Zoek strandingen

Aantal strandingen in 2017

    Nieuws 2010

    • Jaaroverzicht walvisstrandingen in 2010

      Was 2009 al spectaculair wat betreft het aantal gestrande walvissoorten (namelijk vijf), 2010 overtrof dat dik, met maar liefst acht soorten, namelijk bultrug (18 augustus, Katwijk, vijfde voor Nederland), dwergvinvis (19 mei, Engelsmanplaat, dertigste), orka (22 juni, Lauwersoog, negenentwintigste), griend (4 september, Rottumerplaat, twintigste), gewone spitssnuitdolfijn (18 juli, Egmond, achttiende), gestreepte dolfijn (31 maart, Vlieland, negende), witsnuitdolfijn (16 februari, Neeltje Jans; 7 maart, Ouddorp, nummers 209-210) en natuurlijk talloze bruinvissen. Daarnaast zijn er nog een walvis/dolfijn gemeld van 7 januari op Terschelling (helaas geen verdere gegevens bekend) en een witsnuit- of witflankdolfijn op 16 september op Texel. Duidelijk is natuurlijk wel dat die laatste twee kadavers niet vers meer waren, dus herkenning alleen op grond van de buitenkant kan dan inderdaad erg moeilijk of onmogelijk zijn. Als er botten waren verzameld, zoals met de dwergvinvis van 19 mei of de griend van 4 september, die beide ook rot waren, was determinatie achteraf nog mogelijk geweest. Qua soortenaantal was 2010 niet alleen het soortenrijkste jaar sinds 2000; er zijn nog nooit zo veel soorten in één jaar gestrand!

      De orka, inmiddels Morgan genaamd, was trouwens een bijna-stranding, want het dier zwom zoals bekend nog (net) rond in het ondiepe water langs de waddijk. Dat zij toch in de strandingen is opgenomen, is omdat als men haar met rust had gelaten zij zeker was gestrand. Overigens is op het moment van schrijven, half februari 2011, nog altijd verhitte discussie gaande over deze orka, want moet ze nu losgelaten worden of voor altijd in een dolfinarium blijven?

      De andere niet-bruinvissen waren natuurlijk ook echte 'klappers', want alle zijn zeer zeldzaam in ons land. Opmerkelijk is overigens dat behalve de orka ook de gewone spitssnuit en de gestreepte dolfijn levend gestrand zijn. In tegenstelling tot Morgan zijn deze dieren echter subiet teruggeduwd in zee, wat althans voor de gewone spitssnuit niet goed is afgelopen, omdat hij vier dagen later alsnog is gestrand, maar dan op de Engelse zuidkust. Een geïllustreerd verslagje over beide dieren is in het archief over 2010 op de nieuwspagina van deze site te vinden. De gewone spitssnuit van 2009 op de Maasvlakte strandde overigens ook levend en ook dat exemplaar is teruggeduwd. Helaas weten we niet wat van dat dier geworden is.

      Voor wat betreft witsnuitdolfijnen kunnen we zien dat de al eerder gesignaleerde dalende trend die deze soort de laatste jaren liet zien zich ook in 2010 heeft doorgezet. In 1979, 1991 en 2007 strandde er slechts één, terwijl in alle andere jaren sinds 1979 er meer gemeld zijn.

      Het is niet erg verstandig om gestrande walvisachtigen zo snel mogelijk terug te duwen, om meerdere redenen. Ten eerste komen de dieren niet voor niets op het strand; ze zijn ziek en/of verzwakt, of er is nog iets anders mis, maar ga er maar van uit dat ondanks zijn naam een gezonde walvis nooit op de wal beland. Terugduwen is misschien zelfs wel tegen de wil van het dier. Ten tweede levert al dat volk met zijn geschreeuw, getrek en gesjor veel stress op, en dat is eigenlijk wat niemand wil, want terugduwen is toch eigenlijk bedoeld om het beest te helpen, en dan niet van de wal in de sloot. bovendien zijn alle walvissen stressgevoelige dieren, dus ze kunnen volledig in paniek raken en dat zou een reden kunnen zijn waarom het direct slecht met ze afloopt. In ieder geval voelen ze zich er ongetwijfeld ongemakkelijk bij. Ten derde is niet uitgesloten dat sommige dieren echt te helpen zijn, maar dan door professionele lieden. Terugduwen sluit de juiste hulp dus uit. Tot slot (en weliswaar een beetje ter zijde, maar toch) is determinatie van sommige soorten niet altijd even makkelijk. Spitssnuitdolfijnen zijn wat dat betreft berucht. Als een dier niet goed bekeken is door iemand die er verstand van heeft, kunnen we soms achteraf alleen maar gissen naar de juiste naam. Dat lijkt onbelangrijk, maar behalve dat het de landelijke registratie frustreert, veranderen er voortdurend dingen in het milieu, veranderen de soorten mee en is het dus werkelijk belangrijk om dat te weten.

