren gemiddeld langer dan mannetjes (135 versus 118 cm, n = 309 gemeten bruinvissen). Het verschil wordt uiteraard vooral door de grootste dieren veroorzaakt: er zijn 14 mannen gemeten (of geschat!) van 150 cm of meer, de grootste was zelfs 182 cm. Dat is uitzonderlijk groot voor een bruinvis, en al helemaal voor een mannetje; de volgende grote bruinvisman was maar liefst ruim 20 cm kleiner. Het aantal vrouwtjes van 150 cm of meer was twee keer groter dan mannetjes van die lengtecategorie (30 stuks). Ook hierbij is overigens een aantal niet precies gemeten maar geschat, net als bij de mannen. Vanaf een lengte van ongeveer 130 cm zijn bruinvissen volwassen. Volwassen mannetjes maakten 16% uit van het totale aantal mannetjes, bij vrouwtjes was dat aandeel maar liefst 35%. Gezamenlijk werd dus bijna een kwart van alle strandingen ingenomen door volwassen dieren. De jongensterfte, gemeten als het aandeel bruinvissen kleiner dan 100 cm in de periode mei-oktober bedroeg 10% en was voor mannetjes en vrouwtjes vrijwel gelijk.

    • Maandoverzicht december 2012

      In de lijn van de laatste maanden viel ook het aantal strandingen in december van dit jaar niet opvallend anders uit: 33, tegen gemiddeld 29 sinds 2005. De strandingen waren geconcentreerd in de eerste helft van de maand, met 25 exemplaren. Twaalf dieren strandden op de Zuid-Hollandse/Zeeuwse eilanden, 11 op de Hollandse kust en de overige 10 in het Waddengebied (Texel 5, Terschelling 1, Ameland 4). Er is slechts een levend gestrande bruinvis gemeld (5 december Ameland).

      Alle meldingen betroffen bruinvissen, op twee na: op 12 december strandde een levende bultrug op de Razende Bol bij Texel, gevolgd door een dode potvis op dezelfde locatie. Zie (binnenkort) hieronder voor meer nieuws over deze twee dieren.

    • Bultrug en potvis stranden vrijwel gelijktijdig

      Het is natuurlijk niemand ontgaan dat er in december 2012 twee grote walvissen zijn gestrand op dezelfde locatie: op woensdag 12 december liep een levende bultrug aan de grond bij de Razende Bol, een zandplaat aan de zuidwestkant van Texel, drie dagen later gevolgd door een dode potvis.

      De bultrug

      Met name de bultrug genereerde enorm veel publiciteit. Het is nooit een een vrolijk gezicht als een waterdier op het droge ligt te spartelen, maar het is ook vrijwel onmogelijk om zo'n enorm beest terug in zee te duwen zonder hem schade te berokkenen. De emoties liepen hoog op: enkelen meenden dat de natuur zijn vrije loop laten het beste voor het dier zou zijn, anderen vonden dat euthanasie plegen humaner was, terwijl weer anderen dachten te kunnen helpen door hem terug in zee te slepen. Op zondag 16 december gaf het dier de geest.

      De bultrug was dagelijks nieuws en er is zo veel over geschreven en gezegd, dat het internet er bol van staat. Wij gaan dat daarom niet herhalen.

      Op dinsdag 18 december is het kadaver door een team van Naturalis ontleed, daarbij bijgestaan door mensen van afdeling pathologie van de faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht. Bij het op de kade takelen door een kraan is het kadaver gewogen en gemeten: de weegschaal gaf 16 ton aan, het meetlint 10 meter en 34 centimeter. Het skelet is naar Naturalis in Leiden vervoerd. Nadat alle vlees-, vet- en bloedresten zijn verwijderd, wordt het skelet toegevoegd aan de wetenschappelijke collectie en is het beschikbaar voor onderzoekers. Mogelijk wordt het in de toekomst ook tentoongesteld.

         
      De bultrug aan de kade en het optakelen ervan.

      Omdat er meer dan twee dagen waren verstreken tussen overlijden en sectie, was het kadaver al aan het ontbinden. Bedenk dat zo'n walvis, een zoogdier net als wij, een lichaamstemperatuur heeft die vergelijkbaar is met die van ons. Alle walvissen hebben een dikke onderhuidse speklaag, die ze beschermt tegen het koude zeewater. Als een walvis overlijdt, blijft de speklaag gewoon isoleren, waardoor de organen al spoedig rotten. Doordat bacteriën hun werk blijven doen, loopt de temperatuur snel op. Dit is op de foto's goed te zien aan het dampende kadaver. Orgaanonderzoek zal daardoor moeizaam zijn, maar de resultaten worden binnenkort verwacht. Omdat het dier dagen niet meer had gegeten, was de maag leeg. Er zijn huidmonsters genomen voor DNA-analyse en er zijn vele foto's gemaakt. De onderstaarttekening van bultruggen verschilt per individu. Er bestaan verschillende databases met foto's van bultrugonderstaarten. De foto's van de bultrug van de Razende Bol zullen aan een of meerdere van deze databases worden toegevoegd. Op de bultrug zijn walvisluizen aangetroffen behorend tot de soort Cyamus boopis Lütken, 1870, een walvisluis die specifiek op deze soort leeft. Er zijn enkele exemplaren verzameld. Uit de ingewanden van de bultrug konden geen parasieten meer worden verzameld. Op de kop zat een grote zeepok; ook die is verzameld. Het bleek Coronula diadema (Linnaeus, 1767).

               

      De foto's tonen bovenkant staart (zie voor een klein stukje onderkant de melding op de website), het leeglopen van de rottende tong, en details van kop en binnenkant bek, met het verhemelte, baleinen aan beide zijden en de opgezwollen tong (rechts). In detail de zeepok Coronula diadema.

      Het was al de zevende dode bultrug voor ons land. Vóór 2003 is er nog nooit een dode of levende bultrug in ons land gesignaleerd. Er is al veel gespeculeerd over het waarom van deze recente toename. Hoewel het koffiedikkijken blijft, zal het stoppen van de walvisvaart zeker hebben bijgedragen aan het herstel van de Atlantische bultrugpopulatie. Of het verschijnen in de Noordzee van blijvende aard is, zal de toekomst leren. In tegenstelling tot wat wel beweerd wordt, is de Noordzee een uitstekende leefomgeving voor bultruggen. Deze soort is namelijk gewend om in relatief ondiep water zijn kostje bijeen te scharrelen. Tegenwoordig zwemt er 's winters dicht onder onze kust veel vis, waaronder zandspiering, haring en sprot. Dit trekt grote aantallen alkachtigen, futen, zeeduikers, meeuwen, bruinvissen, beide soorten zeehonden en kennelijk ook meerdere bultruggen, want sinds augustus 2012 zijn er ten minste drie, mogelijk zelfs zes verschillende individuen gesignaleerd. Hoopvol is dat na de stranding op de Razende Bol er nog altijd drie verschillende bultruggen worden gezien: op 20 december is een groot exemplaar op zee waargenomen voor de kust bij Castricum. Vogelwaarnemers van Imares hebben deze foeragerende walvis toen zeker een kwartier lang van dichtbij kunnen observeren. Zij benadrukten dat er beslist geen tweede exemplaar in de buurt was. Diezelfde dag meldden waarnemers van de KNRM, die ook met een boot ter plaatse waren, evenwel een bultrug met jong. Vanaf 9 januari zijn er twee gemeld door vogeltellers en anderen bij Egmond aan Zee. Er zijn op moment van schrijven dus vermoedelijk nog steeds drie bultruggen in Nederlandse wateren, die alle in uitstekende conditie lijken te zijn.

      De potvis


      Het uitspreiden van het zeil waar de potvis op gesneden gaat worden. 

      De potvis van de Razende Bol spoelde op 15 december dood aan. Ondanks zijn indrukwekkende formaat sneeuwde hij wat onder bij al het nieuws over de bultrug. Omdat het logistiek te ingewikkeld en te gevaarlijk was om de kadavers ter plekke te ontleden, zijn beide naar Texel versleept. De potvis was ongeveer 15 meter lang (exact meten scheen lastig te zijn) en woog maar liefst 26,8 ton. Het was, zoals alle in ons land strandende potvissen, een mannetje. Het skelet zal te zijner tijd worden tentoongesteld.

          
      De potvis in de takels, bovenaanzicht staart en het eerste wegsnijden van spek.

      Omdat strandingen van alle grote walvissen, zoals potvissen, zo bijzonder zijn en altijd al aandacht hebben gegenereerd, zijn er tot in de 'grijze oudheid' strandingen van dergelijke grote dieren uit ons land bekend. De oudste potvisstrandingen uit ons land, voor zover we nu weten, stammen uit het jaar 1255. De potvis van december 2012 is nummer 66 voor ons land.

         
      De onderkaak met de ivoren tanden, detail van spierweefsel, het wegtakelen van de speklaag en stukken spek op de kade.

      Interessant was dat deze potvis naast vijf fraaie stukken amber, tezamen 83 kilo zwaar, ook voedselresten in zijn maag had. Potvissen die in de zuidelijke Noordzee stranden hebben vaak een lege maag, omdat zij al dagen niet meer hebben kunnen eten. De dieren jagen op grote diepte op reuzeninktvissen, en die komen in de ondiepe zuidelijke Noordzee niet voor. De potvis was behoorlijk vers, maar omdat het team pathologen van de Universiteit van Utrecht helaas niet aanwezig was bij de sectie, blijft daarom ook bij dit dier de doodsoorzaak onduidelijk. De maaginhoud is verzameld en zal zo spoedig mogelijk gedetermineerd worden. Hopelijk leert determinatie ervan ons iets meer over dit individu.

         
      De geopende maag met uitpuilende inhoud, vloeibare en gestolde spermaceti en drie van de vijf brokken amber uit de ingewanden.