      De dominante dode walvis op onze stranden was natuurlijk weer de bruinvis met 433 exemplaren. Dit aantal is eigenlijk nog wat hoger, omdat nog altijd niet alle gegevens binnen zijn. Zo weten we dat in de periode januari-augustus in de omgeving van Wijk aan Zee zo'n twintig bruinvissen zijn gevonden. Deze zijn echter nog niet 'officieel' gemeld en daarom nog niet meegerekend, maar er is contact met de vinder en we doen uiteraard ons best die gegevens nog binnen te hengelen. Het aantal in 2010 gestrande bruinvissen was dus vergelijkbaar met dat in 2009 (478). De timing van stranden was identiek aan die in vorige jaren, met pieken in maart en augustus en een dal in december (figuur 1).

      Figuur 1. Aantal gestrande walvissen per maand in 2010.

      Net als in vorige jaren is ongeveer de helft van de bruinvissen gemeld uit het Waddengebied, zo'n 30% van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en een vijfde van de Hollandse kust (figuur 2.). Dat lijkt logisch: de Wadden hebben nu eenmaal meer kust dan bijvoorbeeld de Hollandse kust, met zijn kaarsrechte streepje zandstrand. Rekenen we de aantallen echter om naar aantallen per kilometer, dan komt er een totaal ander beeld uit: de meeste bruinvissen per kilometer lagen namelijk op de Hollandse kust.

      Figuur 2. Aantal gestrande bruinvissen, onderverdeeld naar Waddengebied (geel, links), Zuid-Hollandse-Zeeuwse eilanden (blauw, rechts) en Hollandse vastelandskust (paars, onder). De bovenste rij zijn de absolute aantallen, in de onderste rij zijn ze gecorrigeerd voor kustlengte.

      Het is verleidelijk om dat toe te schrijven aan de vindbaarheid. Langs de Hollandse kust wordt immers elke meter zand dagelijks intensief belopen, dus een dode bruinvis kan zich daar maar moeilijk verschuilen. De Zeeuwse delta, en zeker het Waddengebied, zijn daarentegen dermate uitgestrekt en onoverzichtelijk, dat een bruinvisje daar op zijn gemak kan vergaan zonder in het oog te lopen. Denk bijvoorbeeld ook aan de niet of slechts tijdelijk bewoonde eilanden zoals Noorderhaaks, Griend of Rottumeroog. Het bewijs wordt geleverd door dieren die niet worden geruimd, maar toch slechts eenmaal worden gemeld. Anderzijds is het natuurlijk ook mogelijk dat een en ander de werkelijke verspreiding van bruinvissen weerspiegelt. Als het echt zo is dat de meeste bruinvissen voor de Hollandse kust voorkomen, is het ronduit bedenkelijk dat nou juist dat stukje kust (om politieke redenen) buiten het Natura-2000-gebied valt!

      Naast het 'gewone' melden van dode bruinvissen wordt vaak nog een aantal andere karakteristieken doorgegeven, zoals lengte, sekse en toestand van het kadaver. Dit is vooral handig voor de registrator, omdat sommige dieren wel eens twee of meer keer worden gemeld en op die manier een dubbelcheck kan worden uitgevoerd. Ook daarom wordt soms navraag gedaan naar exacte strandingslocatie en foto's. Daarnaast zijn het natuurlijk ook gegevens die iets vertellen over de soort en hoe het met de populatie staat. Zo blijkt uit de opgegeven lengtes dat de jonge bruinvissen in het late voorjaar worden geboren, ongeveer vanaf mei (figuur 3). Uiteraard sterft daarvan een deel al spoedig.

      Figuur 3. Lengtetoename (in cm) van jonge bruinvissen per maand (5 = mei).

      De lengtes zoals die door de vinders/melders worden doorgegeven laten zien dat de groei van de jongen snel verloopt: in augustus zijn ze al zo'n vijftien centimeter langer dan bij de geboorte. Wel moeten we bedenken dat veel lengtes geschat zijn, soms door lieden die nooit eerder een bruinvis zagen en erg onder de indruk waren .... Ook is de de steekproef klein en wordt het bestand 'vervuild' door jongen van het vorige jaar die slecht gegroeid zijn en uiteindelijk het loodje hebben gelegd. De exacte lengtes zoals die door de onderzoekers in Utrecht gemeten worden, samen met een preciezere leeftijdsbepaling, zouden daarom natuurlijk een betere grafiek geven.

      Figuur 4. Lengtes per sekse van gestrande bruinvissen sinds 2005.