      Naast weefselmonsters zijn ook wat ectoparasieten verzameld. Het ging om kreeftachtigen (zie foto) met een wormachtig uiterlijk. Zij leven met hun kop diep in het walvisvlees; het achterlijf steekt door de huid naar buiten. De meeste dieren zijn niet in hun geheel verzameld, maar een enkel exemplaar kon met 99% zekerheid gedetermineerd worden als Pennella balaenoptera Koren & Danielsen, 1877, een soort die ook is aangetroffen op de gewone vinvis van januari 2012 te Vlissingen. Pennella filosa, waarvan bekend is dat die eveneens op potvissen leeft, kan niet geheel worden uitgesloten, omdat enkele indicatieve aanhangselen op de kop ontbraken. Misschien dat DNA-analyse van deze dieren nog uitsluitsel kan geven. Enkele andere verzamelde parasieten moeten nog bekeken worden door specialisten. Behalve parasieten zaten er op de kop van de potvis nog kleine zeepokken. Tot welke soort deze behoren is nog niet bekend.

         
      Een brok spek met daar doorheen het voorste stuk van een parasiet (Pennella, zie tekst). Rechts het karkas grotendeels ontvleesd en klaar voor demontage.

      Op 9 oktober 2013 plaatste Ecomare op Texel, die het skelet gaat tentoonstellen, een interessant bericht over de leeftijdsbepaling van deze potvis op hun pagina: op basis van jaarringen in een tand deze potvis is naar schatting 50-55 jaar oud geworden. Klik hier voor meer informatie (en bewonder daar de prachtige foto's).

      Voor het schrijven van dit stukje is dankbaar gebruik gemaakt van informatie van Herman Cremers (Universiteit Utrecht), Jooske IJzer (Universiteit Utrecht), Mardik Leopold (Imares), Steven van der Mije (Naturalis) en Adrie Vonk, waarvoor hartelijk dank. De foto's zijn van Ans Molenkamp, Herman Cremers (parasiet) en Jooske IJzer (staart bultrug).

    • Maandoverzicht november 2012

      November was wat walvisstrandingen betreft een heel rustige maand. Eindelijk zitten we ook eens onder het meerjarig gemiddelde: dat ligt op 26 strandingen, in november 2012 zijn er 20 dieren gestrand. Er zijn wederom geen andere soorten dan bruinvissen gemeld. De vierdaagse periode zonder meldingen van oktober dit jaar werd deze maand overtroffen met een periode van vijf aaneengesloten dagen zonder ook maar een melding. Van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn dit keer 5 meldingen gedaan, van de Hollandse kust 8 en van de Wadden 7 (Texel 3, Ameland 3, Schiermonnikoog 1). Bijzonder is dat van de kust tussen IJmuiden en Hoek van Holland deze maand slechts een bruinvis is gemeld (11/11 Zandvoort). Er zijn twee bruinvissen levend gestrand: 12 november op Ameland en 25 november bij Hargen.

    • Maandoverzicht oktober 2012

      De trend die in september werd verondersteld ('elke keer meer bruinvissen') kan voor de afgelopen maand nog niet worden ontkend, maar ook niet bevestigd: oktober 2012 zat er een beetje tussenin. Er zijn wat minder bruinvissen gestrand dan in oktober 2008 (toen 56) en veel minder dan in oktober 2011 (toen 107). Dit jaar bleef de teller steken op precies 50, wat toch nog altijd meer is dan het gemiddelde sinds 2004, dat op 41 ligt. Er waren in oktober wederom pieken aan te wijzen: de eerste strekte zich uit van 3-8/10, met in totaal 19 dode bruinvissen, de tweede van 10-15/10 met 16. Op zowel 5 als 15 oktober zijn maar liefst 6 dode bruinvissen gemeld. Na 15 oktober liep het aantal gelukkig hard terug, want vanaf die datum zijn slechts 13 bruinvissen doorgegeven. Tussen 23 en 28/10 deed zich een aaneengesloten periode van maar liefst vier dagen voor met 0 bruinvissen, een situatie die we sinds eind april van dit jaar niet meer hadden meegemaakt!

      De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren dit keer goed voor 12 meldingen, de Hollandse kust leverde 27 en de (nog incomplete) Wadden 11 (Texel 8, Schiermonnikoog 2, Rottumerplaat 1). Alle meldingen betroffen bruinvissen. Er zijn twee dieren levend gestrand: 28/10 Egmond, 30/10 Texel.

    • Twee maal gestrand?

      Op 10 mei 1910 strandde een gewone vinvis van twintig meter bij Burgh Sluis in Zeeland. Het skelet is bewaard gebleven en naar het biologisch centrum in Haren gegaan, waar het lange tijd is opgeslagen en niet voor publiek te bezichtigen was. Toen de universiteit het pand in Haren onlangs verkocht, strandde de vinvis in feite een tweede keer, want waar moest men nu naar toe met dit twee ton zware skelet? Gelukkig is er nu een definitieve oplossing: het zal worden opgesteld in het nieuwe gebouw van levenswetenschappen van de universiteit. Eerst wordt de vinvis echter, die ondanks de sekse van het dier inmiddels door het leven gaat als Doortje, tentoongesteld, waarbij niet alleen aandacht is voor de stranding en anatomie, maar ook wordt ingegaan op walvisonderzoek in verleden en heden. Bovendien is er een fototentoonstelling over de bevolking van Groenland. De tentoonstelling, die wordt gehouden in het museum van de universiteit, is vanaf 30 november tot en met 21 april 2013 voor het publiek geopend. Kijk hiervoor informatie over adres en openingstijden.

    • Maandoverzicht september 2012

      Zou het een trend zijn, elk jaar meer dode bruinvissen? In september 2012 zijn, op september 2011 na, de meeste bruinvissen ooit gevonden: de teller staat nu op 99, terwijl het gemiddelde exclusief 2011 op 33 staat en inclusief 2011 op 47 (in september 2011 waren het er 130). Er is dus misschien weer iets bijzonders aan de hand geweest, maar wat? Normaal gesproken stranden er in september 1,5 keer minder bruinvissen dan in augustus, en zo doorredenerend hadden we in september maximaal 50 bruinvissen verwacht. De tweede decade was het ergste, met maar liefst 52 gemelde bruinvissen. Piekdatum was 13 september met 10, op de voet gevolgd door 8 op 7/9 en 7 op zowel 12/9 als 15/9.

      Van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn er 32 bruinvissen gemeld, van de Hollandse kust 51 en van het waddengebied 17 (Texel 13, Vlieland 1, Terschelling 2, Ameland 1). De meldingen uit het noorden van het land zijn uiteraard nog niet compleet. Er is 1 bruinvis levend gestrand (7 september Texel), maar die is, zoals vaak gebeurt, spoedig overleden. Er zijn in september geen andere walvisachtigen gemeld.

      Hoewel niet systematisch onderzocht, lijkt het erop alsof er vooral veel rotte dieren zijn gestrand. Waarschijnlijk is dus, net als in augustus 2011, een deel van de dieren verder uit de kust doodgegaan, en zijn er daarvan dankzij de vele harde westelijke winden meer aangespoeld dan anders. Zouden er in maanden met minder aanlandige wind net zo veel doodgaan?

    • Jaagt grijze zeehond op bruinvis?

      Al sinds het aantal dode bruinvissen op onze kust toeneemt, worden we bij tijd en wijle geconfronteerd met ernstig beschadigde bruinvissen. Aanvankelijk kreeg de visserij de schuld (uit een net gesneden bijvangstslachtoffer), tegenwoordig denkt men ook wel aan schade door schepen tijdens werkzaamheden op zee. Recent is er een nieuwe theorie: in België zijn in september 2011 twee bruinvissen gestrand waarvan men sterke aanwijzingen heeft dat ze zijn toegetakeld door een grijze zeehond. Dat zou een nieuw fenomeen zijn voor onze kusten, maar ook wereldwijd.

      In hun artikel maken Jan Haelters c.s. met grondig speurwerk aannemelijk dat de in Belgie gevonden bruinvissen inderdaad door grijze zeehonden zijn 'aangepakt'. Met deze nieuwe kennis gaan in Nederland gemaakte foto's van op dergelijke wijze toegetakelde bruinvissen opnieuw bekeken worden. Het is in ieder geval voorbarig om nu al te stellen dat alle opengescheurde bruinvissen zijn gepakt door grijze zeehonden.

      Op 15 februari 2011 maakte N. Koster vanaf de Hondsbossche Zeewering foto's van een grijze zeehond die aan een dode bruinvis knabbelde (zie pagina 28 van het bruinvisbeschermingsplan). Of die de bruinvis ook gedood had, is onbekend. Eveneens recent is het bericht van een 'zeehond' (soort onbekend) die een in zee staande hond had gegrepen en dermate verwond dat het dier uit zijn lijden moest worden verlost. Bruinvissen zijn betrekkelijk trage zwemmers, die zich op geen enkele manier kunnen verdedigen. Zou de grijze zeehond, bij het grote aanbod aan weerloze bruinvissen, in de gaten hebben gekregen dat ze een aantrekkelijke, makkelijk te vangen prooi vormen? Het is ook mogelijk dat slechts een enkel volwassen mannetje zich hierop heeft gespecialiseerd, want het vergt niet alleen behendigheid om zo'n grote prooi te overmeesteren, maar ook enorme kracht om de huid open te scheuren.

      Vangen van andere zeezoogdieren door grijze zeehonden is dus nieuw. Het was wel bekend dat zowel gewone als grijze zeehonden soms op vogels jagen.

    • Maandoverzicht augustus 2012

      Hoewel het aantal strandingen in juli aanleiding gaf tot bezorgdheid voor de maand augustus, bleek het mee te vallen, met 'slechts' 73 dode bruinvissen. Dat is weliswaar meer dan in welk jaar ervoor dan ook, met uitzondering van augustus 2011 natuurlijk, maar minder dan in juli. Daarmee is een trend doorbroken, want normaal stranden er in augustus steevast meer dan in juli. Augustus 2011 leverde 210(!!) dode bruinvissen op; daar zitten we dus ruimschoots onder. Gemiddeld, gerekend over de jaren 2005-2010, stranden er in deze maand 56 bruinvissen, en daar zijn we dit jaar ruim overheen gegaan. Uitschieters deze maand waren 23 augustus met 9 exemplaren en 27 augustus met 6; op beide dagen zijn er verspreid over de de hele kust dode dieren gemeld.