      Echt grote bruinvissen stranden het hele jaar door. Evenals in de jaren 2000-2009 waren in 2010 de vrouwtjes gemiddeld groter dan de mannetjes, maar het verschil was dit keer wel erg groot (figuur 4). Bovendien was het aandeel vrouwtjes veel groter dan in de jaren ervoor, namelijk bijna de helft (figuur 5) en dat gold ook voor de grote vrouwtjes (>130 cm). Een trend waarin de vrouwen verschillen van de mannen is dat het aandeel grote mannen (>130 cm) sinds 2007 tussen de 20-30% ligt (alleen in 2006 was het duidelijk lager) en tot en met 2010 niet wezenlijk verandert, terwijl het aandeel grote vrouwen (>130 cm) dat strandt steeds groter wordt.

      Figuur 5. Percentage mannetjes per jaar.

      Naar de oorzaak is het slechts gissen: zijn er relatief steeds meer grote vrouwen, bijvoorbeeld omdat er weinig jongen worden geboren (maar dan zou je die trend ook bij de mannen moeten zien), of wordt de omgeving hier langzaamaan steeds gunstiger voor echt grote (dus oude) vrouwelijke bruinvissen (maar waarom geldt dat dan niet voor de mannen)?

      Er gebeurt tegenwoordig veel op het bruinvissenfront. Zo hebben beroepsvissers per 1 januari 2011 ontheffing gekregen om per ongeluk bijgevangen bruinvissen aan te landen. Voorheen mochten ze niet worden bijgevangen en dat mag in principe natuurlijk nog steeds niet maar áls het dan toch gebeurt, laat dan het kadaver ten goede komen aan onderzoek. Een goede ontwikkeling dus. Daarnaast wordt er nog altijd onderzoek gefinancierd vanuit de overheid naar doodsoorzaken van gestrande bruinvissen. Dat gebeurt onder professionele leiding op de afdeling pathologie van de sectie Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Dode bruinvissen worden door vrijwilligers van de EHBZ, aangestuurd vanuit de zeehondecrèche Lenie 't Hart in Pieterburen, en door andere vrijwilligers, ofwel direct naar Utrecht gebracht ofwel tijdelijk in vriezers opgeslagen. De magen worden bij de secties apart gehouden en de inhoud ervan wordt onderzocht door medewerkers van Wageningen Imares op Texel. Ook worden weefselmonsters genomen voor toxicologische analyse.

      Een constant punt van zorg is dat nog altijd niet alle bruinvissen worden gemeld bij de landelijke database. We hebben gepoogd het door het hele land opererende destructiebedrijf Rendac ertoe te bewegen bruinvissen apart te noteren, maar dat scheen niet mogelijk te zijn. Een andere manier waarop we dit probleem pogen te tackelen is door een brief, die binnenkort van overheidswege aan alle kustgemeentes wordt verstuurd met een (hernieuwd) verzoek tot medewerking en die hopelijk alle strandtenthouders, politie, douane, reddingsbrigades, strandvonders enzovoort en misschien wel lokale kranten zal bereiken. Dit brengt mij ten slotte bij de eigenlijke bruinvisvinders. Net als in vorige jaren geldt ook voor 2010 wederom een groot woord van dank aan hen, al die mensen in het veld, die vaak ogenschijnlijk achteloos de gevonden dieren 'melden en de melding verder afhandelen', zoals dat van achter een bureau zo simpel heet, maar waar vaak het nodige bij komt kijken. Ik wil ze hierbij bedanken voor hun bijdrage.

                                                                                                                                                                                                    Guido Keijl, NCB Naturalis

    • Maandoverzicht december 2010

      Geheel in de lijn der verwachting zijn er in december nog iets minder bruinvissen gestrand dan in de maanden ervoor: er zijn er slechts 13 gemeld en dat ligt ruim onder het meerjarig gemiddelde van 21 sinds 2002. In december 2007 waren het er slechts 6; voor nog minder strandingen moeten we terug tot december 2002 met slechts 1 bruinvis. December 2009 was het beste jaar, met maar liefst 40 walvissen (waaronder drie witsnuiten). De vondsten leken dit keer heel eerlijk over de kust verdeeld: Zeeuwse eilanden 3, vasteland van Zuid- en Noord-Holland 4 en Wadden 6 (twee elk op Texel, Vlieland en Ameland). Ook dit keer zijn geen andere soorten gevonden (vergelijk 2009: 3 witsnuiten, 2006 1 witsnuit, 2005 3 witsnuiten en 2003 1 bultrug).

    • De tweede spitssnuitdolfijn van 2010?