      De bruinvissen waren dit keer als volgt over de kust verdeeld: Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden 36, Hollandse kust 23 en Wadden 14 (Texel 10, Vlieland 1, Terschelling 1, Ameland 2). Bijna de helft van de bruinvissen spoelde dus in het zuidwesten van het land aan. Wel moeten we hierbij aantekenen dat diverse dieren van de Waddeneilanden nog niet ontvangen zijn. Er zijn drie levende bruinvissen gestrand (10 augustus Scheveningen, 16 en 31 augustus Texel). Geen van deze dieren heeft het overleefd. Op grond van de lengteopgaven lijkt de jongensterfte nog lager dan in juli, met slechts 13%. Het aandeel grote dieren (>130 cm) was ook laag (18%), zodat het lijkt alsof de sterfte met name tweejarige dieren heeft getroffen.

      Er zijn in augustus wederom geen andere walvisachtigen gemeld. Dat betekent dat er dit jaar, afgezien van enkele botvondsten en twee per schip aangevoerde gewone vinvissen, sinds 3 januari 2012 geen andere soorten walvisachtigen op de Nederlandse stranden zijn gevonden. Hoewel geen unicum, is het sinds 2005 pas vier keer eerder gebeurd dat er gedurende zo'n lange periode geen andere soorten dan alleen maar bruinvissen zijn aangespoeld.

    • Maandoverzicht juli 2012

      .... en dan is het alweer juli en rijst het aantal dode bruinvissen wederom de pan uit: tot nog toe zijn er al 97 gemeld, maar dat worden er vast nog wel wat meer! Ter vergelijking: in 2011, u weet wel, dat topjaar met 861 bruinvissen, waren het er in juli 114. Gemiddeld sinds 2005 strandden er in juli 49 bruinvissen, exclusief 2011 zijn dit er zelfs maar 38. Daar zitten we dit jaar dus flink boven. Er is niet echt een strandingspiek aan te wijzen, want het aantal strandingen liep al vanaf het begin van de maand op. 30 juli was echter wel een piekdag, met 11 dode bruinvissen, waarvan 7 in de Zeeuwse delta. Er lijken minder beschadigde bruinvissen te stranden dan in juli vorig jaar: nu is 60% onbeschadigd, toen 47%, maar let op, dit is slechts van achter het bureau op grond van de foto's vastgesteld, niet in het veld of op de snijtafel!

      Vanaf de Belgische grens tot en met de Maasvlakte zijn 33 dode bruinvissen gemeld, op de vastelandskust van Zuid- en Noord-Holland maar liefst 47 en in het Waddengebied 17 (Texel 10, Vlieland 1, Ameland 4, Engelsmanplaat 1 en Schiermonnikoog 1). Het ogenschijnlijk ontbreken van strandingen op Terschelling is een extra aanwijzing dat er meer bruinvissen zijn gestrand dan er op dit moment bekend zijn. Twee bruinvissen strandden levend, een op 3 en een op 27 juli, respectievelijk bij Vlissingen en op Ameland. Beide zijn spoedig overleden.

      Van 69 dieren is een lengteopgave gedaan; 17% daarvan betrof jongen van dit jaar. Dat lijkt aanzienlijk lager dan de jongensterfte in andere jaren, die gemiddeld op 35% ligt (spreiding 23-49%). De kleinste bruinvis strandde (levend) bij Vlissingen en mat 77 cm. Er waren ook weer enkele grote dieren bij: 22% was groter dan 130 cm. De grootste was een niet meer te seksen dier van 162 cm bij Scheveningen op de 29e.

    • Maandoverzicht juni 2012

      Juni is normaal gesproken een van de maanden met de minste strandingen, en dat was dit jaar gelukkig niet anders, hoewel er iets meer dode walvisachtigen zijn gevonden (39) dan gemiddeld (34). Omdat het overzicht over het noorden van het land nog incompleet is, komen er dus mogelijk nog enkele strandingen bij. Het jaar met de meeste junistrandingen was 2006 met 48, terwijl er in juni 2007 slechts 16 strandingen zijn gemeld.

      Uit het zuidwesten van het land zijn 10 strandingen gemeld, van de Hollandse kust 16 en van de Waddeneilanden 13 (Texel 3, Vlieland 2, Terschelling 2, Ameland 3, Schiermonnikoog 2, Rottumeroog 1). Afgezien van de gewone vinvis op 6 juni zijn er alleen bruinvissen gemeld.

      Voor zover er lengtes zijn opgegeven, weten we dat er vier pasgeboren jongen zijn gevonden (70-75 cm). Hierbij is ook het bruinvisje van 30 juni bij Castricum gerekend, waarbij weliswaar geen lengteopgave is gedaan (de melding kwam uit de krant), maar de foto toont duidelijk een jong exemplaar. Alle overige dieren waren groter. Procentueel gezien wijkt het aantal pasgeboren dieren niet af van dat in andere jaren. De bruinvis van 30 juni was tevens de enige levend gestrande bruinvis in deze maand. Bijzonderheden deden zich niet voor, hoewel ernstig beschadigde bruivissen kennelijk een chronisch (en lastig) probleem zijn.