      Enige tijd geleden meldde Jaap van der Hiele een foto van een dolfijn in een boek over de historie van Veere. Navraag leverde inderdaad een foto op van een gewone spitssnuitdolfijn, gestrand op donderdag 8 augustus 1957. Dit is dus, met terugwerkende kracht geteld, de elfde voor ons land. In totaal zijn nu zeventien exemplaren bekend. Het is dus niet de tweede spitssnuit voor dit jaar, maar wel een nieuwe, want ook al was deze stranding gepubliceerd, walvisminnend Nederland kende 'm nog niet. De stranding is opgenomen in de landelijke database. Een foto is gepubliceerd in het boek Veere in vroeger tijden, deel 3 van J.H. Midavaine (1996, uitgeverij Deboektant, Oostvoorne). De digitale foto's, afkomstig van de Zeeuwse Bibliotheek/Beeldbank/PZC, zijn inmiddels digitaal beschikbaar en te bekijken bij de betreffende stranding op deze site.

    • Maandoverzicht november 2010

      Ook in november strandden er weinig bruinvissen: slechts 18 zijn er gemeld. Dat is opnieuw iets onder het gemiddelde van 21, gemeten sinds 2002. Topjaren waren 2006 (33 exemplaren) en 2008 (32), maar kennelijk kan het aantal sterk schommelen, want in de tussenliggende jaren 2005 en 2007 zijn er eveneens 18 gemeld. Op de Zeeuwse eilanden zijn er 5 gevonden, in Zuid- en Noord-Holland 8 en op de Wadden 5. Er zijn geen andere soorten gevonden.

    • Maandoverzicht oktober 2010

      In oktober zijn slechts zestien bruinvissen gestrand. Dit is veel minder dan het gemiddelde sinds 2002, dat op 22 ligt. Alleen in oktober 2002, 2003 en 2005 strandden er nog minder. Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden waren nu goed voor 3 bruinvissen, de vastelandskust van Zuid- en Noord-Holland voor 7 (waarvan slechts twee boven het Noordzeekanaal) en de Wadden voor 6. Er zijn dit keer geen bijzondere vondsten gemeld.

    • Maandoverzicht september 2010

      September liet weer een aanzienlijk lager aantal strandingen zien dan de maanden ervoor, zoals in de voorgaande jaren gebruikelijk was: de teller is blijven steken op 27. Gemiddeld strandden er sinds 2002 in september ruim 24 walvissen, dus we zitten dit jaar nog steeds een fractie aan de hoge kant. Feitelijk was de lage strandingsfrequentie al eind augustus ingezet. Van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn dit keer 10 kadavers gemeld, van de vastelandskust van Zuid- en Noord-Holland 7 en van de Wadden 10. Opnieuw dient vermeld te worden dat deze getallen voorlopig zijn; zo zijn helaas nog geen gegevens ontvangen van Terschelling en Schiermonnikoog, waar toch ook wel bruinvissen zullen zijn aangespoeld (vergelijk Texel en Vlieland beide 4, Ameland 1).

      Bijzondere vondsten waren dit keer een witsnuit-/witflankdolfijn op Texel op 16e en een mogelijke griend op Rottumerplaat op de 4e. De juiste determinatie van de laatste komt nog wel rond, die van de eerste helaas niet meer, omdat het kadaver per ongeluk naar de destructie is vervoerd.

    • .... en dat maakt twintig

      Op zaterdag 4 september 2010 fotografeerde John de Boer een walviskarkas op de Bosplaat, onder Rottumerplaat, en stuurde de foto's aan Kees Camphuysen, die ze vervolgens naar Naturalis stuurde. In eerste instantie dachten wij dat het wel het kadaver zou zijn van de dwergvinvis die in mei was gestrand op Engelsmanplaat. Die is daar namelijk verdwenen en vervolgens aangespoeld op de oostpunt van Schiermonnikoog. Enige studie en raadpleging van de achterban doet echter vermoeden dat het niet om een dwergvinvis maar om een griend gaat. Dat zou pas de twintigste griend zijn voor Nederland, zeldzaamheid nummer zoveel dus dit jaar! Momenteel wordt gepoogd enkele wervels te verzamelen, om aan de hand daarvan de determinatie rond te krijgen. Met dank aan Chris Smeenk, Erwin Kompanje, John de Boer (ook voor de foto's) en Kees Camphuysen voor melden en hulp bij de determinatie.

       

         

       

    • Egmondse spitssnuit gestrand in Engeland

      Zoals al eerder gemeld strandde op 22 juli een gewone spitssnuitdolfijn aan de Engelse zuidkust. De Egmondse strandwacht Werner Visser herkende het dier als dezelfde die in Egmond was gestrand. Rob Deaville, van het Britse UK Cetacean Strandings Investigation Programme/ZSL, stuurde ons bijgaande foto, een compositie van een beeldje van een youtube-filmpje gemaakt in Egmond en het dier in Engeland. De Egmondse spitssnuit vertoonde veel littekens, vermoedelijk vooral veroorzaakt door tanden van soortgenoten tijdens gevechten. Aan de hand van die littekens is te zien dat het inderdaad om hetzelfde dier gaat en ook een aantal andere kenmerken, zoals aangroeisels aan op de tanden, wijzen hier op. Op de dolfijn, een mannetje, is sectie verricht. Hieruit is nog geen duidelijke doodsoorzaak naar voren gekomen, maar het dier was mogelijk uitgeput en uitgedroogd als gevolg van dagenlang vasten. Met dank aan Marjan Addink voor het speurwerk, Werner Visser voor aanvullende informatie en Rob Deaville voor de foto en de sectiegegevens.

    • Maandoverzicht augustus 2010

      Zoals het aantal strandingen in juli dit jaar hoger was dan gemiddeld, zo was dit ook in augustus het geval: er zijn tot nog toe 55 strandingen geregistreerd, terwijl dit sinds 2002 gemiddeld op 40 lag. Alleen in 2005 (57) en 2006 (66) was het aantal meldingen hoger. Waarschijnlijk druppelen er nog wel enkele bruinvissen binnen. In hoeverre dit verband houdt met de het weer is nog niet duidelijk, maar de overmaat aan westelijke winden zal hieraan zeker debet geweest zijn.

      Van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn maar liefst 21 bruinvissen gemeld (waarvan 5 bij Westkapelle) en de vastelandskust van Zuid- en Noord-Holland 17. Van de Wadden zijn 16 exemplaren gemeld, maar uitsluitend van Texel, Vlieland en Ameland; dit aantal wordt dus nog zeker opgehoogd.

      Geheel in de trend van dit jaar (in zes van de acht maanden spoelde iets anders aan dan een bruinvis) bracht ook augustus weer een bijzondere soort: de bultrug bij Katwijk. Zie daarvoor het bericht hieronder.

    • Vieze kledder blijkt bultrug

      Getverderrie, wat is dat voor smerigs? Strandwandelaars maken een wijde bocht als ze woensdag 18 augustus 2010 op het strand van Katwijk bij Paal 87 een stinkende vleeshomp zien liggen. Het is een lege glibberige huid waaruit her en der botten steken. Met dichtgeknepen neus zien ze al gauw dat het om een kadaver van een grote walvis gaat. De EHBZ (Eerste Hulp bij Zeehonden) wordt gewaarschuwd. EHBZ'er Kees Kooimans maakt foto's en stuurt ze direct rond naar specialisten van Naturalis in Leiden en Kees Camphuysen van het NIOZ op Texel.

      Hun unanieme oordeel komt snel: een bultrug, de vijfde die ooit op het Nederlandse strand aanspoelde en de tweede op de kust van Katwijk. December 2003 strandde bij het vissersdorp een jong dat waarschijnlijk nog bij zijn moeder zoogde, een pasgestorven exemplaar en geen zak met botten zoals nu.

      De gemeente Katwijk besluit tot destructie van de vieze vleesklomp, maar Naturalis wil de botten graag hebben. Het kadaver wordt daarom onder het zand begraven in afwachting van de snijploeg. Met hun scherpe messen fileren Ronald de Ruiter, Cor Strang en Kees van der Blom de vleeslap vakkundig. Schoon en wel brengen ze de botten naar het museum. Voor nader onderzoek en om opgenomen te worden in de toch al niet onaanzienlijke collectie.

      Inmiddels is een verzamelde voorpoot opgemeten. De punt ontbreekt, dus er moet een stukje worden bijgeschat. We komen dan op ongeveer 150 cm. Een voorpoot van een bultrug is bijna een derde van zijn totale lichaamslengte. Het zou dus gaan om een bultrugje van ca. 4,5 meter. Bij geboorte zijn jonge bultruggen 4-5 meter lang. Het lijkt er dus op dat een bultrug ergens in de buurt van Nederland een jong heeft gekregen dat vlak voor, tijdens of spoedig na de bevalling is overleden.

      Er bestaat ongetwijfeld geen verband met een aangespoelde jonge bultrug in Zuid-Engeland, maar spectaculair is het wel, al die bultruggen in de buurt van ons landje!

    • Maandoverzicht juli 2010

      In totaal zijn in deze maand tot nog toe 33 bruinvissen gemeld, iets meer dan in juni en duidelijk meer dan het gemiddelde sinds 2002, dat op 27 staat. Alleen in juli 2009 (54 exemplaren) en 2007 (40) zijn er meer gemeld. De eind juni veronderstelde opmaat was dus goed voorzien. Op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn er 12 gemeld, langs de vastelandskust van Zuid- en Noord-Holland 14 en op de Wadden 7. Eén bruinvis is drijvend opgemerkt in het Marsdiep. Bijzondere vondst deze maand was de gewone spitssnuitdolfijn bij Egmond; zie daarvoor het bericht hieronder.