      De enige andere en tevens spectaculairste soort deze maand was uiteraard de gewone vinvis, die op 6 juni in Rotterdam binnenliep. Dit was natuurlijk geen echte stranding, want het dier lag op de bulb van een schip dat vanuit Amerika en vermoedelijk via de Golf van Biskaje, waar nogal wat gewone vinvissen leven, via het Kanaal naar Nederland is gevaren. Was de vinvis echter in een storm voor bijvoorbeeld de Zeeuwse kust van de boeg gegleden, dan hadden we hem per ongeluk wel als echte stranding genoteerd . Omdat het havenbedrijf een enorm bedrag vroeg om het dier nog een dag te laten liggen voor onderzoek van Naturalis, en omdat we wisten dat het geen echt Nederlands dier was, is besloten geen snijploeg vanuit Leiden naar Rotterdam te sturen. Gelukkig zijn de pathologen van de Universiteit van Utrecht wel in de gelegenheid geweest het kadaver te bekijken. Helaas zijn er op moment van schrijven nog geen gegevens van bekend. Het is dus nog niet duidelijk of het dier al dood was tijdens de aanvaring en al drijvend is opgepikt, of dat hij iets mankeerde zoals de gewone vinvis van 15 januari jongstleden, die een ontstoken buikvlies had en mogelijk daardoor ziek aan de oppervlakte verbleef, waarna zij levend is aangevaren.

      Aanvaringen tussen schepen en walvisachtigen (en andere zeedieren) komen uiteraard wereldwijd voor. Zo voer op 28 juni nog een schip de Rotterdamse haven binnen met een haai op de bulb! De International Whaling Commission houdt een database bij van alle walvisachtigen die, ongeacht de gevolgen en waar dan ook, in aanvaring zijn gekomen met een schip. Zie http://www.iwcoffice.org/sci_com/shipstrikes.htm. Uiteraard draagt Naturalis daar zijn steentje aan bij door gegevens door te spelen aan die database.

    • Maandoverzicht mei 2012

      In mei zijn tot nog toe 35 strandingen ontvangen. Dat is iets boven het meerjarig gemiddelde van 31 en het zal nog iets hoger worden omdat het overzicht uit het noorden van het land nog incompleet is. Uitbijters in de meerjarenreeks zijn mei 2006 met 59 strandingen en 2008 met slechts 13! Bruinvis was in mei dit jaar wederom de enige soort.

      Uit Zeeland en Zuid-Hollanse eilanden zijn er slechts 8 gemeld, van het vasteland van Zuid- en Noord-Holland 13 en van de Wadden 14 (Texel 3, Vlieland 1, Terschelling 4, Schiermonnikoog 4 en Rottumeroog 2). Het eerste jong van dit jaar, een vrouwtje van 84 centimeter, strandde op 19 mei bij Noordwijk. Daarna is er nog een jong gemeld van de Maasvlakte op 26 mei. Een bruinvis van 88 centimeter bij Petten op 18 mei leek qua lengte wel een jong, maar qua uiterlijk niet (zie foto bij de melding). Hopelijk kan onderzoek uitwijzen of dit inderdaad een jong van vorig jaar betrof. De geringe lengte is dan wel uitzonderlijk.

      Er waren twee meldingen van levende dieren: een op 10 mei bij Bloemendaal (overleden op 18 mei) en een op 26 mei op de Maasvlakte. Deze laatste betrof een pas geboren bruinvisje, dat ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar helaas, herhaaldelijk is teruggeduwd. Of 'ie zijn moeder nog heeft teruggevonden is de vraag. Daarnaast toonde de foto van een dode bruinvis op Vlieland een flinke plas bloed (in water; zie foto), dus mogelijk is die ook levend gestrand en ter plekke spoedig overleden.

    • Maandoverzicht april 2012

      Eindelijk wat rust op het strand: in april zijn tot nog toe (3 mei; informatie uit het noorden van het land nog niet ontvangen) 31 bruinvissen gestrand, minder dan het gemiddelde sinds 2005 (39). De schommelingen in de maanden april over de afgelopen jaren zijn echter wel enorm, met 13 als minimum in 2008 en 71 als maximum in 2006. April volgt daarmee eindelijk het normale strandingspatroon, waarbij er minder strandingen zijn dan in maart. Er zijn geen andere soorten gemeld.

      De vondsten waren als volgt over het land verdeeld: 13 op de Zuid-Hollandse/Zeeuwse eilanden, 12 op de Hollandse vastelandskust en 6 in het waddengebied (1 Texel, 1 Ameland, 2 Rottumeroog en 2 Engelsmanplaat).

      De laatste ernstig beschadigde bruinvissen rond de punt van Voorne spoelden eind maart aan, hoewel van twee kadavers uit die contreien, beide van 9 april, geen opgave is gedaan van de conditie waarin de kadavers verkeerden. Hoewel er deze maand, zoals gebruikelijk, wel her en der ernstig beschadigde bruinvissen aanspoelden, was er gelukkig geen sprake meer van grootschalige strandingen. Levende dieren zijn evenmin gemeld.

    • Duboispenning voor bruinvisveelvinders

      Afgelopen donderdag, 19 april, is in Naturalis de Duboispenning uitgereikt aan het hele bruinvisvindersnetwerk. Dit netwerk bestaat al vele jaren, maar is vooral na 2000 sterk gegroeid. Naast de overheid, die verantwoordelijk is voor de bescherming van bruinvissen, dragen inmiddels ten minste tien andere partijen meer of minder intensief hun steentje bij aan registratie en onderzoek van bruinvissen in ons deel van de Noordzee (zie ook de logo's in het colofon). Misschien wel de belangrijkste bijdrage wordt echter geleverd door alle lieden die bij nacht en ontij het strand afstropen, vaak niet al te fris riekende kadavers hanteren en deze zeker stellen voor onderzoek. Weliswaar worden de strandingen bijgehouden in de database die door Naturalis wordt beheerd, maar het zijn de vrijwilligers die de dieren vinden, bergen en melden. Zonder hen dus geen gegevens!