    • Spitssnuitdolfijn bij Egmond

      Op 18 juli strandde er opnieuw een levende spitssnuitdolfijn op de Nederlandse kust. Opnieuw, want de laatste keer was nog geen jaar geleden: op 4 oktober 2009 op de Maasvlakte. Dat is zo mogelijk nog spectaculairder dan een levende orka, want spitssnuitdolfijnen zijn voor onze kust werkelijk zeldzaam. Feitelijk komt er in de Nederlandse Noordzee geen enkele soort écht voor, want alle spitssnuitdolfijnen leven in diep water. Ze raken bij ons hooguit verdwaald. Van de Nederlandse kust zijn tot nog toe vijf soorten bekend: butskop (20 exemplaren), gewone spitssnuitdolfijn (16), spitssnuitdolfijn van Gray (1), spitssnuitdolfijn van de Blainville (1) en (spitssnuit)dolfijn van Cuvier (1). Wereldwijd worden veertien soorten in het geslacht Mesoplodon, waartoe ook de gewone spitssnuit behoort, onderscheiden. Deze soorten zijn doorgaans zeer moeilijk te herkennen en feitelijk is het bij de meeste alleen mogelijk aan de hand van de tanden in de onderkaak bij de mannetjes! Omdat de gewone spitssnuit het dichtstbij voorkomt (noordelijke Noordzee en aangrenzende Atlantische Oceaan), er in ons land ook de meeste strandingen van bekend zijn, en vanwege de kleur, het formaat en de lange snuit, is er van uitgegaan dat het dier in Egmond ook tot deze soort behoort. Dit is bevestigd door een expert, die er zelfs een jong mannetje in herkende. Dit is dus het zeventiende geval. De soort is niet alleen bij ons niet gewoon, ook op vreemde kusten is het een echte zeldzaamheid: in een publicatie uit 1989 worden wereldwijd slechts 77 gestrande individuen genoemd! Bekijken we het strandingspatroon van de Nederlandse gevallen, dan zien we een concentratie van strandingen rond 1950 en opeenvolgende gevallen in 1976-77 en 2009-10. Hieronder waren zeven vrouwen en vier mannen; van de rest is geen geslacht bekend.

      Voor zover bekend zijn vijf exemplaren levend gestrand. Omdat er zo weinig van spitssnuitdolfijnen bekend is, is het erg jammer dat het Egmondse dier, net als die van de Maasvlakte, met gezwinde spoed is teruggeduwd. Het pleit weliswaar voor de aanwezigen, die het dier zo hoopten te redden, maar goede foto's van kop, buikzijde en van recht opzij, de juiste maten en bijvoorbeeld de aanwezigheid van littekens en parasieten hadden niet voor heel veel oponthoud hoeven zorgen en hadden ons vast meer geleerd over deze fraaie diepwaterdolfijnen. Overigens houden wij ons aanbevolen voor foto's van dit dier.

      Op 22 juli, dus slechts zes dagen na het 'Egmondgeval', strandde een gewone spitssnuitdolfijn op de kust van Kent, Zuid-Engeland. Foto's zijn te zien op http://picasaweb.google.com/115642189592017124141/SowerbySBeakedWhale# Op een hiervan zijn duidelijk de tanden te zien.

    • Maandoverzicht juni 2010

      In juni zijn 27 bijna of helemaal dode walvissen gemeld, iets meer dus dan het gemiddelde sinds 2002 (24). Alleen in juni 2006 (48) en juni 2009 (41) lagen de aantallen veel hoger. Na een traag begin, met erg weinig meldingen - slechts zeven in de eerste decade - ontstond er een eindspurt in de laatste decade met twaalf exemplaren. Een opmaat naar juli? De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren goed voor (slechts) 4 bruinvissen, het vasteland van Zuid-Holland 7, Noord-Holland exclusief Texel (slechts!) 2 en de Wadden (maar liefst!) 11, waarvan 6 op Schiermonnikoog. Daarnaast is er een bruinvis gemeld bij Harlingen. Een op de kwelder bij Paesens gemelde dolfijn bleek na onderzoek ook een bruinvis te zijn. Spectaculair was natuurlijk de bijna-aangespoelde, nog levende orka (zie het bericht hieronder).

    • Voor het eerst in een halve eeuw!