      Het leek ons, na de bruinvissenhausse van 2011, de hoogste tijd de vrijwilligers te danken voor hun niet-aflatende inzet. Daarom zijn Arnold Gronert, Kees Kooimans en Jaap van der Hiele, en daarmee alle mensen binnen hun lokale netwerk, geëerd met de Duboispenning.

      De middag verliep feestelijk, met een openingsceremonieel door Paul Voogt van Naturalis, een interessante lezing over bruinvisbescherming en onderzoek door Kees Camphuysen van het NIOZ, de feitelijke uitreiking van de Duboispenning door Folchert van Dijken van het ministerie van EL&I, een dankwoord van de laureaten en een gezellige borrel. Het geheel was gelardeerd met historische beelden en een overzicht van de strandingen uit 2011.


      De laureaten met de Duboispenning: van links naar rechts Kees Kooimans (bestrijkt met zijn netwerk Noord-Holland ten zuiden van het Noordzeekanaal en Zuid-Holland totaan Hoek van Holland), Jaap van der Hiele (en zijn talloze medewerkers, 'doet' de Maasvlakte tot de Belgische grens) en Arnold Gronert (bestrijkt de Noord-Hollandse kust tussen Groote Keeten en Egmond).


      In deze powerpointpresentatie, gemaakt door Henk Caspers (Naturalis), staan alle walvisstrandingen van 2011 per week op een kaart. Elke week (plaatje) blijft twee seconden in beeld. Let op de enorme toename in strandingen van juli tot en met oktober.

       http://images.ncbnaturalis.nl/original/200665.jpg  
         

      Van linksboven naar rechtsonder: Paul Voogt; Kees Camphuysen; Kees Kooimans, Folchert van Dijken en Manon Janssen; Arnold Gronert (alle foto's: Henk Caspers, Naturalis).

      Zie ook
      http://blog.naturalis.nl/?p=6937
      http://www.zeehondencreche.nl/wb/pages/actueel.php?lang=NL
      http://www.zeezoogdieren.org/wordpress/?p=9455
      http://www.ecomare.nl/bezoek-ecomare/nieuwspagina/news/eer-voor-walvisjutters/?no_cache=1&cHash=3cec95dd8e028f86eff295e535c1b24d

    • Maandoverzicht maart 2012

      Als maart wat strandingen betreft de maat zou zijn voor de rest van het jaar staat ons nog heel wat te wachten, want ook deze maand was het weer 'kermis' op het strand: er zijn 57 dode walvissen gemeld, waarvan 56 bruinvissen. Er is weliswaar een bultrug gemeld op 23 maart, maar dat betrof een opgeviste wervel. Hierover is het laatste woord nog niet gezegd, want hoe komt een losse wervel op het wad bij Texel? Er gaat, als de omstandigheden het toelaten, ter plekke nog gezocht worden naar meer resten van dit dier.

      Het gemiddelde aantal strandingen in maart over 2005-2011 bedroeg 51 en daar zaten we dit jaar dus iets boven. Topjaar was 2006, met maar liefst 99; andere uitschieters naar boven/beneden waren 2010 met 56 en 2005 met 27. Normaal gesproken zijn maart en augustus de topmaanden en strandt in beide ongeveer 13% van het jaartotaal. Gebaseerd daarop zouden we dit jaar dus uitkomen op een kleine 450 strandingen. Vorig jaar liet echter zien dat het heel anders kan lopen en ook in een aantal andere jaren ging deze doorberekening mank.

      Andersom dan in februari 2012 kregen nu de mensen in de Zuid-Hollandse en Zeeuwse delta het flink voor hun kiezen met 33 gestrande dieren (60% van het totaal!). De vastelandskusttellers in Zuid- en Noord-Holland hadden het daarentegen veel rustiger dan normaal en meldden er slechts 9, terwijl de Waddeneilanden inclusief de Waddenzee goed waren voor 14 (Texel 4, Terschelling 3, Ameland 3, Schiermonnikoog 3, Kornwerderzand 1). Het overzicht van het waddengebied is echter nog onvolledig. Levend gestrande bruinvissen waren er alleen op 2 maart op Texel en op 4 maart op Terschelling.

      Zeer opvallend deze maand waren de ernstig beschadigde kadavers die vooral bij Ouddorp werden gevonden. Er zijn van Goeree tot en met Rockanje maar liefst 28 dode bruinvissen gevonden, die op een na allemaal zwaar beschadigd waren. Spoelden in februari in Noord-Holland vooral losse rug-/borstvinnen en lappen huid aan, in maart op Goeree waren het bruinvissen waarvan ofwel de vellen erbij hingen, ofwel alle vlees en ingewanden waren verdwenen en alleen de kop en staartvin nog intact waren. Dergelijke beschadigde kadavers is een al jaren terugkerend fenomeen op die plaats en tot op heden tasten we in het duister omtrent de oorzaak. Naar aanleiding van deze massastranding, die zich afspeelde tussen 1 en 21 maart, is een klein comité in spoedberaad bijeen geweest. Mogelijk is men de oorzaak op het spoor, maar omdat er nog meer onderzoek moet plaatsvinden kunnen we er nog niets over melden. Het biedt wel kansen voor de toekomst, want als de vermoedens waar zijn, valt een dergelijk drama voorgoed te voorkomen.