      Op 22 juni belde Kees Camphuysen: er werd een levende 'griend' in de haven van Lauwersoog gemeld. Omdat Kees nog geen foto's had gezien was de determinatie niet zeker. Op 23 juni kwamen de eerste plaatjes binnen en wat bleek: een heuse orka! Dat is voor het eerst in 47 jaar, want de vorige orka die op de Nederlandse kust aanspoelde was in 1963, een losse schedel in 2009 even buiten beschouwing latende. Vandaag horen we dat het gaat om een verzwakt jong vrouwtje van ca. 3,5 meter dat mogelijk de kudde is kwijtgeraakt. Nu lijkt het mij moeilijk voorstelbaar dat je als gezonde jonge orka een luid klikkende, fluitende en piepende kudde soortgenoten van elk enkele meters lengte kwijtraakt. Zou 'ie niet gezond zijn .....? De jonge orka is bij het Lutjewad, onder Schiermonnikoog, gevangen door de bemanning van de MS Krukel en medewerkers van het dolfinarium in Harderwijk, die een poging gaan doen 'm op te lappen.

      Jonge orka ter hoogte van de Glinder, ten zuiden van Schiermonnikoog, 23 juni 2010. Foto: bemanning van MS Krukel

      Er waren tot nog toe 28 gevallen van orka's in Nederland, dus dit is nummer 29. Slechts drie van die 28 orka's betrof levende dieren:

      - 15 april 1832 sekse onbekend, rondzwemmend ten zuiden van Hollum, Ameland. Gedood en aan land gebracht.

      - 30 november 1841 vrouwtje, levend gestrand bij Wijk aan Zee.

      - 8 juli 1943 zwanger vrouwtje, levend gestrand op Terschelling.

      Onder de 28 gevallen waren zeven mannetjes en zeven vrouwtjes; van de overige veertien was de sekse onbekend. Zie ook het uitgebreide artikel van Erwin Kompanje over orkastrandingen in Nederland (1995, Deinsea 2: 67-82).

    • Massastranding bruinvissen ....

      .... maar niet heus. Toch zijn er zojuist in één klap twaalf bruinvissen voor 2009 aan de strandingslijst toegevoegd! Met dank aan Simon de Vries en Mardik Leopold, van Imares op Texel. Hoe dit zit? Bij toeval kwamen Simon en Mardik erachter dat er door het Den Helderse transport- en aannemingsbedrijf HMS in opdracht van de gemeente in de loop van 2009 'ongeveer twaalf bruinvissen' zijn opgehaald en vervolgens zijn vernietigd. Doodzonde natuurlijk, want er was vast nog veel van die dieren te leren. Zonde is echter ook dat ze niet eerder gemeld waren. Nu weten we geen datum en geen locatie, alleen maar '2009' en 'Noord-Holland-Noord'. Hoeveel meer bruinvissen verdwijnen er elders in het land onder het zand, in containers en in verbrandingsovens zonder dat er ooit een haan naar kraait? We gaan proberen de Nederlandse kustgemeentes zodanig bij het strandingsnetwerk te betrekken dat dergelijke bruinvismassastrandingen niet meer voorkomen.

    • Maandoverzicht mei 2010

      Mei leverde 25 bruinvissen op, vrijwel evenveel als het meigemiddelde sinds 2002 (24). Het absolute meirecord viel in 2006 met maar liefst 58 bruinvissen, terwijl mei 2008 daar daar magertjes bij afstak met slechts 12 gemelde dieren. De vondsten van 2010 waren als volgt over het land verdeeld: Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden 9 exemplaren, vasteland van Zuid-Holland 5, Noord-Holland exclusief Texel 3, Waddeneilanden 6. Daarnaast zijn er bruinvissen gevonden op de Afsluitdijk (1) en in de Eemshaven (1). Rond 20 mei spoelde er op Engelsmanplaat een heuse bijzonderheid aan. Aanvankelijk werd aan een griend gedacht, nu lijkt, op grond van enkele verzamelde botten, de determinatie richting dwergvinvis te gaan. Het kadaver was rot en daarom moeilijk herkenbaar: zo ontbraken bijvoorbeeld kop, staartvin en rugvin. De bewakers hebben enkele botten verzameld, vast een vies karweitje. Aan de hand daarvan is determinatie mogelijk en te zijner tijd zal daarom de soort op zeker kunnen worden gezet. De botten zullen worden toegevoegd aan de wetenschappelijke collectie van Naturalis.

    • Maandoverzicht april 2010

      In april zijn 25 bruinvissen gestrand. Dat is nagenoeg gelijk aan het aprilgemiddelde sinds 2002, hoewel de schommelingen enorm zijn (april 2006 68, april 2008 13). Dit keer zat er niks leuks tussen de gestrande walvisachtigen. Bruinvissen zijn gemeld van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden (7 exemplaren), de vastelandskust van Zuid- (3) en Noord-Holland (5) en van de Waddeneilanden (9). Hooguit bijzonder was dit keer een bruinvis uit de haven van Termunterzijl.