    • Maandoverzicht februari 2012

      Wederom een bijzondere maand, met maar liefst 46 strandingen, vergelijkbaar dus met januari (dat aantal is inmiddels opgelopen naar 54). Gemiddeld sinds 2005 strandden er in februari 34 bruinvissen. Uitschieters naar boven waren 2009-2011 met respectievelijk 58, 37 en 38 dieren. De laagste aantallen zijn in 2005 en 2008 geteld, beide met 21. Er zijn dit jaar in februari geen andere walvissoorten gevonden. In het begin van de maand strandden er onregelmatig en slechts weinig dieren en op sommige dagen is er zelfs niet een gevonden. Alleen op de tiende zijn er drie bruinvissen gemeld. Dat veranderde vanaf de negentiende, want vanaf die datum zijn er dagelijks dieren gevonden, op 23 en 25 februari zelfs vijf elk. De wind draaide van oostelijke naar westelijke richtingen vanaf de dertiende en bedroeg meestal windkracht 5-6B (bron KNMI).

      In de Zeeuwse Delta zijn dit keer 5 bruinvissen gevonden, langs de vastlandskust van Zuid- en Noord-Holland 24 en in het Waddengebied 17, waarvan 7 op Texel, 1 op Vlieland, 5 op Terschelling, 3 op Ameland en 1 bij Uithuizen (Groningen). De Hollandse kust scoorde dus opnieuw 'goed'.

      Er strandde deze maand slechts één bruinvis levend, maar des te opvallender waren de brokjes en stukjes bruinvis van ten minste tien exemplaren, terwijl van nog eens 19 vermeld werd dat ze ernstig beschadigd waren, wat op de foto's ook luid en duidelijk zichtbaar is. Negen exemplaren waren niet beschadigd en van 8 hebben we daarover geen informatie. Dat is dus een opvallend hoog percentage beschadigde dieren (78%).

    • Maandoverzicht januari 2012

      In januari zijn 52 walvisachtigen gemeld, waarvan 49 bruinvissen. Dit is wederom een bijzonder hoog aantal: gemiddeld over 2005-2011 ligt het januarigemiddelde op 26, met 39 in 2010 als hoogste en 8 in 2008 als laagste. Het is opnieuw verleidelijk een en ander toe te schrijven aan de aanlandige wind, want er strandden nagenoeg dagelijks dieren tot de wind omsloeg naar oost op de 25e en de aantallen uitdoofden. Dit keer waren de aantallen op de Hollandse kust erg hoog in vergelijking tot elders: Deltagebied 13 (waarvan 1 bij Saeftinge), Hollandse vastelandskust 24 en Wadden 16 (Texel 4, Vlieland 1, Terschelling 5, Ameland 1, Engelsmanplaat 1, Schiermonnikoog 2 en Delfzijl 1). Opvallend was het aantal grote exemplaren. Het gemiddelde over het totaal berekend was 126 cm (n=30), maar hieronder waren drie kleintjes.

      Er zijn drie andere walvissen gemeld: het spectaculairst was de jonge gewone vinvis, die op 15 januari te Vlissingen strandde. Het was al de 31e gewone vinvis voor ons land. De vorige waren in 2011, 2006, 2004 (twee), 2001, 1998 en ..... 1956. Die van 1998 strandde te Egmond, de rest is ten zuiden daarvan gevonden. De andere vondsten in januari betroffen een witsnuitdolfijn op de 3e, tussen Dishoek en Zoutelande, en een losse onderkaak bij Zandvoort op de eerste. Determinatie van dit exemplaar is nog niet zeker, maar het betreft vrijwel zeker een witsnuitdolfijn of een tuimelaar.

    • Bruinvisbeschermingsplan online beschikbaar

      Er is de afgelopen decennia veel veranderd in de Noordzee. Zo is er een verschuiving opgetreden in de verspreiding van de bruinvis, waarbij het zwaartepunt steeds verder zuidelijk is komen te liggen. Omdat de Noordzee ruim 30% van de wereldpopulatie herbergt, en in Nederland daarvan ten minste 20% rondzwemt (ten minste 10% van de wereldpopulatie), was het tijd voor een nieuw beschermingsplan. Dat is in november overhandigd aan staatssecretaris Bleker, die verantwoordelijk is voor de bescherming van de bruinvis in Nederland. Het beschermingsplan, geschreven door Kees Camphuysen en Marije Siemensma, is gratis te downloaden van de site van de rijksoverheid.

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen 2011 in de maak

      Het jaar 2010 is wat aantal walvisstrandingen betreft geëindigd boven de 800 exemplaren. Momenteel komen nog meldingen binnen, maar we proberen zo spoedig mogelijk een jaaroverzicht te maken. Blijf ondertussen gewoon bruinvissen doorgeven via de website of e-mail (guido.keijl@ncbnaturalis.nl).