    • Walvisliteratuur van Nederland

      Het meest rechter tabblad op onze site vermeldde al sinds jaar en dag Taxonomie. Zo lang dat tabblad daar gestaan heeft was het ook al leeg - een wit gapend gat zonder informatie. Daar is nu verandering in gekomen. Met vereende krachten is een flinke lijst gecomponeerd met alle literatuur over walvisachtigen in Nederland. De lijst is vast niet compleet. We doen daarom een beroep op iedereen die aanvullingen of verbeteringen heeft.

    • Maandoverzicht maart 2010

      Over maart zijn tot nog toe 68 strandingen ontvangen. Dat is duidelijk meer dan in februari 2009, toen er 47 dieren zijn gestrand. Het waren er deze maand meer dan twee keer zo veel als in februari van dit jaar. De meeste bruinvissen zijn dit keer gevonden op de vastelandskust van Noord-Holland (9), op de voet gevolgd door de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden (8) en de Zuid-Hollandse vastelandskust (8). De Waddeneilanden bleven qua aantal achter, maar dat is wat vertekend omdat veel meldingen uit die regio nog moeten binnenkomen. Op dit moment staat de teller voor Texel en Ameland op 5 en voor Terschelling op 4. Vlieland spant voor de Waddeneilanden de kroon, niet alleen qua aantal (7) maar vooral vanwege de levende gestreepte dolfijn, die op 31 maart aanspoelde! Dit is de negende gestreepte dolfijn voor ons land. De vorige strandde op 2 maart 2006 op ..... Vlieland! Het dier is door toegewijde Vlielanders op drie kilometer ten noorden van het eiland weer in zee losgelaten. Het laatste nieuws over dit dier is dat hij op 4 april nog springend en wel vanaf Vlieland is waargenomen door Jan Koning (mededeling Folkert Janssens).


      Gestreepte dolfijn, gestrand op 31 maart 2010 op het Noordzeestrand van Vlieland. Foto Folkert Janssens

    • Maandoverzicht februari 2010

      Ook in februari lag het aantal strandingen lager dan in 2009: 24 stuks (tegenover 57 in februari 2009). Normaal gesproken heeft januari het laagste aantal strandingen en stijgt het weer in februari. Wat dat betreft is 2010 geen uitzondering. Meldingen werden dit keer ontvangen van Zeeland/Zuid-Hollandse eilanden (4), Zuid-Holland (6), Noord-Holland (8), Texel (2) en Ameland (4). Bijzonder was een vers vrouwtje witsnuitdolfijn, dat op 16 februari op Neeltje Jans werd gevonden. Dankzij een soepele samenwerking kon het dier direct voor sectie naar Utrecht. Er is nog geen officiële uitslag van de sectie ontvangen, maar wel is bekend dat het dier sterk vermagerd was.

    • Beschadigde bruinvissen: oproep tot medewerking

      Het zal de meesten wel zijn opgevallen dat deze winter weer ernstig beschadigde bruinvissen op het strand zijn aangetroffen. Ook in februari was dit het geval. Klik op de meldingen op de homepagina om een aantal foto's te zien. In een poging de oorzaak van de beschadigingen te achterhalen wordt nu in opdracht van het ministerie onderzoek gedaan aan deze dieren. Het is zaak dode dieren zo snel mogelijk te melden. Bel bij het vinden van een ernstig beschadigde bruinvis zo snel mogelijk met Merijn Hougee van Stichting De Noordzee, telefoon 06 454 86 373. Klik op de volgende links voor meer informatie.

      http://www.noordzee.nl/actueel_artikel.php?contentID=289

      http://www.noordzee.nl/actueel_artikel.php?contentID=292

      http://www.walvisstrandingen.nl/ws/ws/i000353.html (scroll naar beneden)

      http://www.ecomare.nl/fileadmin/ecomare/data/Persberichten/2010/01_Januari/18 bruinvisalarm leidt tot actie.pdf

      http://www.echo.nl/hw-hw/buurt/redactie/959694/opnieuw.aan.stukken.gesneden.bruinvissen.op.het.strand/

    • Maandoverzicht januari 2010

      In januari zijn slechts 13 bruinvissen gestrand, wat opvallend weinig is vergeleken met de 34 van de maand ervoor, of met de 33 van januari 2009. Ook in januari 2005-2007 waren de aantallen veel hoger, maar in januari 2008 strandden slechts acht bruinvissen. Bruinvissen in januari 2010 zijn gemeld van Texel (7), de vastelandkust van Noord-Holland (2) en Zuid-Holland (4). Er zijn geen andere walvisachtigen gemeld.